Pesten geen onschuldig spel
Je stem nabootsen, je uiterlijk belachelijk maken, je van het bedrijfsnetwerk halen zodat je al je werk kwijt bent. Je kunt zo worden getreiterd, gekweld en gejudast dat je je baan opzegt en verhuist. Soms geeft pesten levenslang.
Wie deelt nooit eens een plaagstootje uit of wordt zelf op de hak genomen? Wat gezegd wordt moet vooral niet te serieus genomen worden. Het kan een goedaardige manier zijn om iemand een klein standje te geven. ‘Dader’ en ‘slachtoffer’ zijn meestal goede bekenden van elkaar. Er kan dan ook wederzijds om de plaagstoot gelachen worden. Soms geeft de geplaagde gevat een tik terug. De sfeer wordt er niet door bedorven, maar eerder verlevendigd.
Er zijn wel grenzen aan dit plagen.
De plaaggeest kan te ver en te lang doorgaan. Dan is het niet meer grappig. De geplaagde gaat zich eraan storen. Het irriteert hem, hij raakt gekwetst. Er is een grens overschreden.
Gemeen
Plagen kan zomaar overgaan in pesten. Is het eerste gespeend van vormen van gemeenheid, het tweede is dat zeker niet. Ook pestgedrag kent gradaties, maar altijd is er sprake van agressie. Er worden denigrerende, intimiderende, hatelijke, vijandige opmerkingen gemaakt. Altijd gericht op dezelfde persoon. Niet één keer of heel sporadisch, maar systematisch.
Soms kan een hele groep zondebok worden. De ene keer zijn dat allochtonen, kleurlingen, Joden, homo’s. De andere keer gereformeerden of ‘gristenen’ in het algemeen. Pesten uit zich in iemand doodzwijgen, uitschelden, buitensluiten, schoppen, stompen, slaan, belachelijk maken, bedreigen enzovoort.
Dit kan duidelijk zichtbaar voor anderen plaatsvinden, maar ook op een bedekte, (bijna) onzichtbare manier. Chronische pesterijen leiden vroeg of laat tot psychosomatische klachten bij het slachtoffer, zoals slaapproblemen en angststoornissen. In Zweden wordt één op de tien zelfdodingen in verband gebracht met structureel pestgedrag. Voor Nederland wordt eenzelfde cijfer vermoed.
Wraak
Soms neemt iemand die jarenlang de zondebok was wraak. Opgekropte boosheid van tijden komt in een keer vrij, niet zelden met verwoestende gevolgen. Iemand schrijft op internet: ‘Ik loop de hele dag met het idee rond dat ik hem een dezer dagen van de trap af ga duwen wanneer de gelegenheid zich aandient.’
Pesten is dus geen onschuldig spel. Het heeft alles te maken met een boos hart. Het is zonde, zo niet duivels. Pesten is van (bijna) alle tijden en plaatsen. Het vindt plaats in het gezin, in de buurt, op school, op de werkvloer en zelfs in de kerk en binnen christelijke organisaties. Het begint al in de peuterleeftijd en gaat door tot in het verpleeg- en verzorgingshuis.
Op Golgotha werd Jezus bespot door een uitzinnige menigte, nadat Hij eerder te maken had met helse kwelgeesten tijdens Zijn ‘rechtsgang’. Toch zon Hij niet op wraak. Integendeel, Hij bad voor hen.
Laat wie gepest wordt het kwaad dat hem wordt aangedaan bij Jezus brengen en – hoe moeilijk dat ook is – doen zoals Hij deed: bidden voor Zijn tegenstanders.
Dader
Over het daderprofiel lopen de meningen uiteen. Lang leefde de gedachte dat daders hun eigen onzekerheid proberen te camoufleren door anderen te treiteren, dat zij innerlijk angstig zijn en gering zelfvertrouwen hebben. Dat alles is nog maar de vraag. Dat pestgedrag een agressief reactiepatroon is, wordt wel algemeen onderschreven. Het is een negatieve manier van aandacht vragen.
Daders hebben een sterke behoefte om te domineren en te winnen.
Hun creativiteit is in het algemeen grenzeloos. Moderne technieken maken het mogelijk het slachtoffer overal en steeds te achtervolgen: via Hyves en andere profielsites, door middel van sms’jes en anoniem verzonden mails. Door het plaatsen van (naakt)foto’s, informatie op pornosites of het sturen van virussen. Online pesterijen hakken er nog dieper in dan face to face treiterijen, bedreigingen en intimidaties.
Medestanders
De praktijk leert dat pesters altijd medestanders krijgen. Pesten loont in meer dan één opzicht. De dader dwingt zijn populariteit af.
De redenen om hem te volgen zijn tweeërlei. Het kan je zelfvertrouwen stalen, maar het kan ook uit angst gebeuren. In het laatste geval kies je de veilige kant. Wie meedoet loopt immers zelf minder kans om slachtoffer te worden.
