‘Alleen zijn blijft blauwe plek’
Anja: Ik haak af tijdens prekenserie over huwelijk
Bij beiden kwam het tot dusver niet tot een huwelijk. Arie van Bennekom (62) uit Gorinchem zegt er tevreden mee te zijn. Voor Anja de Jong (53) uit Bergambacht heeft het alleen zijn soms scherpe randen. Over hun ervaring en hun plaats in de christelijke gemeente.
Dat hij alleengaand is, is voor Arie van Bennekom niet bepalend, zegt hij. De vutter groeide op in Boven-Hardinxveld, maar woont sinds eind jaren ’80 in Gorinchem. Hij heeft als museumassistent gewerkt bij museum Boymans van Beuningen in Rotterdam, als administrateur bij een reisbureau en in het bankwezen. Als enige uit het gezin van zes kinderen huwde Arie niet. Hij trok intensief met zijn moeder op, tot zij afgelopen november overleed.
‘Ik ben nooit gehuwd geweest en vind dat prima. Soms bad ik dat ik op dat ogenblik geen vrouw hoefde te hebben. Ik reis graag en bovendien schilder en teken ik. Met een vrouw zou ik daar veel minder tijd voor hebben. Toen ik rond de twintig was, heb ik een aantal keer een vriendin gehad, maar dat is niet op een huwelijk uitgelopen. Ik miste dat ook niet, het is nooit een dominante wens geweest. Een huwelijk zou voor mij een opgave zijn, ik zou wellicht te veel naar mijn wens moeten inleveren. Ik zou geen toegewijde echtgenoot zijn.’
Iets anders vinden
Anja staat ‘nog wel’ voor een huwelijk open, maar ze realiseert zich dat dat een grote verandering zou betekenen. ‘Ik heb mijn leven opgebouwd, trouwen zou alles op zijn kop gooien.’ Lachend: ‘Ik hoop maar dat de liefde dan overweldigend is.’ De Bergambachtse komt uit een ‘groot en gezellig’ gezin; ze groeide met zes broers en twee zussen op een boerderij op.
Na de mavo vond Anja een administratieve baan bij een houthandel, nu werkt ze alweer jaren op de administratie van een school voor speciaal onderwijs.
Toen haar vriendinnen rond hun 25e verjaardag één voor één in het huwelijksbootje stapten en een gezinnetje kregen, vroeg ze zich regelmatig af: wat mankeer ik?
‘Mijn droombeeld was trouwen en kinderen krijgen. Ik moest iets anders vinden. God heeft me laten zien dat ik mag zijn wie ik ben; voor Hem maakt het niet uit of je wel of niet getrouwd bent. De wens om te trouwen is er nog wel, maar niet meer zoals rond mijn 25e. Het is geen obsessie. Ik zou het meer een onderhuidse blauwe plek noemen, die af en toe zeer doet. Je voelt hem bijvoorbeeld als je een familie gaat condoleren, dat is een drama. De pijn is er soms heel onverwacht. Als je je voorbereidt op een moeilijke dag, gebeurt er niets.
Reken je nergens op, dan is het er ineens. Ik heb wel eens een kraamvisite afgebeld; nu even niet.’
Verzachtend
Van Bennekom denkt dat het goed is om bezigheden te zoeken als je een bepaald gemis hebt. ‘Het is fijn als mensen ergens speciale belangstelling voor hebben. Er zijn predikanten die vogels houden; je zou bijna zoiets moeten zoeken.’ Hij beseft dat zijn vrijgezel zijn niet alleen maar voordelen heeft. ‘Als je gehuwd bent, kun je elkaar in de dagelijkse dingen verlichten. Nu mijn moeder is overleden, draai ik voor alles alleen op. De boodschappen, de was, in mijn geval komt alles op mezelf aan.’
Anja: ‘Als wij thuiskomen, stappen we een leeg huis binnen. Als je iemand wilt spreken of iets wilt doen, dan moet je zelf actie ondernemen. Voel je je down, dan is er niet iemand die je opbeurt of een zetje geeft. Alleen, je hebt niet altijd de moed en fut om zelf actie te ondernemen.’
