De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geleerd en samenbindend

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geleerd en samenbindend

Hoofdredacteur van De Waarheidsvriend [2, dr. J. Severijn]

9 minuten leestijd

In het eerste oorlogsjaar volgt prof.dr. J. Severijn ds. M. van Grieken op als voorzitter van de Gereformeerde Bond en hoofdredacteur van ‘de Waarheidsvriend’. De Utrechtse hoogleraar heeft een imposant voorkomen, hij is geleerd en een vredestichter.

Johannes Severijn wordt in 1883 in Utrecht geboren, als zoon van een timmerman. Aanvankelijk is hij in het onderwijs werkzaam. Tijdens zijn opleiding voor het onderwijzersexamen bekwaamt Johannes zich ook voor het toelatingsexamen voor het reservekader van de landmacht. ‘Wegens zijn liefde voor paarden en paardrijden hoopte hij bij de bereden artillerie te kunnen dienen, maar daarvoor was hij net te klein’, weet A. de Groot in het Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme te melden. In het eerste oorlogsjaar is hij luitenant in actieve dienst.
Als Johannes 27 is, gaat hij alsnog in Utrecht theologie studeren. Bij zijn voorbereiding op de academische opleiding krijgt hij de gereformeerde theologie en levensbeschouwing in het vizier. Hij blijft daaraan zijn hele leven trouw. Prof.dr. Hugo Visscher is in veel opzichten zijn leermeester.
In 1915 wordt de kandidaat bevestigd als predikant van de hervormde gemeente te Wilnis. In zijn tweede gemeente, Leerdam, promoveert hij bij prof. Visscher cum laude op Spinoza en de gereformeerde theologie zijner dagen (1919).

Tweede Kamer
Twee jaar later vertrekt hij naar de gemeente van Dordrecht. Zeker daar komt hij als een man met organisatorische kwaliteiten voor de dag. Als lid van de Gereformeerde Bond richt hij er de kerkelijke kiesvereniging Waarheid en vrede op. Hij is actief in het jeugdwerk en houdt cursussen voor kerkelijk medewerkers. ‘In ruimte mate begiftigd zowel met de gave des woords als met de gave om moeilijke zaken helder uiteen te zetten, waren diepgang van geest en actuele behandeling de kenmerken van zijn boeiende en frisse preken’, schrijft C.M. van Wijngaarden in een bundel studies rond het zilveren ambtsjubileum van de predikant.
Dr. Severijn blijft tot 1929 in Dordt, dan wordt hij lid van de Tweede Kamer voor de ARP. Hij houdt zich vooral bezig met filosofisch-theologische vragen, de politiek van de dag boeit hem minder dan bijvoorbeeld prof. Visscher, die op dat moment ook voor de ARP in de Kamer zit.

Hoogleraar in Utrecht
Dr. Severijn blijft maar twee jaar in het Haagse. In 1931 wacht hem een benoeming tot hoogleraar in Utrecht. Tot 1957 bezet hij de post Wijsgerige ethiek, Wijsgerige inleiding tot de godsdienstwetenschap en Encyclopeadia der godgeleerdheid. Bij de benoeming tot opvolger van prof. Visscher volgt de minister diens advies tegen de meerderheid van de faculteit in – slechts één collega steunt Visschers advies. Biograaf De Groot vindt dat niet onbegrijpelijk, gezien het grote aantal studenten van hervormd-gereformeerde signatuur aan deze faculteit.
‘Zijn professorale taak heeft Severijn dan ook steeds gekoppeld aan zijn kerkelijke positie, ten nadele van zijn wetenschappelijk werk. Zijn universiteit, die hij ook als rector magnificus heeft gediend (1951-1952), zag hij graag in het licht van haar voetiaans verleden, waaraan zijn eigen woord ook het nodige gezag kon ontlenen.’
Vele jaren is dr. Severijn, die in 1951 ook bijzonder hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond wordt, de enige theoloog van hervormd-gereformeerde beginselen aan de Utrechtse faculteit. Hij wordt populair genoemd, een hartelijk persoon, met een ‘besliste gemakkelijkheid’ in zijn ambtsvervulling, een laconieke gevatheid en een opmerkelijke verschijning.

