De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Vanwege de Stichting Pieterskerk Leiden verscheen een fraai boek over de bouwgeschiedenis, inrichting en gedenktekens van het godshuis: De Pieterskerk in Leiden (uitgave Wbooks). Twee fragmenten:

• Over de overgang naar de Reformatie (uit een publicatie van A. Mulder in 1903/1904):
Oorspronkelijk dan werd de kerk gebruikt voor de godsdienstoefeningen der Hervormden en beantwoordde dus nog eenigzins aan haar doel, maar weldra, toen Leiden in nood verkeerde en het beleg voor de stad geslagen was, zou zij dienst doen voor gansch andere doeleinden. Zoo lezen wij, dat reeds den 15den December 1572 de St. Pieterskerk vol soldaten lag, zoodat wij gerust kunnen aannemen, dat dit eertijds zoo schoone gebouw door baldadigheid van het woeste krijgsvolk, door het stoken van vuren, het stallen wellicht van paarden enz. in een toestand gebracht is, die niet behoeft onder te doen voor dien van eenige jaren terug tijdens de beeldstormerij en welker treurige gevolgen thans nog aan gewelven enz. zichtbaar zijn.
Aangezien er gegronde vrees bestond voor een belegering door de Spanjaarden, hetgeen dan ook tusschen 31 October 1573 en 21 Maart 1574 heeft plaats gehad, werd de stad vooraf geproviandeerd en werden de drie hoofdkerken van Leiden tot voorraadschuren verlaagd. Tijdens het tweede beleg van 25 Mei tot 3 October 1574, dat in de geschiedenis van ons land algemeen bekend staat om zijne hevigheid en door de bange dagen van honger en ellende, die de inwoners hebben doorworsteld, werden deze kerken wederom door de overheid benut en werden daarin vleesch, brood, beschuit en andere levensmiddelen verkocht en aan behoeftigen uitgereikt.
Eerst op den 9en October, toen de stad door Willem van Oranje ontzet was, kon de St. Pieterskerk wederom aan hare bestemming beantwoorden, want de admiralen en het scheepsvolk die het uitgehongerde Leiden ontzet hadden en thans van levensmiddelen voorzagen, togen vereenigd met de verheugde stedelingen gezamenlijk naar de St. Pieter om door gemeenschappelijk gebed en gezang den Heer dank te zeggen voor de verlossing der stad uit de handen der Spanjaarden.

• Over misstanden gesproken:
De klops of het klopje zou van oudsher een nonnetje of begijntje zijn geweest.
Bij het laatste passen de vermeende bezigheden het best. Het klopje verrichte hand- en spandiensten aan de pastoors en later dominees, hield toezicht op het reilen en zeilen binnen het kerkgebouw en functioneerde in dat geval als assistent van de koster. De klopjes hielden dus orde in de letterlijke zin, zorgden ervoor dat het gebouw ordentelijk en schoon bleef. Dat was wel nodig, want de kerk was vrij toegankelijk, ook voor lieden die er niet kwamen om te worden gesticht. Niet alleen konden verveelde pubers er hun gang gaan, zoals Johannes Staarling en Pieter Nisius, die in 1689 eerst de collecte belachelijk maakten, toen de begrafenisrituelen en vervolgens een jongetje treiterden. Toen de ouders van het jongetje, woonachtig in een van de huisjes die rond het koor waren gebouwd, verhaal kwamen halen, maakten ze de moeder uit voor hoer en verkochten de vader een klap voor zijn hoofd zodat hij bloedde uit neus en mond. Maar het kon nog erger. Bij de deuren onder het orgel was blijkbaar een tippelzone. Incidenteel werden er in de kerk niet alleen klanten geworven, men deed het er blijkbaar ook. Tijdens haar proces werd Sara van Eijk
gevraagd of het waar was dat ze zich tijdens de avonddienst in de Pieterskerk liet bekennen op de bank waar de Latijnse jongens zaten. In 1755 daagde een vader een vrouw voor het Gerecht die zijn dochter had beledigd door te roepen: ‘Juijluij houwet met de studenten,… je hebt er vijf en twintig guldens verdient in de Pieters kerk daer waggies op en dan na de Pestlaen daer waggies weder op.’ Gebruikelijk was het echter om de geslachtsdaad tegen de buitenmuren van de kerk te verrichten. De vraag is of de klopjes wel echt konden optreden tegen dergelijke misstanden, ze misten immers elk gezag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's