Weet God ervan?
Rampen en de hemel [1]
‘Huizen geschokt door dood meisjes’, stond vier weken geleden in de krant te lezen. Twee meisjes van elf en twaalf overleden door koolmonoxidevergiftiging. Hoe moeten we dit drama rijmen met een goede God?
Harde wind blies het koolmonoxidegas de woning in Huizen binnen, stelde de politie vast. Het incident is ‘een noodlottig ongeval door een samenloop van natuurlijke factoren’, lees ik in een ANP-bericht. Wat een verdriet bij de ouders. Ongetwijfeld zal er voor de families in de kerken in Huizen gebeden zijn.
Wie weet hier de juiste woorden te vinden?
Zo’n bericht in de krant raakt mijn vrouw en mij altijd, omdat wij zelf ook zo’n situatie hebben meegemaakt. Het was op 28 december 1992 dat wij verblijd werden met de geboorte van onze dochter. Drie dagen later, op 31 december, werden wij opgebeld met de mededeling dat een zus van mijn vrouw, dood in haar woning gevonden was. Ze was dertig jaar. Ze moest de vorige dag al overleden zijn, dus 30 december. Oorzaak: koolmonoxide. Toen hebben we ervaren dat vreugde en verdriet zo ontzettend dicht bij elkaar liggen. Dat vergeet je niet meer. In de begintijd heb je alles ook niet op een rijtje.
Trouwens, wie krijgt hier alles op een rijtje? Maar uiteindelijk vonden we troost in Gods voorzienigheid.
Soms verlang je nog wel eens terug naar dat ‘nabije leven’, het leven met de Heere dat er toen was. Hoe heeft Hij ons door alles heen gedragen!
God erbuiten
Vaak komt echter de vraag boven: zou God Zijn hand in dit soort ongelukken gehad hebben? Of moeten we zeggen: Hij wilde deze vreselijke ongelukken niet, maar Hij kon ze blijkbaar niet verhinderen.
Ook hoor je wel: God is goed, dus staat Hij buiten dergelijke ongelukken.
De vraag of God Zijn hand ook heeft in deze ongelukken krijgt dus verschillende antwoorden, maar uiteindelijk willen ze God er allemaal buiten houden. Kan dat?
Geeft dat troost? Of moeten we toch zeggen dat niets buiten God omgaat en dat Hij ook in zulke ongelukken Zijn hand heeft? Maar als dat zo is, is God dan ook niet (mede)verantwoordelijk voor allerlei ellende en voor het kwaad?
Probleem
Met deze vragen zitten we direct midden in de problematiek die wij mensen hebben met Gods voorzienige leiding in het leven. Als het over Gods voorzienigheid gaat, spreken we vaak over het probléém moevan Gods voorzienigheid. Maar wat valt op wanneer we artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis lezen? Het gaat hierin uiteindelijk om de troost (!) van Gods voorzienigheid. Wij maken er een probleem van, maar de Bijbel laat ons de onuitsprekelijke troost van Gods voorzienigheid in ons leven zien. Het is intussen natuurlijk ook waar dat we in de praktijk van het leven wel stuiten op het probleem van Gods leiding en het kwaad in ons leven.
Geen verre toeschouwer
Staat God buiten het kwaad? Staat Hij buiten de ongelukken? Heeft God Zijn hand van de schepping afgetrokken? Is Hij nu alleen een verre toeschouwer? Neen. Het genoemde artikel uit de geloofsbelijdenis wijst erop dat God, nadat Hij alle dingen geschapen had, deze niet heeft losgelaten en aan het toeval of het lot overgegeven. Integendeel, Hij stuurt en regeert alles zo naar Zijn heilige wil, dat in deze wereld niets zonder Zijn beschikking gebeurt. Daar hebben we Gods voorzienigheid.
Twee dingen worden hier gezegd. In de eerste plaats dat God heel deze schepping onderhoudt en in de tweede plaats dat Hij over alle dingen regeert. Het zijn de twee daden in de voorzienigheid van God: Zijn onderhouding en regering.
