De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Scholen met een goede naam

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Scholen met een goede naam

Vrijheid van onderwijs is geen onbedreigd bezit

7 minuten leestijd

Steeds worden er voorstellen gedaan die de vrijheid van onderwijs van bepaalde scholen onder druk zetten. Die scholen behoren niet zelden tot de reformatorische of een andere orthodox-christelijke richting. Wat zit daarachter? En wat hebben we daarvan te duchten?

De vrijheid van onderwijs, die nu al bijna een eeuw lang in de Grondwet is vastgelegd, is een groot goed. Als je politici van allerlei kleur mag geloven, wordt deze mening breed gedragen. Vrijwel geen politieke partij wil deze vrijheid formeel inperken, laat staan afschaffen. Maar voor bepaalde scholen staat die toch onder druk.
Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat de kritiek zich vaak juist op orthodox-christelijke scholen richt. Immers, hebben niet juist die scholen – als het gaat om de kwaliteit van het onderwijs – een goede naam? Scholen als het Hoornbeeckcollege, Driestar Educatief en de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) staan regelmatig hoog op de ranglijst van scholen als het gaat om kwaliteit en waardering. Waar maakt de politiek zich dan zo druk om? Blijkt hier niet uit dat de vrijheid van onderwijs bij deze scholen in goede handen is? Daar zouden overheid en inspectie toch alleen maar blij mee moeten zijn?
Dat laatste is zeker waar. Het zegt iets als scholen erin slagen door de inzet van docenten, bestuurders, studenten en leerlingen ook in de ogen van buitenstaanders goed te presteren. Dat is ook van groot maatschappelijk belang.

Voorzichtig
Toch moet je voorzichtig zijn met het gebruik van resultaten van individuele scholen in het politieke debat. Je loopt dan snel het risico geconfronteerd te worden met andere cijfers. Zo laten gegevens van de Inspectie van het Onderwijs zien dat per 1 september 2011 van de reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs 3,5 procent het stempel ‘zeer zwak’ kreeg, terwijl dit percentage voor alle scholen samen 0,9 bedroeg. Ook van deze percentages geldt dat ze pas echt betekenis krijgen als je de gegevens achter de cijfers kent.
Niet-christelijke partijen wijzen er vaak op dat het openbaar onderwijs in een nadelige positie zou verkeren omdat bijzondere scholen minder achterstandsleerlingen zouden opvangen. Dat verwijt blijkt in algemene zin ongegrond.
Maar niet ontkend kan worden dat scholen die hechten aan het christelijke karakter van de school, soms niet alle leerlingen, ongeacht godsdienstige achtergrond, toelaten. Zij hebben hiertoe op grond van de vrijheid van onderwijs het volste recht, maar het feit wordt wel aangegrepen om de betekenis van onderwijsresultaten te relativeren.

Andere argumenten
Laten goede prestaties van orthodox- christelijke scholen dan ook vooral een reden zijn tot dankbaarheid, een stimulans om op de ingeslagen weg voort te gaan en voor andere scholen als een voorbeeld dienen. Maar in het politieke debat kunnen beter andere argumenten worden gebruikt.
Kern van de vrijheid van onderwijs is dat niet de overheid maar de scholen en de ouders verantwoordelijk zijn voor de inhoud en inrichting van het onderwijs. Vrijheid van onderwijs is vrijheid om andere meningen te hebben en andere prioriteiten te stellen dan een meerderheid in onderwijsland en politiek. Al zou 90 procent van de Nederlandse bevolking aanhanger zijn van een evolutietheorie en het scheppingsverhaal onzin vinden, dan nog is het de vrijheid van scholen om het anders te leren.

Spanningsveld
Tegelijk zit hier wel een spanningsveld. Kinderen van christenouders groeien op in een maatschappij waarin de Bijbel voor het overgrote deel van de mensen een onbekend boek is. Over zaken als evolutie, de verhouding van man en vrouw, huwelijk en seksualiteit wordt fundamenteel anders gedacht dan deze kinderen van huis uit mee krijgen.|
In opvoeding en onderwijs moet hiermee rekening worden gehouden. Kinderen moeten vanaf een bepaalde leeftijd weten wat het evolutiedenken in grote lijnen inhoudt.
Dat moet hun ook op een christelijke school worden bijgebracht. De vrijheid van onderwijs brengt met zich mee dat een christelijke school dat denken ook in bijbels perspectief mag plaatsen.