Van Bennekom: ‘Ben je als gehuwde erg verdrietig, dan kun je de dingen delen met je partner. Als je alleen bent, word je meer met de realiteit geconfronteerd. Ik heb een broer die getrouwd is en een drukke baan heeft. Als hij thuiskomt, stelt zijn vrouw hem allerlei vragen. Hij heeft voortdurend afleiding en aan het eind van de dag gaat hij slapen. Het gehuwd zijn heeft in die zin iets verzachtends.
Ik word ’s nachts wakker en hoor in de verte mijn moeder roepen: ‘Arie, er is thee.’ Dat kan natuurlijk niet, want ze is er niet meer.’
Rouw
Elf jaar geleden stierf de vader van Anja. Toen zes jaar terug ook haar moeder overleed, zeiden Anja’s broers: ‘Het is voor jou zwaarder dan voor ons.’ ‘Het gat dat was geslagen was inderdaad groter. Ik ervoer voor de tweede keer de pijn van het niet gehuwd zijn. Toen ik 25 à 30 was, vond ik het erg, maar ik aanvaardde het als Gods wil. Na het overlijden van mij moeder kwam de pijn nog eens, maar nu erger, omdat ik wist waar ik doorheen moest.
Het overlijden van moeder gaf me een ontheemd gevoel: nu hoor ik helemaal nergens meer bij. Ik was kind af. Mijn broers en zussen – met wie ik heel blij ben – hebben hun partners, kinderen, kleinkinderen, maar ik heb niets meer om op terug te vallen. Het thuisfront is weg. Voor een alleengaande heeft rouw een extra heftige dimensie.
Toen mijn broer dertig jaar geleden overleed, gaf dat me het gevoel: ík had dat moeten zijn. Zijn vrouw en kind moesten hem missen, mij zou niemand missen.’
Gemeenteleven
Nu Van Bennekom geen baan meer heeft, besteedt hij veel tijd in het gemeenteleven. Hij somt op: ‘Zondags ga ik twee keer naar de kerk, daarna naar de gebedskring. Op maandag is er mannenvereniging, op dinsdag zang, woensdag is er bijbelstudie of een andere vorm van toerusting, donderdag vaak een gemeenteavond – en als die er niet is ga ik soms naar een kerkdienst in Werkendam – en op vrijdag een middag voor bejaarden en alleengaanden. Op zaterdagavond is er soms een concert in de Grote Kerk in Gorinchem, daar ga ik ook graag naar toe. En op zaterdagmorgen breng ik weekbrieven rond. Verder doe ik het 1 op 10- pastoraat, dat in onze gemeente structuur aan het omzien naar anderen geeft. Niet dat in al deze dingen iets goeds van mij zit, maar ik kan zeker niet zeggen dat een alleengaande minder betrokken is bij het gemeenteleven.’
Van Bennekom bekent dat dat anders was toen hij rond de dertig was. ‘Toen stapte ik nu eens binnen bij de gereformeerde gemeente in Utrecht, dan weer bij het citypastoraat in de domstad. Maar het is beter voor een gemeente te kiezen, dat geeft lijn in je leven.’
In bed blijven
Anja denkt dat ze niet méér met de gemeente verbonden is dan een gehuwd gemeentelid. ‘Als je alleen bent, kun je inderdaad misschien alles bijwonen, maar het kan ook een rem of drempel zijn. Een partner of gezin heeft een sturende en corrigerende werking. Als ik op zondagmorgen denk dat ik wel in bed kan blijven, zegt niemand tegen me: waar ben je mee bezig. En niemand belt om 12 uur: je was niet in de dienst.
Als ik het in mijn gemeente niet naar mijn zin heb, zal ik niet gaan zwerven. Toch ben ik kerkelijk gezien momenteel wel dolende. Ik voel me thuis onder de prediking, maar minder in het kerkelijk huisgezin, omdat ik ben teleurgesteld door bepaalde ervaringen. Buiten de zondag geven mijn vriendenkring en een zaterdagse cursus me momenteel geestelijk voedsel.’
Van Bennekom: ‘Het kan zijn dat je nog niet op de juiste plaats bent.
Het karakter van een gemeente moet bij je passen.’ Anja denkt niet dat dat de oplossing is. ‘Ik ben wel jaloers op u, voor u is de gemeente een heerlijk warme jas.’
