De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Negen taken voor gemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Negen taken voor gemeente

Kerk en Wmo [1]

7 minuten leestijd

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) heeft als doel iedereen in Nederland zo lang mogelijk mee te laten doen in de samenleving. Elke burgerlijke gemeente is daarom belast met negen taken. Gelden die taken en doelstellingen ook voor de kerkelijke gemeente?

De boodschap van de kerk heeft betrekking op het geestelijk leven van de gelovigen. Tegelijk heeft de kerk een boodschap aan de samenleving in zijn geheel. Dit om twee redenen.
Ten eerste geloven we dat de HEERE God de Schepper en Onderhouder is van de gehele aarde.
Ten tweede zijn de leden van de kerk ook leden van de maatschappij. Een gelovige is iemand die het geloof niet als een extra naast zijn algemene menselijkheid meedraagt (alsof het een hobby zou zijn).
Een gelovige is tot in de grond van zijn bestaan aangeraakt door de HEERE God en kan daarom niet gezien worden als mens, los van zijn of haar geloof. Aangezien kerkleden ook leden van de samenleving zijn, heeft de kerk wel degelijk een plaats in de samenleving.

Diaconale zorg
De diaconale zorg van de kerk heeft twee kanten. Het betreft in de eerste plaats de zorg voor en door de leden onderling. Als één lid lijdt, lijden allen mede (1 Kor.12: 26). Reeds in de eerste gemeente te Jeruzalem en ook tussen de gemeenten onderling zien we die onderlinge zorg gestalte krijgen en naderhand ook georganiseerd worden.
Daarnaast is er van meet af aan het besef geweest dat de grenzen van de gemeente niet de grenzen van de hulpverlening inhielden. Paulus leert goed te doen aan alle mensen.
‘Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goeddoen aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof.’ (Gal 6:10)
Waarom worden de huisgenoten zo apart genoemd? Dat heeft te maken met het volgende. Als een gelovige de wereld in trekt om goed te doen, dan komt hij in een wereld die niet eigen is aan de omgeving van de gelovige. De gelovige, die de wereld in trekt zal grote behoefte hebben aan een thuisfront om op terug te vallen. Dat heeft hij nodig om zowel geestelijk als materieel bij te kunnen komen, om niet ten onder te gaan in de ellende die hij of zij in de wereld tegenkomt. Vandaar de nadruk op die onderlinge relaties in de christelijke gemeenschap. Dat is geen gemeenschap die anderen uitsluit, maar juist een gemeenschap die de leden toerust om de wereld in te trekken en ook weer terug te komen, om uit te rusten en op adem te komen.

Navolging
Door de nadruk te leggen op de opbouw van de christelijke gemeenschap en het open oog voor hen die daarbuiten in nood zijn, leert de gelovige in het leven van alledag toe te passen, wat hij of zij leert in en van de relatie met Jezus Christus. De christen is geroepen tot navolging van Christus. In de navolging leren we de waarde en de ondergrond van ons geloof, onze band met Christus te verstaan, vast te maken en toe te passen in Gods schepping.
Navolgen is echter niet hetzelfde als nadoen. Wij hoeven en kunnen de Heere niet na te doen in alles wat Hij deed. Zijn werk en optreden is uniek. Op grond van Zijn werk en door de kracht van Zijn Geest mogen wij wel leven zoals Hij heeft opgedragen. We mogen goede werken doen uit dankbaarheid.
De taak van de kerkelijke gemeente hierin is de gelovigen te ondersteunen, samen te brengen en te leren de band met Christus op een juiste manier te onderhouden en toe te passen in het dagelijks leven.
De kerk die geen oog heeft voor de noden van de wereld, heeft geen oog voor de genade van de Heere.
Een kerk die geen oog heeft voor de genade van de Heere, heeft geen oog voor de werkelijke nood van de wereld.

Wmo-doelen
De overheid heeft het volgende doel gesteld ten aanzien van de Wmo: ‘Iedereen in Nederland moet zo lang mogelijk zelfstandig kunnen leven en wonen. En iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving. Dat geldt voor jonge en gezonde mensen. Maar ook voor ouderen en mensen met een handicap of beperking. Om dit te bereiken zijn goede wetten nodig.’
De kerk heeft bij de Wmo een eigen inbreng. De vraag is: ‘Gelden de doelstellingen voor de Wmo ook voor de kerkelijke gemeente?’
We vervangen ‘Nederland’ en ‘samenleving’ door ‘kerk’: ‘Iedereen in de kerk moet zo lang mogelijk zelfstandig kunnen leven en wonen. En iedereen moet kunnen meedoen in de kerk. Dat geldt voor jonge en gezonde mensen. Maar ook voor ouderen en mensen met een handicap of beperking. Om dit te bereiken is goed kerkelijk beleid nodig.’

