Ernst van de dood voorbij
Levenseinde [2b, tijdsbeeld]
De ernst van de dood, huiver voor het oordeel van God, troost door het geloof in Jezus Christus, het ingrijpende van het afscheid voorgoed verwaaien in mooie woorden over voortleven in de gesprekken, de gedachten en de harten van nabestaanden.
Marijke Helwegen, ’s lands icoon van de plastische chirurgie, wil gerecycled worden. Ze had de afgelopen maanden een hoofdrol in een commercial van Beter Horen, waar ze achter haar hoorleeftijd kwam. Op tv zag je haar parmantig bij de opticien wegstappen. Haar gevecht tegen het ouder worden heeft ze met veel plastische chirurgie en botox naar eigen zeggen nog steeds gewonnen. Misschien is haar hoorleeftijd ook echt beduidend jonger dan haar werkelijke leeftijd.
Ze liet onlangs in een interview weten hoe zij tegen de dood aankijkt. Ze is erg voor duurzaamheid en weet dat er veel aan haar lichaam versleuteld is en dat heel wat onderdelen kunnen worden hergebruikt. ‘Ik verdwijn met al het plastic dat ik in mij heb als eerste in de chemische afvalemmer. Je kunt plastics van mij maken en pvc is een wereldhandel’, somt ze op.
Ze deed jarenlang het pr-werk voor de privékliniek van een cosmetische arts. Waarom ze met haar 63 jaar dat nu niet meer doet, vertelt het interview niet. Het laat zich wel raden.
Moedwillig verbrand
Wat is er in vijftig jaar veel veranderd. Begraven werd steeds minder de taak van een hele gemeenschap.
Cremeren – bij ons in de negende eeuw afgeschaft door de komst van het christendom – kwam op door onvoldoende kennis van de bijbelse gegevens. Een sterfelijk mens, een ontluisterd lichaam dat kort tevoren met zoveel tere liefde werd verzorgd, wordt moedwillig verbrand.
De tere zorg zelfs voor een afgetakeld lichaam, dat toch een tempel mag zijn van de Heilige Geest, heeft plaats gemaakt voor ‘gebrek aan kwaliteit van leven’.
In een lobbyachtige toon maakt de NVVE-reclame voor het ‘op tijd regelen van je eigen euthanasie’. Een puber meisje hoort haar opa zeggen ‘dat ook hij heeft gekozen voor een tijdig eruit stappen’ en het meisje reageert met ‘het lijkt misschien gek, maar als het zover is, wil ik dat ook’. Ondertussen maakt een voice-over van de NVVE reclame voor haar nieuwste ‘wilsbeschikking’, ‘want waardig sterven, dat is doodnormaal’.
Keiharde vraagtekens
‘Ben ik klaar voor het afscheid’ (de oorspronkelijke betekenis van het woord euthanasie) en vooral: ‘Kan ik voor God verschijnen?’ – deze grote vraag zijn veel mensen kwijt.
Rouwadvertenties krijgen een steeds luchtiger toon. ‘En na de crematie heffen we een goed glas op onze Piet.’
Dat komt allemaal niet alleen doordat de band met God en Zijn Woord steeds losser werd. In de kerk zelf worden achter de ‘enige troost’ van Zondag 1, die ik ook graag op een kerkhof belijd, keiharde vraagtekens gezet.
Al jaren geleden viel ik in een discussie op een zaal in één van de ziekenhuizen in het westen van ons land. De dominee die vóór mij voor een andere patiënt was geweest, had zelf de discussie op gang gebracht. Ook hijzelf twijfelde aan een leven na dit leven, aan zoiets als een hel en een hemel. Dus werd nu ook van een volgende dominee de maat genomen.
Visies op de dood
Voor de Boekenweek 2003 gaf de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek een viertal essays uit: ‘Vier visies op de dood’. Bert Keizer, verpleeghuisarts, filosoof, schrijver en columnist bij Trouw, werkte eraan mee. Hij gaf zijn bijdrage de titel ‘Koud liggen’ en heeft geen enkele hoop op een leven na dit leven. ‘Het is onzinnig om te denken dat de ziel zich na de dood zou losmaken van het lichaam, zodat we de dood overleven. Die ziel zat er nooit in.’