Cijfer 8 of 9
Als je alleen bent, moet je harder werken om bij de gemeente te horen, denkt Anja. ‘Als je een keer niet naar de kerk gaat, mis je meteen alles. Daar ligt een taak voor de kerkelijke gemeente. Onze gemeente wordt groter, dus je wordt minder snel gemist. De sociale controle in positieve zin is minder.
Een gemeente is als een huisgezin, daar hoor je bij; als je ziek bent, wordt er voor je gezorgd. Maar toen ik na het overlijden van mijn moeder twee maanden thuis zat, waren mijn kerkelijke broers en zussen er niet. Waarom niet?’
Van Bennekom heeft die ervaring niet. ‘In Gorinchem is een behoorlijk hechte samenwerking, gemeenteleden kijken echt naar elkaar om. Is iemand ziek, dan krijgt hij kaartjes, een telefoontje of eventueel bezoek. Bijzonderheden zijn in de weekbrief te lezen. Ik kreeg praktische hulp toen dat nodig was. Tegelijk is het waar dat elk mens ten diepste altijd zichzelf zoekt. Als het erop aankomt sta je er alleen voor.’
Anja: ‘Is er na het overlijden van uw moeder extra contact geweest?’
Van Bennekom: ‘Er is gebeden, mijn naam is in de weekbrief genoemd. Ik heb kaarten gekregen, ook een heel persoonlijke brief. Ik vind dat er intensief is meegeleefd, dat was heel goed. Als ik nu op de zang ben, merk ik dat mensen wat aardiger en behulpzamer zijn. De aandacht in de gemeente krijgt van mij het cijfer 8 of 9. Tegelijk mag je ook zelfstandigheid van mensen verwachten.’
Anja: ‘De kerkenraad zegt inderdaad dat je het moet aangeven als je het ergens moeilijk mee hebt. Zo werkt het in de praktijk niet. Als je depressief bent, bel je niet.’
Preken
Anja denkt dat in 95 van de 100 preken het gezin het uitgangspunt is.
‘Is het raar dat ik tijdens een serie van vijf preken over het huwelijk afhaak? In de Bijbel is het gezin toch ook niet zo dominant? Paulus prijst zelfs het ongehuwd zijn. Je hebt niet alleen singles, maar ook nog weduwen, weduwnaren en gescheiden mensen. Kent een predikant hen niet? Er wordt een enkele keer gebeden voor wie alleen is, meestal bij een doopdienst. Maar is dat niet wat plichtmatig?
Voor gezinnen is er veel aandacht: als een baby wordt geboren, bij een doopdienst, het 25-jarig huwelijk, het 40-jarig huwelijk. Hallo, wij zijn er ook nog, denk ik dan. Wanneer wordt voor ons gebeden? Je zou denken dat dat moet veranderen als je kijkt naar de steeds groter wordende groep alleengaanden. Waarom geen serie preken over ongehuwd zijn?’
Van Bennekom zou over dat thema wel een preek willen horen. Aarzelend: ‘Zou de dominee die moeite willen nemen? Hij kijkt natuurlijk naar de samenstelling van de gemeente. Ik voel me niet vergeten in een preek. Ik word wel eens vermaand, vooral geestelijk. Een serie preken over het huwelijk is tot opbouw van de gezinnen, ik zou daar toch echt naartoe gaan. Ik voel me niet zo alleengaand. Je wordt als mens aangesproken, niet als man of vrouw, niet als gehuwd en ongehuwd.’
Anja: ‘Ik ben niet zielig, dus ik wil niet in een zielig hokje geduwd worden. Mij valt wel op dat de maatschappij meer is ingesteld op singles dan de kerk. Toegegeven, onze gemeente is begonnen met een alleengaandenmaaltijd, maar daar zitten vooral 70+’ers.’
---
Van de hand van Anja de Jong verscheen juist deze maand ‘Ontworteld’, over rouwen als alleengaande. Info: www.missieenmijmeringen.nl.
---
98 procent is op zoek
Het gros van de singles is niet tevreden met de ongehuwde staat. In Nederland zijn op dit moment 2,3 miljoen alleengaanden, van wie 98 procent zegt op zoek te zijn naar een relatie. Nederland telt in totaal bijna 7,5 miljoen huishoudens. Zo’n 37 procent van de huishoudens, ofwel 2,8 miljoen, bestaat uit één persoon. Dit komt overeen met 16,6 procent van de totale bevolking.
CBS, www.zorgatlas.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's