Organisatorisch talent
Hoofdredacteur van De Waarheidsvriend [1, ds. M. van Grieken]
Ds. Maarten van Grieken, hervormd predikant in Ameide, is 34 als hij hoofdredacteur van De Waarheidsvriend wordt – de eerste van de vijf mannen die dat zullen worden. Hij aarzelt niet de confrontatie met de vrijzinnigheid te zoeken.
Het werk voor De Waarheidsvriend doet ds. Van Grieken naast het voorzitterschap van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Dat híj voorzitter wordt en niet prof. Hugo Visscher, hangt samen met beider visie op de kerk. Ds. Van Grieken bepleit een verbondsmatige visie op het geheel van de Nederlandse Hervormde Kerk, terwijl dr. Visscher de gedachte van de kerk als genootschap verdedigt.
Maarten van Grieken wordt geboren in 1875 in Woerden, als zoon van een bakker. Hij studeert theologie in Amsterdam (UvA) en Utrecht en neemt in 1900 het beroep aan dat de hervormde gemeente in Nieuwerkerk aan den IJssel op hem uitbrengt. Daar woont hij nog maar twee jaar in de pastorie als hij naar Ameide vertrekt. In deze periode treedt hij aan bij de Gereformeerde Bond. Al voordat hij voorzitter wordt, zet hij zich in voor versterking van het gereformeerde karakter van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Confessioneel
Binnen het reformatorische spectrum heeft het confessionele bij ds. Van Grieken meer gewicht dan het spoor van de Nadere Reformatie, schrijft dr. B.J. Wiegeraad in het Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme.
Daarbij komt dat hij minder gevoelsmatig en meer rationeel en organisatorisch ingesteld is. ‘Hij had een brede visie op het geheel van de Nederlandse Hervormde Kerk. Daaraan waren zijn vooropleiding – als gymnasiast verbleef hij in het Doetinchemse internaat Ruimzicht (…) – en zijn studie bij hoogleraren als P.D. Chantepie de la Saussaye en T. Cannegieter wellicht mede debet’, aldus dr. Wiegeraad.
Bezig man
Ds. Van Grieken is een bezig man.
Behalve dat hij voorzitter van de Gereformeerde Bond is en wekelijks een blad uitgeeft, richt hij in 1910 de Bond van Nederlandse Hervormde Jongelingsverenigingen op gereformeerde grondslag op, waarvan hij tot 1918 ook voorzitter is. Bij de oprichting telt deze organisatie twintig verenigingen met in totaal tweehonderd leden; in 1936 zijn het er 150 met bij elkaar vierduizend leden.
Politiek betrokken is hij ook. Als lid van het Centraal Comité van de ARP vertegenwoordigt hij samen met L.F. Duymaer van Twist, eveneens medeoprichter van de Gereformeerde Bond, de hervormd-gereformeerde kiezers.
De wereld van zijn dagen houdt hem bezig. Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt – hij is dan inmiddels predikant in Delft –, werkt hij mee aan een brochure voor bidstonden, Ten dage der verschrikking.
Christelijk onderwijs
Voor het christelijk onderwijs is hij buitengewoon ijverig. Hij sticht en bestuurt diverse christelijke scholen en publiceert lesmateriaal. Zo meldt De Waarheidsvriend in januari 1910 dat het aantal scholen met de Bijbel bijna het aantal van honderd heeft bereikt. ‘Er zijn er in één jaar 39 bijgekomen, dat is een verblijdend bericht. Meer dan 150 duizend kinderen kunnen nu onderwijs ontvangen naar de Schriften.’ Hij schrijft in een meditatie: ‘De God des Verbonds wil groote wonderen der genade openbaren onder de kinderen. (...) Wat voor ouders en onderwijzers, die den Heere mogen vreezen en gewillig in Zijn geopenbaarden weg mogen ingaan, een pleitgrond mag wezen, om op den Heere aan te loopen en te vragen: och, dat de kinderen nog mochten getuigen: ‘o HEERE, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de gansche aarde’.’
In Rotterdam, waar hij vanaf 1920 tot zijn emeritaat in 1940 predikant is, is ds. Van Grieken voorzitter van zeventien grote en kleine scholen van de hervormde gemeente én doceert hij aan een opleidingsschool voor christelijk onderwijzend personeel. Ook is hij voorzitter van de Vereniging voor christelijk nationaal onderwijs.
Ds. Van Grieken zit niet stil en is duidelijk organisatorisch begaafd.
De pastorale omgang met gemeenteleden lijkt een minder sterke kant.
Als hij in de meidagen van 1940 vanwege het oorlogsgevaar tijdelijk bij een collega verblijft, verbaast hij zich erover dat deze de gemeenteleden die hem wensen te spreken niet op de stoep of in de hal laat staan, maar echt binnenlaat.
Vrijzinnig
Wat het kerkelijk beleid betreft deelt ds. Van Grieken de mening dat vrijzinnigen geen plaats in de Hervormde Kerk dienen te hebben.
Ook De Waarheidsvriend laat zien dat de Gereformeerde Bond zich vaak tegen de vrijzinnigheid richt. Het blad zoekt steeds de confrontatie, reageert voortdurend op uitlatingen die zijn gedaan.
