De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Blij in verdrukking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Blij in verdrukking

Lijden voor Christus [3, slot]

6 minuten leestijd

Christenen moeten bereid zijn voor Christus te lijden. Lijden voor Christus is een voorrecht: het maakt ons één met Hem. Het heeft ook een doel: door beproeving en door oordeel maakt God mensen geschikt voor het ontvangen van Zijn heerlijkheid. Maar hoe moeten we lijden?

Hoe leven christenen het lijden voor Christus uit? 1 Petrus 4:12-19 laat ons zien hoe we moeten lijden.

Blijmoedig
We lijden ten eerste blijmoedig. In vers 13a staat: ‘Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus.’
Het belangrijkste dat gezegd wordt over hoe we moeten lijden, is: we moeten blij zijn.
Wat is de grond van die blijdschap?
Het verbonden zijn met Christus.
Te weten dat je bij Hem hoort, dat je, juist in je lijden, met Hem verbonden bent, dat geeft vreugde.
Tegelijkertijd is Petrus heel reëel.
Jazeker, in het midden van lijden mag er vreugde zijn. Maar die vreugde is nog niet volkomen.
Eerst staat er: ‘verblijd u in het lijden’; en dan staat erachteraan in vers 14: ‘opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen’. Dat is dubbelop, een sterke uitdrukking. We zijn nu blij. Maar de volkomen blijdschap krijgen we pas bij de wederkomst.
Hoe kun je nu blij zijn om het lijden? Ten eerste, omdat we dan heel in het bijzonder met Christus verbonden zijn. Ten tweede, omdat de Heilige Geest dan op ons rust.
Ten derde, omdat het oordeel over ons leven laat zien dat God ons behandelt als Zijn kinderen. En ten vierde, omdat we het vertrouwen hebben dat het lijden iets goeds uitwerkt in ons leven.

Vertrouwend
We lijden ook vertrouwend. Een andere manier om de blijheid in het lijden te voeden, vinden we in vers 19b: ‘laten ook zij die lijden naar de wil van God, hun zielen aan Hem, als de getrouwe Schepper, toevertrouwen’. We moeten het vertrouwen hebben dat de Heere goed is; dat Hij regeert; dat Hij het beste met ons voorheeft; dat Hij ons leven leidt; dat Hij ook ons lijden ons ten goede kan laten zijn.
Als we dat doen kunnen we inderdaad onze zielen toevertrouwen aan onze hemelse Vader. Dat vertrouwen is een belangrijke voorwaarde om blij te kunnen zijn in het lijden.

Goeddoend
We lijden daarbij goeddoend. Verderop in vers 19 staat hoe we onze zielen aan God toevertrouwen: ‘in het doen van het goede’. Lijden geeft ons niet het recht in onszelf te keren en verbitterd te worden tegen God en de wereld. Lijden geeft ons niet het recht maar af te wachten tot anderen ons helpen.
Ook als we zelf lijden, moeten we goed doen in deze wereld.
Pas kwam Vahik Abramian weer naar Nederland na een jaar vastgezeten te hebben in een Iraanse gevangenis vanwege zijn geloof.
Maar hij had niet opgegeven. Hij vertelde hoe hij doorging het Evangelie te vertellen, en hoe zelfs een cipier tot geloof kwam.

Kern
Na dit hele gedeelte uit 1 Petrus 4 doorlopen te hebben, is het duidelijk geworden dat we in vers 13 de kern vinden van Petrus’ onderwijs over het lijden: ‘Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen.’
Wat is het lijden? Gemeenschap aan het lijden van Christus.
Wat is het doel van het lijden? Delen in Zijn heerlijkheid.
Hoe moeten we lijden? Blij.

Vrijheid in Nederland
In Nederland hebben we maar weinig problemen vanwege ons geloof. Als etnische Nederlanders christenen beschimpen is dat bijna altijd omdat wij iets verdedigen. Soms zijn het wetten uit het christelijke verleden van Nederland. Soms zijn het voorrechten die we voor onszelf willen behouden.
Om het in het juiste perspectief te zien, is het belangrijk onderscheid te maken tussen een absoluut verbod – dat kan vervolging zijn – of een verbod om staatsmiddelen te gebruiken voor christelijke doeleinden. Dat laatste is geen vervolging, dat is ongemak.
Het argument dat het weigeren van subsidie aan christelijke organisaties de godsdienstvrijheid aantast, zou pas terecht zijn als algemene organisaties een regel hebben geen christenen in dienst te nemen.

Afstand tot de staat
Het gaat tot nu toe in Nederland zelden om de vrijheid van godsdienst, hoewel de discussie over het verbieden van de besnijdenis laat zien dat dat snel kan veranderen. Daarom is het belangrijk dat christelijke organisaties nu al zoveel mogelijk afstand tot de staat bewaren. De staat zal steeds meer via regels en via geldstromen de seculiere moraal bevorderen of zelfs proberen af te dwingen. Het erge is dat dat lukt. Als een organisatie eenmaal een regel aanvaardt (zoals ‘je mag geen ongehuwd samenwonenden weigeren’) om te voldoen aan overheidsregels, dan is het vrijwel zeker dat tien jaar later die norm inmiddels geïnternaliseerd is.
Ik ben er dan ook van overtuigd dat indien je als christelijke organisatie subsidie aanneemt, je daarmee op de lange termijn je geestelijke doodvonnis tekent. Een zo laag mogelijke organisatiegraad geeft de beste kans op zoveel mogelijk geestelijke vrijheid. Het is beter om die les zo snel mogelijk te leren dan om christelijke organisaties langzamerhand naar seculiere normen te laten vervormen.
Een bijkomend voordeel is dat christenen dan weer vaker de keuze zullen maken in niet-christelijke organisaties actief te zijn, en zo op een natuurlijke manier, en niet vanuit een bolwerk, in de maatschappij actief zijn.

Bedreigd
Toch komt ook in Nederland nu al lijden om de naam van Christus voor.
We hebben broeders en zusters met een moslimachtergrond die regelmatig bedreigd worden vanwege hun geloof, vaak door hun eigen familie.
Ik moet ook nog aan iets anders denken. Het verhaal gaat dat John Wesley op reis opeens bedacht dat hij al twee weken geen last had gehad van vervolging. Hij sprong onmiddellijk van zijn paard en ging in gebed om God te vragen of hij soms ongehoorzaam was. Een jongen die voorbijkwam, herkende Wesley, en hij begon met stenen naar hem te gooien. ‘Dank u, Heer!’ riep Wesley uit en hij sprong weer op zijn paard.

Radicaliteit
Als we de radicaliteit hadden van christenen met een moslimachtergrond, die offers gebracht hebben om Christus te volgen, zouden we dan meer vervolgd worden? Als we de radicaliteit van John Wesley zouden hebben, die – gelegen of ongelegen – het Woord verkondigde, zouden we dan meer vervolgd worden?
Ik denk erover na, en stel mezelf de ongemakkelijke vraag: ‘Missen we door onze eigen luiheid de zegen van het vervolgd worden?’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Blij in verdrukking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's