Gereformeerd en missionair
Licht op Zuid in Rotterdam past uitingsvorm aan
Het missionaire project Licht op Zuid in Rotterdam wil vanuit de gereformeerde traditie het evangelie uitdragen in de wijk. ‘Dat betekent dat de leer die wij verkondigen hetzelfde is als van de Maranathakerk, maar dat wij ons in onze uitingen aanpassen aan de doelgroep.’
In 2010 startte het missionaire project met twee alphacursussen. Eén daarvan werd in de Maranathakerk gehouden, de andere in een buurtcentrum. Er waren zo’n dertig deelnemers in totaal. Maar volgens missionair werker Wietse Wigboldus bleek het lastig om die mensen ook vast te houden. ‘Iemand ging bij haar moeder langs in Suriname en was een halfjaar weg. Er zijn er die zeggen: ‘Ik blijf bij mijn oude geloof.’ Sommige mensen verdwijnen ook zomaar. Die verlaten hun woning en dan kloppen hun contactgegevens niet meer. Zulke dingen zijn niet te voorkomen.’
Achteraf vindt Wigboldus wel dat ze in de opstartfase ‘te veel achter de feiten aanliepen’. ‘De start was snel. Dat heeft een nadeel.’
Eigen cursus
De alphacursus was geen blijvertje. Wigboldus legt uit dat die te weinig paste bij het ‘theologisch profiel’ van de Maranathakerk. Bovendien werden belangrijke thema’s, zoals de vraag ‘wie is Jezus?’, daarin voor veel deelnemers te snel behandeld.
Daarom ontwikkelde het missionaire project Licht op Zuid een eigen cursus. Deze kennismakingscursus is eigenlijk een bijbelcursus. Tijdens tien avonden en een weekend komen de deelnemers samen.
Twee onderwerpen die in de alphacursus ontbreken zijn toegevoegd.Het eerste is: God en het bovennatuurlijke. Wigboldus: ‘In deze wijk is veel occultisme, veel bijgeloof.
Dat is voor veel mensen echt heel erg relevant.’ Als voorbeeld noemt hij een weduwvrouw die de stem van haar man weer wilde horen en daarom naar een medium wilde gaan: iemand die pretendeert met geesten in contact te staan.
Relaties is een ander thema dat aan de cursus is toegevoegd. ‘Er is veel gebrokenheid in deze wijken, juist als het gaat om relaties’, aldus de missionair werker.
Licht op Zuid gebruikt niet alleen Nederlandse bijbels. Er zijn ook bijbels in het Arabisch, Farsi en Spaans. Wigboldus vindt het mooi om te zien dat mensen zelf met de Bijbel aan de slag gaan. Op de kennismakingscursus zijn zo’n tien à vijftien mensen aanwezig. Uit de opvang voor de kinderen, die daarnaast plaatsvond, is een soort kinderbijbelclub ontstaan.
Naast de kennismakingscursus bestaan ook bijbelstudiekringen waar een bepaald bijbelboek centraal staat.
Kringen
De kringen van Licht op Zuid volgen een vast stramien. De start is ’s avonds om zeven uur met een maaltijd. Kwart voor acht begint de bijbelstudie. Daarbij wordt een methode gebruikt die erop gericht is om samen met de Bijbel aan de slag te gaan.
Drie vragen komen daarbij aan de orde. De eerste is: Wat zijn de punten die je begrijpt? Wigboldus: ‘Het kan heel verrassend zijn waar ze mee komen. Ze snappen vanuit hun culturele achtergrond sommige gelijkenissen veel beter dan wij.’ De tweede vraag is: Wat vind je moeilijk? De zaken die mensen als moeilijk ervaren, worden dan besproken.
In de derde plaats wordt samen gebeden. ‘De gedachte leeft dat God liever luistert naar iemand die mooi kan bidden. Als mensen het idee hebben dat er iemand aanwezig is die mooier kan bidden dan zij, zullen zij niet gauw een gebed doen. Daarom wordt een kringgebed gedaan, zodat ieder die dat wil de gelegenheid krijgt om zelf te bidden.’
Om half tien is de kring afgelopen, zodat mensen die kinderen hebben niet te lang van huis zijn.
Zondagse samenkomst
Een belangrijke activiteit van Licht op Zuid is de zondagse samenkomst. Aanvankelijk vonden die eens per maand plaats, inmiddels is dat eens per twee weken. De samenkomst begint ’s middags om één uur en duurt tot half drie.
Daarna is er een gezamenlijke maaltijd. Wigboldus: ‘We hebben veel ruimte gekregen van de kerkenraad met betrekking tot de liturgie.’ Die ruimte betreft onder meer de bredere liederenkeuze. Er worden veel liederen gezongen, zowel in het Nederlands als in het Engels. Ook wordt een gedeelte uit de Bijbel uitgelegd. Dat gebeurt meestal door iemand van de leiding, altijd een man.