College
Prof. Severijn gaf niet zo gemakkelijk colleges als zijn collega prof. Van Rhijn, herinnert ds. K. Schipper zich een interview. De hervormde emeritus predikant te Dordrecht deed midden in de oorlogsjaren zijn theologiestudie in Utrecht. Prof. Van Rhijn was volgens hem onder studenten ‘veel populairder’ en daarbij ‘meer meditatief ’.
Ook ds. C.A. Korevaar uit Rotterdam herinnert zich de colleges van prof. Severijn goed. ‘Hij had vriendelijke, vaderlijke gevoelens voor hervormdgereformeerde studenten. In die tijd stond je op als de hoogleraar binnenkwam. Tentamen deed je in jacquet. Het was een hele eer als je aan de rechterhand van de professor mocht zitten en zijn jas met de bontkraag aannemen. Tegenspreken was er niet bij. Hij kon je soms ook een draai om de oren geven. Ik stelde aarzelend de vraag naar het gezag van de prediking van ons, jonge, onervaren studenten, straks in de eerste gemeente. Hij begon te foeteren. ‘Je moet niet van die rare dingen vragen. Je moet je plicht doen. Het gezag ligt in Gods Woord.’’
Prof. Severijn is als hoogleraar niet voor de vrouw in het ambt. Ook met vrouwelijke studenten heeft hij weinig op. Als er eens twee zijn, blijft hij zijn colleges beginnen met: ‘Mannenbroeders’. Als de studenten op een bepaald moment afspreken dat alle jongens weg zouden blijven en alleen de twee meisjes plaatsnemen, stelt de hoogleraar vast: ‘Ik zie dat er vanmorgen geen belangstelling is voor het college, het gaat niet door.’

Gezag
Al in de jaren dertig krijgt dr. Severijn een eredoctoraat aan de universiteit van Debrecen alsook een ereprofessoraat in Boedapest. Zijn rectorale rede Imago Dei, over het beeld Gods, uit 1952 legt getuigenis af van het wetenschappelijk gezag dat hij zich dan op de universiteit verworven heeft. Hij is niet alleen theologisch en filosofisch onderlegd, prof. dr. W. Balke uit Den Haag weet ook van Severijns grote belangstelling voor de bètawetenschappen. ‘Hij kon het goed vinden met Victor Jacob Koningsberger, hoogleraar plantenfysiologie in Utrecht, die zich op 25 november 1940 als eerste hoogleraar in Nederland publiekelijk uitsprak tegen de uitsluiting van Joodse hoogleraren en medewerkers
van Nederlandse universiteiten.’
Toch publiceert dr. Severijn als hoogleraar weinig strikt wetenschappelijke studies. Voor de theologiestudent verschijnen onder andere Principia. Wijsgeerige inleiding in de godsdienstwetenschap (1938) en de in één band uitgegeven Inleiding tot het theologisch denken en Encyclopaedie der theologische wetenschappen (1948). Ongetwijfeld heeft het ermee te maken dat dr. Severijn ook na de aanvaarding van zijn professoraat graag blijft schrijven in de Waarheidsvriend en andere organen.

Analyserend vermogen
Severijn schrijft in de Waarheidsvriend wekelijks hoofdartikelen over allerlei onderwerpen. Hij geeft er blijk van een groot analyserend vermogen. De artikelen zijn niet altijd even toegankelijk. In de eerste helft van 1940 schrijft hij wekenlang artikelen over ‘Het verbond Gods’. Hij gaat in op de vraag of je oprecht gelovig kunt zijn als dat niet gereformeerd is in de zin van de drie formulieren van enigheid. Hij stelt dat het geloof niet hangt aan de Heidelbergse Catechismus, maar dat deze uit het geloof is opgekomen. ‘Niet de catechismus, maar het geloof van de catechismus is het gemeenschappelijk geloof en de eenheid der kerk. Van de kerk die haar belijdenis handhaaft, mag dan ook verwacht worden dat zij overeenkomstig de belijdenis handelt.’
Het is duidelijk dat de Gereformeerde Bond een geleerde voorzitter heeft gekregen. Het gaat hem daarin om de inhoud van de Schrift, om het belijdende spreken van de kerk. In Severijns jaren krijgt de Waarheidsvriend een hoger theologisch gehalte.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog schrijft de hoofdredacteur ook over allerlei maatschappelijke onderwerpen.