Iets over de plaats van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk wordt duidelijk uit een stelling die de bekende gereformeerd- ethische predikant in Den Haag dr. J.H. Gerretsen, die ook prinses Juliana gedoopt heeft, in 1913 formuleert: ‘Ik verwacht dat onze kerk als kerk van de mannen van de Gereformeerde Bond zal blijven voortbestaan.’
De bekende dr. O. Noordmans reageert daarop: ‘Over kerk, staat, wetenschap, onderwijs, doop, tucht en belijdenis denken we verschillend. Deze verschillen schijnen thans dikwijls nog onbeduidend. Het schijnt dat de een slechts een andere verklaring geeft dan de ander. De uitwerking echter van die verschillen betekent steeds groter verwijdering. We zijn overtuigd dat een van beiden gelijk zal krijgen. De waarheid is één. Deze beslissing valt echter in de geschiedenis en de dingen die komen zullen, mogen die beslissing brengen.
Voor de eerlijke proef moet echter vaststaan dat wij onze eigen inzet hebben. Dat bedoelt dr. Gerretsen ook. Hij vreest alleen maar dat het ons gaan zal als de Trojanen waarvan Homerus vertelt. In hun stad kwam een groot houten paard binnen waarover ze zich zeer verheugden. In dat paard zaten echter Grieken die straks de oorzaak werden van de val van hun stad. Laten we ons voornemen om steeds meer op lading dan op leuze te letten.’
Prof.dr. W. Balke merkt op dat degene die Noordmans’ tekst in diens Verzameld Werk (deel 1, 334) van aantekeningen voorzag, deze opmerking niet heeft begrepen.
Met Grieken in het Trojaanse paard doelt dr. Noordmans op de Gereformeerde Bondsvoorzitter ds. van Grieken! Van hem heeft dr. Noordmans weinig goede verwachting.
Afgescheiden
Intussen speelt de discussie met degenen die de Hervormde Kerk zijn uitgegaan, de vrucht van Afscheiding en Doleantie. De Waarheidsvriend verwijst naar De Heraut van 12 december 1909 waarin de vacature van ds. W.H. Gispen te Amsterdam en de situatie in de Gereformeerde Kerk aan bod komt. Van uitbreiding van het gereformeerde ledental is geen sprake meer. De loop naar orthodoxe predikanten in de Hervormde Kerk neemt toe en financieel gaat de Gereformeerde Kerk elk jaar achteruit. ‘Zou men in 1886 misschien ook te véél hebben gezegd? Zou het zich gaan wreken, dat men altijd verkondigt onder jong en oud, dat er niets goeds meer in de Hervormde Kerk gevonden wordt en dat er onder hervormden niets gegeven wordt? Onze belijdenis en bede in het midden van onze Hervormde Kerk blijft intussen Psalm 80:9-20.’
Er is ook gesprek in positieve zin, want De Heraut prijst de bonders dat zij twintig jaar na de Doleantie de belijdeniskwestie weer aan de orde stellen. Onder de rubriek ‘kerknieuws’ worden berichten vanuit de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerk en de Christelijk Gereformeerde Kerk geplaatst.
Gezangen
In het Algemeen Handelsblad van donderdag 7 februari 1929 staat onder ‘Kerknieuws’ het volgende bericht: ‘Zondagmorgen zou ds. M. van Grieken, Ned. Herv. Predikant te Rotterdam in de Vredeskerk te Vreeswijk een preekbeurt vervullen. Aangezien hij verhinderd was, nam de rechts-ethische ambtsgenoot ds. J.L. de Heer van Rotterdam de beurt waar. Dit was voor een deel der kerkgangers aanleiding om de kerk te verlaten; een ander deel sloot, toen een gezang werd opgegeven, hardhandig de kerkboeken. In zijn gebed sprak ds. De Heer over een
en ander zijn droefheid uit.’
In hetzelfde nummer staat op de voorpagina een artikel waarin de vraag wordt gesteld of de kluizen van onze banken wel safe zijn. Het eerste bericht zullen we vandaag in de krant niet meer tegenkomen.
Van het andere bericht is zonder moeite een hedendaagse variant te bedenken.
Later gaat ds. Van Grieken er wel toe over een gezang te laten zingen. Na vragen van een afdeling hierover in 1943 vindt hij het eerlijker om te bedanken voor het erevoorzitterschap van de Gereformeerde Bond. Hij wil geen commotie over deze kwestie en verzoekt er geen ruchtbaarheid aan te geven. In 1949 overlijdt ds. Van Grieken in Oosterbeek.
Overeenkomst
Dit waren andere tijden, terug naar de onze? Dat is nog maar de vraag.
Naar mijn idee is er veel overeenkomst tussen de periode van ds. Van Grieken en onze eigen tijd.
Een overeenkomst is de aandacht voor het christelijk onderwijs en geestelijke opbouw. Vergelijkbaar is ook het zoeken naar kerkelijke identiteit, die niet vanzelf spreekt in een kerk waar de vrijzinnigheid alle ruimte krijgt en die tegelijk door velen is verlaten.
Over twee weken: hoofdredacteur dr. J. Severijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's