De laatste maanden zijn er ongeveer 35 mensen bij de samenkomst aanwezig. Volgens de missionair werker zijn ongeveer vijftien van hen echt buitenkerkelijk. De overigen zijn mensen van de leiding en andere gemeenteleden die bij Licht op Zuid betrokken zijn.
Gereformeerde identiteit
Het werk van Licht op Zuid is niet zonder vrucht, aldus Wigboldus. Terwijl hij wijst naar een blok woningen dat vanuit de kerk te zien is, vertelt hij van een boeddhistische buurtbewoner die tot verandering is gekomen. Eerst kantte hij zich fel tegen het christelijk geloof, maar naderhand kwam daar verandering in. Zodanig zelfs dat hij al zijn boeddhistische spullen het huis uit deed, omdat hij voelde dat zijn boeddhistische levenswijze niet kon samengaan met het volgen van Jezus.
Wigboldus ervaart de gereformeerde identiteit van de Maranathakerk niet als een belemmering om missionair bezig te zijn. ‘Als Licht op Zuid weten wij ons verbonden aan de gereformeerde traditie, maar in onze uitingen passen wij ons aan de doelgroep aan. Wat ik waardeer in de gereformeerde traditie is de grootheid van God. Het geeft rust dat wij geen mensen kunnen bekeren maar dat God dat moet doen. En als wij mensen uit het oog verliezen dan hoeft God dat nog niet te doen.’
Wigboldus stelt vast dat veel wijkbewoners het idee hebben dat ze van alles moeten doen om zalig te worden. De leer dat God uit genade zalig maakt, is voor hen heel bevrijdend. Het is daarbij zijn ervaring dat het voor mensen uit andere culturen meestal heel belangrijk is dat je kunt aangeven wat je afkomst is, tot welke traditie je behoort. Dat verwachten zij ook van christenen.
Licht op Zuid wil een multiculturele gemeenschap zijn, omdat de wijk multicultureel is. Praktisch krijgt dit onder andere hierin gestalte dat tijdens maaltijden geen varkensvlees wordt gegeten om moslims niet voor het hoofd te stoten.
Oproep
Wigboldus zou het mooi vinden als meer christenen in deze wijken zouden gaan wonen. Zelf doet hij dat ook, samen met zijn vrouw. Tot grote tevredenheid van beiden.
‘Mijn vrouw heeft vanaf dag één iedereen gegroet. Je ziet van die groepjes jongens die er best bedreigend uitzien. Maar die zeggen heel beleefd: ‘Goedendag, mevrouw’. Zo laten ze zien dat ze je accepteren.’
De missionair werker roept Gereformeerde Bondsgemeenten ertoe op om missionair actief te zijn.
‘Deze gemeenten hebben een grote theologische rijkdom en daarnaast hebben ze vergeleken met andere kerken nog veel mensen en geld. Daardoor kunnen ze een verschil maken.’
---
Kerkplanting vereist nieuwe manier van denken
Buitenkerkelijken willen bereiken met het Evangelie is een mooi ideaal. Maar wat zit eraan vast voor een bestaande gemeente? Wat doet het stichten van een nieuwe gemeente bijvoorbeeld met de moedergemeente?
Waar moet een kerkelijke gemeente op bedacht zijn wanneer kerkplanting in beeld komt? Theo Visser, die zich als directeur van de organisatie International Church Plants bezighoudt met vragen rond kerkplanting, is daarin stellig. ‘Als je begint aan kerkplanting laat het dan zijn in een proces van ontspanning en rust.’
In de periode dat hij voor de ICFgemeente werkte, ontdekte hij dat bij kerkplanting allerlei processen op gang komen. ‘Leden van bestaande kerken hebben vaak twee schuldcomplexen. Zij vinden dat zij te weinig doen aan stille tijd. En zij vinden dat zij te weinig missionair bezig zijn.’ Het gevolg is volgens Visser dat zij vanuit een schuldgevoel aan de slag gaan.
‘Daarbij worden anderen de maatstaf voor wat iemand meent te moeten doen.’
Visser waarschuwt dat daardoor ‘gemakkelijk een hijgerige sfeer’ ontstaat. Om dat te voorkomen vindt hij het belangrijk dat de gemeente eerst ‘het hart van God en het hart van elkaar zoekt’, zodat het werk van God en wat dat betekent voor de roeping van de gemeente hier en nu centraal staat.
