Globaal bekeken
Weer een nieuwe krant – zegt misschien deze en gene. En héel vriendelijk klinkt zoo’n uitroep gewoonlijk niet. Men wil er zoo ongeveer mee zeggen: “zijn er nog geen kranten genoeg? We willen dit ding niet hebben!”
Nu – of er nog geen kranten genoeg zijn, zullen wij niet beoordelen. Maar als men onder gereformeerd-gezinde Hervormden zou beginnen met te zeggen: “we willen déze krant niet hebben” – dan willen wij toch gaarne even met ze praten.
En aanstonds willen wij dan met ernst zeggen: U moet déze krant juist hebben!
O! Wij zouden zoo gaarne zien, dat zéer velen zich … aanstonds abonneerden; dat spoedig in véle gezinnen en in véle kringen onze krant “De Waarheidsvriend’ als een wekelijkse vriend begroet werd met vreugd; dat weldra déze krant de Gereformeerdgezinde Hervormde mannen en vrouwen, predikanten en kerkeraadsleden, ouders, onderwijzers, jongelingen en jongedochters saam binden.
Want dát willen wij; wij willen een Gereformeerd bondsblad, dat ons met een hechten band aan elkaar komt verbinden. Dat hebben we zoo nodig: álle Gereformeerd-gezinde Hervormden in den lande saam verbonden rondom de banier der Waarheid.
***
Degenen die zich vereenigden in den “Gereformeerden Bond” hebben tot op dit oogenblik steeds een eigen Orgaan moeten missen. Wel is gedurende een jaar, ten proef, het Gereformeerd Weekblad door onzen bond geleend, om eenigzins het Orgaan te zijn in onze kringen. Maar uit den aard der zaak had de Bond zelf over dat blad niets te zeggen, daar het eigendom van een ander is, en toen bovendien de Hoofdredacteur, Ds. de Lind van Wijngaarden, als Voorzitter van den Geref. Bond bedankte en zich liefst van alle actie in deze wenschte te onttrekken, werd het voor de Bondsleden, die juist bescheidenlijk met méer ijver en méer liefde wilden voortgaan in hun arbeid, moeilijk, zoo niet onmogelijk, om alzoo te blijven voortgaan met het “Geref. Weekblad.” En zie hier nu de oorzaak, waarom wij nu met déze krant “De Waarheidsvriend” tot u komen.
Wij meenen in bescheidenheid dat het méer dan tijd is, dat een ieder zich leert onttrekken aan allerlei “clubjes” en “kringetjes” en dat alle Gereformeerd- gezinde Hervormden zich gaan scharen onder één banier, om samen Gods Woord te onderzoeken en samen te spreken naar de Waarheid, opdat ook méer dan tot nu toe het licht van Gods getuigenis uitstrale over elk terrein des levens. (…)
De ellende is zoo groot; de breuke is zoo diep en breed. De zonden zijn ook zoo velen.
De overtredingen onder ons zoo menigvuldig.
En neen! Nu niet zich gaan onttrekken aan alle actie!
Nu moet er gesproken worden naar het Woord.
Nu moeten wij en onze kinderen onder de tucht van Gods getuigenis door; wij állen te samen.
Nu mag er niet gezwegen worden in het midden van de Gemeente.
Neen, het moet met kracht worden verkondigd, wat de oorzaak van alle ellende is en er moet met liefde des harten worden gesproken over den weg der verlossing. (…)
Zal deze krant iets kunnen uitrichten ter verlossing; iets kunnen brengen ter hulpe; tot een zegen kunnen zijn? Wij weten het niet. Maar de raven konden in de dagen van hongersnood, toen het dagelijksch voedsel voor velen zéer schaarsch was, aan Elia wel brood en vleesch bezorgen en hem zoo in het leven houden. En zou dan een krant, door een paar honderd mannen en vrouwen begeerd, geen spijze kunnen brengen aan jong en oud? Gewisselijk – indien den HEERE met ons is!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's