Vaak is de dader zich niet of nauwelijks bewust van de impact van zijn gedrag op het slachtoffer. Empathie is niet zijn sterkste kant.
Als basismechanismen voor pestgedrag worden verveling en/of frustratie genoemd; iemand niet kunnen verdragen en het bewijs willen leveren de sterkste te zijn.
Omgevingsfactoren mogen niet worden voorbij gezien. Wie zich verdiept in de achtergronden van die ‘etterende’ knul of meid in de klas of op catechisatie komt soms tot verrassende inzichten. Volgens het ‘compensatie-idee’ legt de pester zijn onvrede en problemen neer bij een ander. Degene op wie hij de pik heeft is in de hiërarchie van de pikorde altijd iemand die hij de baas kan.
Niet getolereerd
Pesten kan niet getolereerd worden. Niet alleen omdat het leven van het slachtoffer erdoor verziekt dreigt te raken, maar omdat pesters die ongehinderd hun gang kunnen gaan onophoudelijk hun grenzen verleggen. Er zijn voorbeelden genoeg van kwelgeesten die zich uiteindelijk te buiten gaan aan crimineel gedrag, vooral aan fysiek geweld. In feite is de dader ook slachtoffer. Hij is slachtoffer van zijn eigen boosaardige, duivelse gedrag.
Slachtoffer
Vaak wordt aangenomen dat het slachtoffer de pesterijen over zich afroept vanwege uiterlijke kenmerken, zoals haarkleur, lichaamslengte, accent, overgewicht enzovoort. Dit lijkt een te gemakkelijke oplossing zo niet een misvatting te zijn. Uit onderzoek blijkt dat uiterlijke kenmerken zelden een reden zijn voor pesten. We zullen de oorzaak eerder moeten zoeken in persoonlijkheidskenmerken (onzeker, gevoelig, kwetsbaar, niet assertief, gebrekkig zelfvertrouwen)
en dat in combinatie met fysieke eigenschappen.
Er worden twee typen slachtoffers onderscheiden, te weten het passieve (onderdanige) en het provocatieve type. De laatste lokt het pestgedrag min of meer uit. Hij is slachtoffer én dader. Hij is onaangenaam in de omgang, maar dat geeft anderen geen recht om hem te treiteren. Hij moet net zo goed als de dader op zijn gedrag worden aangesproken en gestimuleerd tot positief gedrag. Het gaat erom dat hij leert inzien waarom hij anderen irriteert. Wie op het werk de kantjes er van afloopt, weigert overwerk te verrichten, oncollegiaal en/of onaangepast gedrag vertoont wekt irritaties op.
De grens tussen passief en provocatief is niet scherp te trekken, maar dit is wel duidelijk: pestgedrag kan verstrekkende gevolgen hebben.
Competitie op de werkvloer, krachtmeeting, bewust wegduwen en uitsluiten van anderen – ook in de kerk! – kan leiden tot onzekerheid, angst en een negatief zelfbeeld bij het slachtoffer. Indien al (latent) aanwezig, zal pestgedrag het zeker versterken. Een mens kan op tijd van duur in zichzelf gekeerd raken, achterdochtig en wantrouwend worden, zelfs richting degenen die hem willen helpen. Hij kan arbeidsongeschikt raken en gemangeld worden door flashbacks aan de nare ervaringen. Depressie en suïcide kunnen zelfs het gevolg zijn.
Alert
Gelukkig is er de laatste jaren veel positieve aandacht voor pesten op scholen en op de werkvloer, maar laten we er ook alert op zijn in de kerk en niet de andere kant opkijken wanneer het zich voordoet – het zogenaamde omstandersdilemma – en het doet zich voor. Je handen in onschuld wassen is er dan niet bij.
Vaak gaat pestgedrag tijdens de puberteit over (het geweten ontwikkelt zich), maar dat geldt helaas niet van iedereen. Pesten kan ziekelijke vormen aannemen en daarom moet er tegen opgetreden worden, in belang van daders en slachtoffers beiden.
----
Waar!
• Waar geen pestkoppen zijn, zijn ook geen slachtoffers.
• Daders moeten leren inzien dat zij ziekmakend gedrag vertonen.
• Kinderen pesten openlijk, volwassenen doen het subtieler.
• De oorzaken van pesten zijn heel divers
• Wie pestgedrag negeert en dus het slachtoffer in de steek laat, maakt zich medeschuldig.
• Ik ben een pester / slachtoffer/ meeloper / zwijger (doorstrepen wat niet van toepassing is).
• Wie geplaagd wordt kan (nog wel) mee lachen, maar wie gepest wordt vergaat het lachen.
• Digitaal pesten vindt ook onder kerkmensen plaats.
• Wees je bewust van de impact van een grappig bedoelde opmerking.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's