Synode herijkt permanente-educatieregeling
De generale synode heeft afgelopen november de kerkorde gewijzigd en het studieverlof voor predikanten en kerkelijk werkers omgezet in permanente educatie. Naar aanleiding van de vele ingediende amendementen en een tegenvoorstel is toen ook besloten de generale regeling nog eens kritisch te bezien. Deze herijking heeft een deel van de bezwaren weggenomen.
De consideraties uit de classes gaven aan dat permanente educatie op zich een goede ontwikkeling werd gevonden. De bezwaren richtten zich op de voorwaarden in de al eerder in de generale synode vastgestelde generale regeling. Deze werden als een harnas en een ontkenning van het ambt gezien. In de volle breedte van de kerk en vooral bij predikanten leefden er grote bezwaren.
In De Waarheidsvriend van 3 november 2011 uitten ds. H.J. Lam en ds. A.J. Mensink hun bezwaren in het artikel ‘Punten horen niet bij het ambt’. In de synode werd indringend gevraagd naar meer empathie voor de gemaakte opmerkingen in de classes, het grondvlak van de kerk. Door het moderamen werd toegezegd de generale regeling te bezien en het resultaat aan de generale synode van april 2012 opnieuw voor te leggen. De commissie voor permanente educatie, aangevuld met de synodeleden ds. J van Dalen en diaken A.W. van der Vlies, heeft deze regeling kritisch bekeken en wezenlijke wijzigingen voorgesteld.
Deze wijzigingen betreffen:
- De verdeling van de studiepunten/-uren over de diverse categorieën. Er zijn drie categorieën benoemd: studieactiviteiten uit een door de kerk aangestuurd aanbod, studieactiviteiten uit een open aanbod en (alleen voor predikanten) een vrij in te vullen studieverlof. Voorgesteld wordt de verdeling in uren per vijf jaar van 210/210/100 te wijzigen in 175/175/170. Als daarbij in ogenschouw wordt genomen dat het open aanbod diverse mogelijkheden omvat, waaronder een literatuurpakket met leesverslag, dan is het verschil met het vroegere studieverlof weer veel kleiner geworden. In het accreditatiekader zullen de mogelijkheden door de commissie voor de permanente educatie worden vastgelegd.
- Het sanctieartikel van het niet beroepbaar zijn bij het niet voldoen aan de verplichtingen vervalt.
- De wijze waarop het scholingsplan wordt besproken met de kerkenraad c.q. wordt getoetst door het breed moderamen van de classis is verduidelijkt. De predikant en kerkelijk werker stellen een op de persoon toegesneden scholingsplan voor de komende vijf jaren op. De predikant spreekt er vooraf over met een vertegenwoordiging van de kerkenraad. In de regel is dit gesprek onderdeel van het jaar- of evaluatiegesprek. Voor de kerkelijk werker vindt dit plaats in het jaarlijkse functioneringsgesprek.
De toetsing door het breed moderamen van de classis is niet inhoudelijk maar beperkt zich tot een procedurele toetsing.
Er zijn al predikanten en kerkelijk werkers die op vrijwillige basis hun educatiecyclus zijn gestart. Wanneer de voorgestelde wijzigingen in de vergadering van de generale synode op 19 en 20 april worden vastgesteld, zijn de overige predikanten en kerkelijk werkers verplicht de eerste educatiecyclus, die loopt van 1 september 2012 tot
1 september 2017, te starten.
De scriba van de generale synode noemt in zijn brief van 21 december 2011 aan de predikanten en kerkelijk werkers permanente educatie een belangrijk middel dat hen helpt om met vreugde en stichting de gemeente te dienen. ‘In het dienstwerk wordt het beste van de dienaren gevraagd en daar hoort de bereidheid tot voortdurende scholing bij.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's