Taken
De overheid heeft negen taken voor iedere burgerlijke gemeente opgesteld. Hoe zal het zijn als we deze negen taken direct van toepassing verklaren op onze kerkelijke gemeenten? Immers, daar waar wij op grond van deze doelstelling en taakvelden betrokken zijn bij de Wmo, daar zullen we onszelf afvragen hoe een en ander bij onszelf functioneert. Ik duid de negen taakvelden even aan en stel de vraag hoe deze functioneren in de kerk.
(1) De leefbaarheid van de gemeente vergroten.
Hier wordt nadruk gelegd op aantrekkelijke plekken waar mensen, jong en oud, elkaar kunnen ontmoeten. Hebben wij zulke plekken, waar gemeenteleden graag komen? Is er werkelijke ontmoeting?
(2) Jongeren en ouders ondersteunen.
Hier is het jeugdwerk en de catechese in het geding. Het gaat erom dat de jongeren de werkelijke waarde van het christen zijn in een niet-christelijke samenleving verstaan en leren hanteren. Hoe gaan wij als kerk om met ouders van jongeren in problemen? Denk aan verslaving, werkeloosheid, hangcultuur.
(3) Informatie en advies geven.
De gemeente geeft alle inwoners informatie en advies over de hulp en ondersteuning die ze kunnen krijgen. Is er in de kerkelijke gemeente een duidelijk adres waar mensen naartoe kunnen en wat voor hen vertrouwd is? Helaas is voor velen, ook in de kerk, de drempel zeer hoog om advies te vragen. Een band van vertouwen in pastoraat en diaconaat is van groot belang om de gemeenteleden die weg te leren gaan, waardoor zij werkelijk geholpen kunnen worden. Intensief onderling pastoraat is hierbij onmisbaar.
(4) Ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers.
Velen in de christelijke gemeente staan klaar om anderen te helpen en te ondersteunen. Vaak gaat dit vrijwel anoniem. Het is van belang dat de kerk oog heeft voor de pastorale en diaconale vrijwilligers. De oproep van Paulus in Galaten 6 komt hier weer terug. De vrijwilligers zijn de eerste huisgenoten die goede ondersteuning nodig hebben.
(5) Zorgen dat mensen met een beperking mee kunnen doen.
Hoe toegankelijk zijn wij als kerk voor mensen met een beperking?
Niet alleen de gebouwen moeten goed bereikbaar zijn, ook de activiteiten en groepen. Staan wij echt open? Dat valt lang niet altijd mee.
Laatst probeerde ik een gebarengesprek van enkele dove mensen te volgen. Dat lukte niet. Toen voelde ik me voor even beperkt. Ik realiseerde me hoe snel ikzelf anderen buitensluit zonder er erg in te hebben.
(6) Voorzieningen voor mensen met een beperking.
Denk hierbij aan een vervoersdienst, kerkradio, boodschappenhulp, een uitje, wandeling of middagje winkelen.
(7) Opvang voor mensen met problemen.
Veelal heeft de kerk geen eigen opvang. Is er wel een goede band met een instelling die opvang kan regelen als de nood aan de man is?
Kennen wij zulke instellingen?
Kennen zij ons?
(8) Openbare geestelijke gezondheidszorg.
Psychische begeleiding van gemeenteleden kan via PPT (Psycho Pastorale Toerusting) en/of door een verwijzing naar beroepskrachten. Ga niet zelf experimenteren, maar zorg ervoor dat er een goede band is met instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Tegelijk laten we de mensen die begeleid worden niet los. Men moet ook met een vertrouwd iemand over de behandeling kunnen praten.
(9) Zorg voor mensen met een verslaving.
In diverse regio’s van ons land zijn vertrouwde christelijke GGZ-instellingen, die op deskundige wijze omgaan met verslavingsproblematiek. Ook voorlichting en voorkomen van verslaving behoren tot de taak. Deze instellingen zijn zeer gebaat bij goede contacten met de plaatselijke kerken. En dat is wederzijds.

Opdracht
Het zou goed zijn als elke kerkelijke gemeente zich over deze negen deelvelden zou buigen. Daarbij zou ze zich moeten afvragen hoe de negen opdrachten functioneren binnen de eigen kerkelijke gemeenschap.
Daarnaast staat elke gemeente voor de vraag: ‘Welke bijdrage kunnen wij als kerk leveren in de gemeente waar wij gesteld zijn ten aanzien van deze negen taken?’
Juist het feit dat er in de gemeente een waardevast kapitaal is gelegd door het offer van Christus moet ons ervan overtuigen dat wij een zeer grote taak in de wereld hebben (naar J.H. Adriani, diaconaal voorman in de eerste helft van de vorige eeuw).

Volgende week: kansen voor de kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Negen taken voor gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's