Houding in de kerk
In de Waarheidsvriend van 6 juni 1940 schrijft ds. Jac. Vermaas dat prof.dr. J. Severijn het voorzitterschap op zich heeft genomen. Op dat moment is Severijn 25 jaar predikant, een jubileum waar op zijn verzoek geen aandacht aan is gegeven. Dr. W. Verboom stelt in Uw Naam geef eer dat we in zijn denkbeelden over de kerk andere accenten zien oplichten dan onder ds. Van Grieken, hoewel beiden zich hebben ingezet voor een kerk die leeft uit Schrift en belijdenis. Dr. Severijn legt meer nadruk op de aaneensluiting van plaatselijke gereformeerde gemeenten in het geheel van de kerk – de modus vivendi- gedachte die ook het Gereformeerd Weekblad verdedigt.
Dr. Severijn weet de verschillende lijnen echter dichter bij elkaar te brengen. De groep rond ds. I. Kievit raakt door hem weer betrokken bij de beweging. Zo spreekt dr. Severijn tijdens het 25-jarig predikantschap van ds. I. Kievit te Baarn, blijkt uit het uitvoerige verslag ervan in de Waarheidsvriend van december 1940.
Ook ds. Schipper zegt dat dr. Severijn samenbindend werkte binnen de Gereformeerde Bond: ‘Daarin zijn altijd twee stromingen geweest. De ene groep legt de nadruk op de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof. De andere groep leeft meer vanuit de kenmerken. Iemand als prof. Severijn probeerde deze groepen bij elkaar te houden. Ik denk dat we daar tegenwoordig minder in slagen.’
Dr. Jo Severijn is tot 1966 voorzitter van de Gereformeerde Bond. Hij overlijdt dat jaar in De Bilt. Hij is dan 83 jaar en wordt begraven bij zijn echtgenote, op Den en Rust in Bilthoven.

---
Gereformeerde Bondsvoorzitter
Het moment waarop dr. J. Severijn het voorzitterschap van de Gereformeerde Bond op zich neemt, wordt geheel overschaduwd door het begin van de oorlog. Al vijf jaar eerder had ds. M. van Grieken aangegeven te willen aftreden als voorzitter, maar op aandringen van de andere bestuursleden ging hij toch nog door. Begin 1940 kondigt hij definitief zijn vertrek aan; in oktober van dat jaar zou hij ook met emeritaat gaan.
De jaarvergadering is op 25 april en wordt minder druk bezocht dan eerdere jaren, wat ongetwijfeld met de mobilisatie en verdere oorlogsdreiging te maken heeft. ‘De oorlog die al lange tijd dreigde is losgebroken en heeft zich telkens op ongedachte wijze uitgebreid’, zegt ds. M. van Grieken in zijn openingswoord. ‘Niemand kan, ook niet bij benadering, zeggen hoe de dingen zich zullen ontwikkelen. Het is Gods wondere genade, dat Hij in een booze wereld blijft zeggen: keer weder tot Mij en Ik zal Mij uwer ontfermen.’
Na de opening op deze jaarvergadering is het woord aan prof.dr. J. Severijn, die een referaat houdt over ‘Geloof en Openbaring’. Hij begint met de opmerking dat het optreden van prof. Karl Barth een eigenaardige beroering in de theologenwereld heeft teweeggebracht. Eigenaardig, omdat wat door hem als theologie wordt aangediend, een eigen karakter draagt. Het is juist dat eigen karakter, zo zegt Severijn, dat rechtmatige twijfel mag wekken of wij hier met theologie dan wel met een wijsgerig- theologische speculatie van doen hebben.
De nieuwe voorzitter laat deze vraag verder rusten, maar signaleert wel dat er een hernieuwde belangstelling voor dogma en dogmatiek is gekomen bij velen die van de belijdenisgeschriften waren vervreemd of daartegenover zelfs een afwijzende houding innamen. Geloofskennis draagt een geestelijk karakter, komt op uit en is gericht op de openbarende werkzaamheid Gods. Van de mens uit gezien gaat openbaring altijd aan het geloof vooraf. Het geloof dat tot meerdere kracht en klaarheid is opgewassen, ontdekt dat de Heilige Geest in de verborgenheid van het eigen gemoed reeds lange tijd werkzaam is geweest, alvorens men zich daarvan klaar bewust was.

Over twee weken: hoofdredacteur ds. G. Boer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geleerd en samenbindend

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's