Door Simon gezien
Opgestane neemt verwarring om lege graf weg
‘Christus is verrezen!’ Zo klinkt het in de paasnacht veelvuldig uit de mond van de oosters-orthodoxe priester. Steevast luidt het antwoord van het kerkvolk dat zich bij de kerk heeft verzameld: ‘Hij is waarlijk verrezen!’
De ceremonie herinnert ons aan de geschiedenis van de Emmaüsgangers. Vol van hun ontmoeting met de opgestane Heere keerden zij terug naar Jeruzalem. Elf discipelen en enige anderen begroetten hen met de woorden: ‘De Heere is werkelijk opgestaan en is door Simon gezien.’
Het eerste deel van deze begroeting wordt jaarlijks bijna letterlijk herhaald tijdens het paasfeest, maar de woorden ‘en is door Simon gezien’ blijven achterwege. Dat is op zichzelf genomen wel te begrijpen, omdat Christus’ opstanding uit de doden met Pasen centraal dient te staan.
Daarbij moeten we echter niet uit het oog verliezen dat dit heilsfeit mede bekend werd, omdat Simon en anderen de Opgestane hebben gezien. Hun getuigenis vormt dan ook één van de twee pijlers voor óns geloof dat de Heere Jezus uit de doden is opgestaan. De andere is het bericht dat het graf waarin Hij werd gelegd leeg was.
Verwarring
Misschien had alleen het lege graf wel voldoende kunnen zijn om te verkondigen dat Jezus Christus de opgestane Heere is. Hij had immers Zelf vóór Zijn sterven tegen Zijn discipelen gezegd dat Hij na drie dagen uit de doden zou opstaan. Wie de evangeliën leest, ziet echter dat de discipelen en de vrouwen die Hem jarenlang hebben gevolgd bij de aanblik van het lege graf in totale verwarring raken.
De evangelist Johannes is de enige die bij het zien ervan geloofde, zo vertelt hij zelf. Petrus, zo voegt hij eraan toe, verlaat het daarentegen met verbazing. Maria Magdalena is verdrietig, omdat zij meent dat het lichaam van haar Heere is weggenomen.
Uit het evangelie naar Lukas blijkt dat ook de eerdergenoemde Emmaüsgangers zich geen raad weten met het lege graf. De Heere zegt immers tegen hen: ‘O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?’
Drie jaar lang had Jezus het aan Zijn volgelingen proberen te vertellen, maar Zijn onderwijs hadden zij blijkbaar niet paraat.
Misschien lag het aan het moment en hadden zij midden in alle consternatie hun gedachten nog niet op orde. Hadden zij later, eenmaal van de schrik bekomen, in alle rust alles weer op een rij kunnen krijgen? Het geloof begon immers bij Johannes ook reeds te dagen.
Zekerheid
Wij hoeven ons niet meer af te vragen wat er gebeurd zou zijn als het alleen bij het lege graf was gebleven, omdat Christus na Zijn opstanding aan Zijn discipelen en vele anderen is verschenen. Hij nam zo alle angst en verwarring bij Zijn volgelingen weg. De twijfel maakte bij hen plaats voor zo’n grote zekerheid, dat zij sindsdien de boodschap van de opstanding des Heeren met overtuiging hebben gebracht.
Het Evangelie van Christus’ verrijzenis kwam en komt tot ons, omdat mensen die het lege graf ontdekten, in de verwarring die dat teweeg bracht, de Heere in levenden lijve hebben gezien.
Hun getuigenis van het lege graf en de verschijning van de Heere dringt er bij ons op aan om te geloven dat Jezus Christus onze Heere en Zaligmaker is, omdat Hij is opgestaan uit de doden.
Bewogenheid
De verschijningen van de Heere na zijn opstanding hebben ook nog op een andere manier betekenis voor ons geloof in Hem. Zij tonen ons namelijk de herderlijke bewogenheid van de Heere met Zijn kudde. Het lege graf had wellicht voldoende kunnen zijn. De schapen raken er echter door in verwarring en weten niet wat zij ermee aanmoeten.
Zij dolen rond over de aarde en weten niet waar zij het moeten zoeken.
De Goede Herder spreekt hun er bij sommige ontmoetingen na Zijn opstanding op aan en verwijt hun daarbij hun ongeloof. Hij komt hun echter in hun ongeloof te hulp door Zich als de Opgestane aan hen te tonen. Wij lezen dan ook dat de discipelen zich verblijden als Hij in hun midden verschijnt en tot hen spreekt: ‘Vrede zij u!’
Hij vertroost Zijn schapen die de weg kwijt zijn en zet hen weer op het goede spoor. Hij doet hun zo weer neerliggen in grazige weiden. Hij voert hen zachtjes naar zeer stille wateren en verkwikt hun ziel. De Goede Herder neemt de verwarring weg die er met betrekking tot het lege graf is ontstaan.
Relatie
Daarnaast toont Zijn verschijning als de Opgestane ook nog op een andere wijze Zijn pastorale bewogenheid. Hij zoekt Thomas op, die halsstarrig vasthoudt aan zijn ongeloof. Hij was er niet bij toen Jezus na Zijn opstanding voor de eerste keer in het midden van Zijn discipelen kwam. Het ongeloof van Thomas wordt daardoor verbroken.
De Heere verschijnt aan de Zee van Tiberias.
Dan blijkt Hij met name Petrus op het oog te hebben, die Hem tot driemaal toe had verloochend, terwijl Hij werd berecht door het Sanhedrin. De Heere versterkt de relatie met Zijn discipel en geeft Petrus de opdracht om Hem te volgen.
Ten slotte moeten wij hier de apostel Paulus noemen. De Opgestane verschijnt weliswaar na Zijn hemelvaart aan hem, maar dat is voor de apostel geen bezwaar om die gebeurtenis in 1 Korinthe 15 in één adem te noemen met de verschijningen aan Petrus en de andere apostelen. Hij schrijft dat de Heere als laatste ook aan hem is verschenen met alle radicale gevolgen van dien. Een vervolger van de gemeente ontving namelijk genade en werd behouden door het geloof in Jezus Christus.
Bovendien werd hij een apostel die vol ijver de mensen bewoog om in de opgestane Heere te geloven. Een verlorene werd gered, omdat de Opgestane aan hem verscheen toen hij zijn dwaalweg bewandelde.
Rechte spoor
Zo verzekeren de verschijningen van de Heere Jezus niet alleen dat Hij werkelijk uit de dood is opgestaan, maar ook dat Hij als Goede Herder om de Zijnen bewogen is. Als gelovige mag je daardoor weten dat Hij ook jou weet te vinden, waar je ook weidt. Al ben je verstrikt geraakt in verwarring en ongeloof, de Opgestane bekommert Zich om je.
Hij zoekt ons in Zijn genade op om ons weer op het rechte spoor te brengen. Dat is het spoor van het geloof dat Jezus Christus werkelijk is opgestaan uit de dood en leeft als de goede Herder door Wie wij ons moeten laten leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's