Nadenken over eigen sterfdag
Levenseinde [5, slot, praktische voorbereiding]
‘Regel de zaken van uw huis, want u zult sterven en niet leven.’ De boodschap van de Heere voor de ernstig zieke koning Hizkia is duidelijk. Als de Heere tijdens ons leven nog niet is teruggekomen, is ook onze sterfdag zeker. Zijn dan de zaken geregeld?
Vreemd eigenlijk: voor een bruiloft of jubileum zijn we weken, meestal maanden van tevoren druk bezig. Maar nadenken over de eigen sterfdag schuiven de meeste mensen voor zich uit. Niet iedereen krijgt echter, zoals koning Hizkia, een ziekbed.
Wie gelden de woorden níet die Jesaja namens zijn Zender sprak?
‘Regel de zaken van uw huis, want u zult sterven.’
De belangrijkste vraag in ons leven is of we kúnnen sterven. Is ons leven met Christus verborgen in God? Die geestelijke voorbereiding op ons sterven staat bovenaan. Tegelijk dragen we dragen ook verantwoordelijkheid voor de praktische voorbereiding. Het is belangrijk dat nabestaanden weten hoe wij het na ons sterven hebben willen. Bovendien helpen wij hen daarmee in een verdrietige tijd.
Daarom is het goed om op papier te zetten hoe je de zaken geregeld wilt hebben en aan je familie te laten weten waar dit document is opgeborgen. Wilsbeschikkingen om zelf in te vullen zijn gemakkelijk te vinden en te downloaden via internet en verkrijgbaar bij begrafenisondernemingen.
---
Mevrouw J.H.D. van Baaren (71 jaar) stelde onlangs samen met haar predikant de liturgie op voor de rouwdienst die gehouden zal worden voorafgaand aan haar begrafenis. Ze is ernstig ziek en wordt verzorgd in een zorgcentrum in Rhenen. Elke dag verwondert zij zich over de genade en trouw van de Heere en ze getuigt blijmoedig van de hoop die in haar is. ‘Dat heb ik niet van mezelf hoor, dat is me geschonken.’ Twee jaar geleden mocht zij in Kesteren, de gemeente waar ze kerkelijk meeleeft, openbare belijdenis van haar geloof afleggen. Nu een ernstige ziekte haar lichaam afbreekt, wil ze graag de laatste dingen zelf regelen. Ze stelde de rouwdienstliturgie op en legde vast welke liederen er gespeeld moeten worden bij het binnendragen en uitdragen. Ze laat het briefje zien.
Confronterend? ‘Ik had er geen moeite mee. We hebben ook de bijbeltekst en het thema voor de meditatie uitgekozen.’ In haar ogen licht de glans van de verwachting van Psalm 73: ’k Zal dan gedurig bij U zijn.
---
Anne-Marie Schep-Versluijs uit Barendrecht (40 jaar, getrouwd, moeder van drie en pleegmoeder van twee kinderen) was 22 toen ze haar laatste wil vastlegde. ‘In die tijd verongelukte er in onze omgeving een vader en moeder; ze lieten twee kinderen na. Ook overleed er een zwager op jonge leeftijd. Dat zet je aan het denken. We lieten bij de notaris een testament opmaken.
Daarin regelden we financiële zaken, maar ook wie er de voogdij over de kinderen zou krijgen als mijn man en ik samen zouden wegvallen. Verder zetten we op papier hoe we de zaken rond de begrafenis geregeld willen hebben.
Het is goed dat regelmatig te herlezen: omstandigheden kunnen wijzigen en je kunt over bepaalde zaken anders gaan denken. Ik kies in ieder geval voor nachtkleding en wil absoluut mijn bril niet op. Het is een slapen tot de wederopstanding.’
Over de invulling van de rouwdienst: ‘De Heere moet centraal zijn, Hij moet verheerlijkt worden. Liever niets over mij.’
---
Ook A. van Ballegoijen (67 jaar) uit Opheusden heeft zijn laatste wens op papier vastgelegd en wil daar wel iets over vertellen. Met de kanttekening: ‘Het moet niet míjn verhaal worden. Maar als ik mensen kan helpen door erover te praten, doe ik dat graag.’
Van Ballegoijen maakte een heftige tijd door toen hij te horen kreeg dat hij darmkanker had. ‘Toen ik geopereerd was en weer wat opknapte, heb ik besloten de dingen rond mijn levenseinde praktisch te regelen. Niet om nog over mijn graf heen te willen regeren. Maar om anderen te helpen, zodat ze daar straks in een spannende tijd niet mee zouden zitten.’ Hoe is het om daar concreet mee bezig te zijn? ‘Je wordt bepaald bij de eindigheid van je leven. Het is confronterend. Geen somberheid, wel realiteit. Ik heb mijn vrouw er ook in betrokken en alles in een blocnote opgeschreven.’