Kristien Hemmerechts, een toonaangevende Vlaamse schijfster met een roomskatholieke achtergrond, gaf haar bijdrage de titel ‘Hotel Terminus’. Ook voor haar is met de dood alles voorbij. ‘De dood is het niets, het gat, de leegte; de dood is afwezigheid en absolute ontkenning; de dood is ondenkbaar en onvoorstelbaar…
De miljoenste macht van het getal nul blijft nul.’
Boudewijn Büch, die kort na het gereedkomen van zijn bijdrage ‘Zingende botten’ na een hartstilstand overleed, heeft het over ‘gedichten, dood en souvenirs’.
In één zinnetje laat hij iets van zichzelf zien: ‘de dood als poëtische toverformule (Achterberg), de dood als levensdoel (Path), de dood als dichterlijk beginsel (Rimbaud) en de dood als roes (Novalis) – dát is het doodgaan in de literatuur, waarmee ik mij het meest van alles heb beziggehouden’. Ook bij hem geen woorden over eeuwig leven, ook al citeert hij de dichter Achterberg meerdere keren.
Dominee
Wie zou verwachten dat voor dit boekenweekgeschenk ook nog een dominee gevraagd is om te vertellen hoe in de kerk der eeuwen de hoop en de verwachting van het eeuwige leven een bijbelse verankering heeft, komt bedrogen uit.
Als geroepen ‘dienaar van het Woord’ laat ds. Nico ter Linden weten dat voor hem ‘hel en hemel slechts beelden zijn, symbolen van een vrome fantasie dat we op ons aardse doen en laten zullen worden bevraagd en dat we bij God geborgen zijn’. Gelovigen die alles menen te weten over ‘the furniture of heaven and the temperature of hell’ (het meubilair van de hemel en de temperatuur van de hel) hebben volgens hem weinig begrepen van de beeldtaal van de Bijbel.
Voorbij de horizon
Als niet alleen van buiten, maar ook van binnen de kerk het bijbels licht op leven en sterven gedoofd wordt, worden allerlei kunstlichtjes ontstoken.
‘Het leven was mooi, er zat niet meer in.’
‘Plaatsmaken voor anderen is een echte vorm van naastenliefde.’
‘Een schip voorbij de horizon is niet weg, je ziet het alleen niet meer.’
‘Je leeft voort in de harten en de gedachten van allen voor wie jij goed bent geweest.’
‘Misschien kom je in een ander lichaam terug.’
Maar het nadeel van kunstlicht is dat het altijd door mensenhand moet worden brandend gehouden.
In zijn nieuwste boek Is God terug? roept prof.dr. A. van de Beek ons op tot een radicale terugkeer naar de Schrift ook op dit terrein. ‘Er ligt een matheid over het kerkelijke en geestelijke leven. De gloed en het licht zijn weg en als er onder de sintels ergens iets gloeit, zijn we al blij.
We moeten de kerk terugroepen tot de strengheid van de Schrift en de heiligheid van God.’
Hoogbejaarde
In vijftig jaar ging binnen en buiten de kerk veel verloren aan bijbels zicht op de dood als bezoldiging van de zonde en als doorgang tot het eeuwige leven dat Gods kinderen wacht. We verloren veel van de stijlvolle gewoonten rond een christelijke begrafenis, ook al wonnen we aan het meer persoonlijke en minder clichématige.
We zullen de weg terug – in werkelijkheid is dat een weg vooruit – moeten gaan. Langs die weg zullen we ook de troostrijke woorden boven het afscheid van een hoogbejaarde weer gaan begrijpen en beamen.
De laatste trap op tree voor tree
en Jezus ging steeds met haar mee
toen zij Hem om hulp moest vragen
heeft Hij haar het laatste stuk gedragen.
Hij droeg haar naar Zijn heerlijkheid
waar niemand huilt, waar niemand lijdt.
Daar kan zij zingen zonder pijn:
‘’k zal dan gedurig bij U zijn’.
Volgende week: waar zijn onze doden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's