Einddoel
Ik wil vooral kijken naar Zijn regering. We lezen dat Hij alle dingen zo bestuurt en regeert, dat in deze wereld niets geschiedt zonder Zijn beschikking. Indrukwekkend. God bestuurt en leidt alle dingen naar Zijn bestel. Heel de geschiedenis, met alles wat erin gebeurt, wordt door Gods wijze hand bestuurd.
Daarom loopt het niet mis in de geschiedenis. Van onze kant bekeken zeggen we wel eens: dit gaat fout. Maar vanuit God bezien moeten we zeggen: alles gaat goed.
God leidt met een vaste hand heen naar Zijn einddoel: de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, de volkomen openbaring van Zijn Koninkrijk. Niets is er dus aan Zijn regering onttrokken. In het grote wereldgebeuren niet, in ons land niet, in onze kerk niet, in ons gezin niet, in ons persoonlijk leven niet.
Daarom moeten we zeggen dat God in alle dingen Zijn hand heeft.
En op grond hiervan belijden we dat niets bij toeval gebeurt. Maar dan komen de vragen: als God in alle dingen Zijn hand heeft, hoe zit het dan met het koolmonoxidedrama in Huizen en in de woning van de zus van mijn vrouw? Hoe zit het met alle ongelukken en al het kwaad dat er gebeurt, met de zonde, met de duistere wereld van de duivelen, met alles wat goddeloze mensen doen? Heeft God in al dit kwaad ook Zijn hand? Dan zegt de Bijbel: ja.
Niet meer geloven
Dat kunnen veel mensen niet rijmen, wij ook niet. Alleen, en dat is wel erg, veel mensen zeggen daarom dat ze niet meer in God, in zo’n God, kunnen geloven. Hoe komt dat? Velen hebben een verkeerd of een eenzijdig beeld van God. Ze denken: God is goed, God is liefde. Daarbij past geen God die Zijn hand ook in het kwaad heeft. Dat is niet met elkaar te rijmen. Een God die liefde is kan toch niet Zijn hand hebben in dat ongeluk, in die ziekte, in die aardbeving?
Velen hebben daarom het geloof de rug toegekeerd.
Toch lezen we in de Bijbel dat er geen kwaad in de stad is dat de Heere niet werkt (Amos 3:6). We lezen in Jesaja: ‘Ik formeer het licht en schep de duisternis; Ik maak de vrede en schep het kwaad, Ik de Heere doe al deze dingen’ (Jes. 45:7).
Zonde
God heeft Zijn hand dus in rampen, ongelukken, ziekten, maar hoe zit het dan met het punt van de zonde? De zonde gaat dan toch wel buiten God om? Dan zegt de Bijbel ook hier: neen. Ook in de zonde heeft God Zijn hand. ‘God laat de zonde toe’, zegt iemand. Nee, God laat de zonde niet alleen toe, maar Hij regeert er ook over, Hij heeft er Zijn hand in. Alle kwaad, tot zelfs de zonde toe, valt onder Gods beleid.
Verschillende teksten uit de Bijbel zou ik hier kunnen aanhalen (zoals Hand.2:23; 4:28; Ps.105:15; Jes.10: 5;
2 Thess.2:11).
Maar dan is de volgende vraag: wie is er dan verantwoordelijk voor de verkeerde dingen? Want God kan het kwade ook tegenhouden. God had de zondeval kunnen tegenhouden. Hij had die ongelukken kunnen voorkomen. Maar Hij deed en doet het niet. We durven de vraag nauwelijks te stellen, maar is God dan toch niet op de een of andere manier medeverantwoordelijk voor het verkeerde, voor het kwade?
Wanneer we met ons verstand te rade gaan, lijkt dat de enige conclusie. Maar wat zegt artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis?
Toch is God niet de bewerker van de zonde die gedaan wordt, en evenmin draagt Hij er de schuld van.
Volgende week: hoe kan Gods voorzienigheid troosten?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's