Van Ballegoijen is heel concreet. In welke kleding wil hij begraven worden? ‘Vroeger kreeg je bij je uitzet een doodshemd mee. Tegenwoordig worden mensen vaak begraven in gewone kleding. Maar dat wijst op het aardse. Nachtkleding verwijst ernaar dat we als gelovige in Christus ontslapen. Voor een vrouw heeft een nachthemd mijn voorkeur, maar voor een man? De pyjama’s van tegenwoordig vind ik niet zo geschikt. Daarom zou ik zelf kiezen voor een wit overhemd met stropdas. Maar dat is persoonlijk. Je moet daar voor een ander geen principiële gevolgtrekkingen uit maken.’
Over de keus voor een begrafenisondernemer moet je van tevoren nadenken. En ‘een actuele adressenlijst moet klaarliggen’. De tekst voor de rouwkaart ‘kun je natuurlijk nog niet opstellen, maar je kunt er wel over nadenken of je een bijbeltekst erop wilt hebben, en welke.
Voor mij is dat 2 Korinthe 12:9: ‘Mijn genade is u genoeg’.
Het condoleren zou ik graag op de avond voor de begrafenis willen, in de aula. Thuis is een heel gedoe. En dan kan de overledene zo lang mogelijk thuis blijven. Als er gelegenheid voor is, is het goed om thuis op te baren. Dat is goed voor de rouwverwerking, zeker ook voor de kleinkinderen. De familie kan met elkaar rouwen.’
Wat betreft de kist en het graf zegt hij: ‘Zo sober mogelijk.’ Van Ballegoijen wil graag vanuit de kerk begraven worden. ‘Het is hier niet de gewoonte, het gebeurt vrijwel alleen bij de burgemeester en de dominee. Maar voor een gewoon gemeentelid kan dat evengoed. Ik wil het ook niet uit hoogmoed, maar ik heb hier veertig jaar onder het Woord mogen zitten, onze kinderen zijn hier gedoopt. Ik mocht dertig jaar voorzitter van de kerkvoogdij zijn. Dan hoort de kerk er toch helemaal bij. Wat mij betreft kan de kist in de kerk staan, maar het Woord moet natuurlijk tot de levenden gepredikt worden.’
Van Ballegoijen dacht ook na over wie zullen dragen. ‘Van mij mogen dat de kinderen zijn. Mijn vrouw heeft dat liever niet, omdat de echtgenotes dan alleen lopen. Daar zit ook iets in. Ik zou het fijn vinden als de collega-kerkvoogden/notabelen het zouden doen, dat gebeurt vaker.’
Hij citeert nog een uitspraak van Luther: ‘Wij moeten werken alsof we altijd zullen leven, wij moeten leven alsof we morgen zullen sterven’.
Alle reden dus om je zaken te regelen.
---
Is het nodig je zo praktisch voor te bereiden op je begrafenis? Er zijn ook mensen die het regelen met een gerust hart overlaten aan de nabestaanden. Een van hen is L. Kleine (82 jaar) uit Hollandscheveld. Het is bijna vijf jaar geleden dat hij afscheid moest nemen van zijn lieve vrouw.
Kleine vindt het moeilijk over deze dingen te spreken. ‘Het verdriet is misschien iets minder geworden, maar het gemis groter.’ Kleine leerde zijn vrouw kennen op de belijdeniscatechisatie. Na een huwelijk van ruim 47 jaar, stierf zij, 72 jaar oud. Ze mocht geloven dat sterven voor haar winst zou zijn. Kleines ogen stralen: ‘Ik ben ervan overtuigd dat zij het nu veel beter heeft dan ik. Maar ik mis haar elke dag.’ Het echtpaar Kleine zag de sterfdag naderen en sprak daar samen over. ‘We wisten van elkaar dat we de troost mochten vinden bij die Ene. Mijn vrouw had zelf gezorgd voor de kleding waarin ze begraven wilde worden. En ze vertrouwde erop dat de kinderen na haar sterven voor papa zouden zorgen. En dat doen ze!’
Een paar weken voor haar sterven, spraken ze met de dominee over de rouwdienst. Mevrouw Kleine wees erop dat daarin moest doorklinken dat het zoeken van de dingen van Gods Koninkrijk en het leven met de Heere voorrang moeten hebben. In de rouwdienst, waarin op haar verzoek 2 Korinthe 5:1 centraal stond, mocht alleen God de eer ontvangen. Voor zijn eigen begrafenis heeft Kleine niet alles gedetailleerd geregeld.
‘In mijn psalmboekje ligt wel een papiertje met daarop wat psalmen voor de rouwdienst. Psalm 68 onder andere. Verder laat ik de dingen aan de kinderen over, zij weten wel hoe ik het hebben wil.’ Kleine vertelt nog over het sterfbed van zijn moeder.
‘We zaten met z’n allen rond de tafel. Een uur voor haar sterven begon ze te zingen: ‘Nu jaagt de dood geen angst meer aan’. Ook moeder was bereid om te sterven.’
A. Tukker-Versluijs uit Kesteren is freelance journalist.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's