Kerndoelen
Dit spanningsveld vind je terug in zogenaamde kerndoelen die de overheid stelt en waaraan de Onderwijsinspectie toetst. Simpel gezegd: in die kerndoelen mag de overheid wel bepalen wat leerlingen moeten weten, niet wat docenten en leerlingen van iets moeten vinden.
Omdat het hier kan gaan om zaken die van grote maatschappelijke betekenis kunnen zijn, zal in de politiek de neiging bestaan om steeds verder te gaan in het geven van voorschriften over de inhoud en de inrichting van het onderwijs. Het is daarom een goede zaak dat de wet de mogelijkheid biedt om bij dringende bedenkingen tegen de inhoud van landelijke kerndoelen daarvan af te wijken via eigen kerndoelen.

Overheidsinvloed
De vrijheid van onderwijs biedt geen waterdichte garantie tegen een te ver gaande overheidsinvloed op het onderwijs. Dat komt onder andere doordat die vrijheid niet absoluut is. De overheid heeft op grond van de Grondwet de taak eisen van deugdelijkheid te stellen waaraan al het onderwijs moet voldoen. Daarbij moet de vrijheid van richting gerespecteerd worden, evenals de keuze van de leermiddelen en de aanstelling van de onderwijzers.
De vraag is dan hoe ver dit respecteren moet gaan als de overheid eisen van deugdelijkheid stelt. En wat zijn eisen van deugdelijkheid?
Ze zijn niet hetzelfde als kwaliteitseisen, maar waar houden eisen van deugdelijkheid op en waar beginnen kwaliteitseisen waar de scholen primair zelf over gaan?
Die vraag wordt in ons staatsbestel uiteindelijk door de wetgever beantwoord. Kort door de bocht geformuleerd beslist een politieke meerderheid dus over de vraag of een bepaalde eis voor het bijzonder onderwijs in overeenstemming is met de Grondwet.
Als bijvoorbeeld voorgesteld wordt een acceptatieplicht voor alle leerlingen in te voeren, dan beslissen regering en beide Kamers samen over de vraag of hierdoor ook reformatorische scholen verplicht worden alle leerlingen zonder onderscheid van godsdienst toe te laten.
Toen de Algemene wet gelijke behandeling tot stand kwam, werd daarin een bepaalde constructie afgesproken (de zogenoemde enkelefeitconstructie) op grond waarvan bijzondere scholen alleen onder stringente voorwaarden een in een homoseksuele relatie levende leerkracht mogen ontslaan of niet benoemen.

Eisen
De kans zal zich dus in de toekomst blijven voordoen dat de overheid aan orthodox-christelijke scholen eisen stelt die op gespannen voet staan met de identiteit van die scholen. Naar mate respect en begrip voor bijbelse normen en waarden verder afnemen, kan dat vaker voorkomen.
In dat verband is interessant, dat de Onderwijsraad – het belangrijkste adviesorgaan van regering en parlement op het gebied van de vrijheid van onderwijs – onlangs op verzoek van de Tweede Kamer een rapport heeft uitgebracht met een gezaghebbende interpretatie van de vrijheid van onderwijs.
Daarin balanceert de Onderwijsraad op het snijvlak van respect voor de oorspronkelijke bedoeling van de vrijheid van onderwijs en een moderne interpretatie daarvan.
Het onderwijsbeleid en de wetgeving mogen wat de Onderwijsraad betreft opschuiven van het stellen van eisen van deugdelijkheid naar het streven naar daadwerkelijke kwaliteit en leeropbrengsten.
Maar, voegt de raad eraan toe, de onderwijsinspectie moet de onderwijskundige identiteit van de school respecteren.

Verdediging
Echt houvast biedt dit soort zinnen niet, maar ze krijgen een zekere inkleuring door de praktijkvoorbeelden die de raad noemt. Invoering van een acceptatieplicht, zoals voorgesteld in een initiatiefvoorstel van de PvdA, vindt de Onderwijsraad niet nodig, omdat bepaalde bijzondere scholen hierdoor onevenredig zouden worden geschaad.
De Algemene wet gelijke behandeling behoeft geen verdere aanscherping met als interessant argument: tegemoetkoming aan een specifiek religieus belang is ook een kwestie van gelijke behandeling. Bij het toekennen van een tegemoetkoming in de kosten van leerlingenvervoer mag de overheid de wens van de ouders om een bepaalde school te bezoeken niet toetsen.
De conclusie mag zijn dat de vrijheid van onderwijs geen onbedreigd bezit is. De beste verdediging ervan is gelegen in goed onderwijs, waarin kwaliteit en identiteit op een herkenbare manier samengaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Scholen met een goede naam

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's