Doelgroep
Visser wijst erop dat goed moet worden gelet op degenen die het werk doen. ‘Vraag regelmatig: ‘Hoe gaat het met je?’ Investeer veel in de medewerkers.’ Daarnaast zal het besef van Gods genade ontspanning geven. Visser: ‘Pas preekte ik over Mattheüs 28: Gaat heen, maak al de volken tot Mijn discipelen. Het viel me op dat er in de grondtekst eigenlijk staat: terwijl je gaat. Het gaat dus niet om het doen van bijzondere dingen, die helemaal niet bij je passen.’
In zijn werk als gemeentestichter is het Visser opgevallen dat het voor kerkmensen moeilijk is om out of the box te denken. Het blijkt lastig te zijn om te werken vanuit de vraag: wat heeft de doelgroep nodig? ‘Dan denken mensen bijvoorbeeld dat een orgel en psalmen niet bij hun doelgroep passen en gaan ze opwekkingsliederen zingen. Maar wie zegt dat die wel bij de doelgroep passen?’
Nieuw initiatief
Wanneer een gemeente buitenkerkelijken wil bereiken, is het dan een optie om de bestaande gemeente meer missionair te maken?
Visser: ‘Ik ken geen voorbeelden waar dat echt is gelukt in die zin dat op grotere schaal mensen van buiten de gemeente christen zijn geworden. Voor leden van de bestaande gemeente blijkt het lastig te zijn om te wennen aan andere vormen. En voor degenen die wel graag zien dat dingen veranderen gaat het misschien niet ver genoeg. Zo krijg je twee ontevreden groepen in je gemeente. Het is beter om onder je eigen dak, op zondag of door de week, samenkomsten te beginnen die helemaal gericht zijn op buitenkerkelijken. Wil je de mensen echt bereiken, dan moet je het net aan de andere kant uitwerpen.’
Maar ook dan bestaat de mogelijkheid dat een nieuw initiatief mensen trekt die zich niet thuis voelen in een gemeente waar het gereformeerd belijden de toon aangeeft, en die juist daarom iets anders willen. Voor hen zal het teleurstellend zijn als ook in samenkomsten voor buitenkerkelijken dezelfde kerkelijke lijn wordt gehanteerd als in de moedergemeente.
Visser: ‘Om te voorkomen dat dergelijke dingen gaan spelen, is mijn advies om van degenen die zich voor het nieuwe initiatief willen inzetten te vragen dat zij zich inzetten voor de missie: het bereiken van buitenkerkelijken. Want dat is waar het om moet gaan.’
Motto
In zijn contacten met kerken valt Visser op dat veel mensen bezig zijn met de missionaire roeping van de kerk. ‘De vraag hoe buitenkerkelijken bereikt moeten worden, leeft echt. Ik zou de kerken graag het motto van de zendeling William Carey willen meegeven: Verwacht grote dingen van God. Doe grote dingen voor God.’
---
Licht op Zuid
Wietse Wigboldus, student theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven, is als missionair werker betrokken bij Licht op Zuid.
Licht op Zuid is een missionair project in Rotterdam dat in september 2010 van start ging. Het richt zich op de achterstandswijken Bloemhof, Hillesluis en de Afrikaanderwijk. Licht op Zuid is een initiatief van de Maranathakerk in Rotterdam-Zuid en is dus een project in hervormd-gereformeerde kring.
Bij de start waren zestig vrijwilligers uit de Maranathakerk betrokken. Nu zijn dat er nog veertig, van wie twintig intensief. Intensieve betrokkenheid wil zeggen dat mensen bijvoorbeeld wekelijks een bijbelkring leiden. In één van de zalen van de Maranathakerk houdt Licht op Zuid elke twee weken een samenkomst.
Van meet af aan is de intentie dat het initiatief uitgroeit tot een zelfstandige gemeente.
Licht op Zuid wil volgens de website een interculturele gemeenschap zijn waar mensen hun verhaal kwijt kunnen, zich geliefd voelen en God ontmoeten.
---
International Church Plants
Theo Visser houdt zich al jaren bezig met kerkplanting. In 2000 stichtte hij een multiculturele gemeente in Rotterdam- Zuid, de International Christian Fellowship (ICF). Daaraan was hij tot 2008 als voorganger verbonden. Om christelijke gemeenten te kunnen dienen met zijn ervaringen als gemeentestichter richtte hij samen met anderen de stichting International Church Plants (ICP) op. Deze organisatie, die opereert vanuit Hardinxveld- Giessendam, wil bestaande gemeenten motiveren en toerusten om dochtergemeenten te stichten. Visser is ook betrokken bij het project Licht op Zuid van de Maranathakerk in Rotterdam-Zuid.
Zaterdag 21 april is in Amersfoort een landelijke ICP-toerustingsdag. Zie icpnetwork.nl.
Mr. H.L. Groenenboom uit Ooltgensplaat is betrokken bij missionair-diaconaal werk in Rotterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's