Schenken uit barmhartigheid
Gelovig omgaan met het lijden [2]
‘Waarom leveren de reguliere zendings- en ontwikkelingsprojecten van een gemeente vaak lauwe reacties op bij gemeenteleden? Juist bij christenen mag je toch iets anders verwachten.’ Een reactie tijdens een van de worskhops in november tijdens de bezinningsdag ‘Gelovig omgaan met het lijden’.
De reactie riep een verdere discussie op die tot de kernvraag leidde: ‘Hoe verhoudt een christen zich tot deze wereld van rijkdom en armoede?’
Drie zaken zijn van belang. Allereerst of christenen anders in leefgedrag en geefgedrag zijn ten aanzien van de naasten ver weg dan de gemiddelde Nederlander. Daarnaast is het belangrijk te kijken hoe je als christen in deze tijd op de juiste wijze iets kan betekenen voor verlichting in het lijden wereldwijd. Om tot slot bij de kern uit te komen: hoe verhoudt een christen zich tot deze wereld van rijkdom en armoede.
Geefgedrag
Zijn christenen anders? De droogte in Afrika heeft christen en nietchristen geraakt. Giften stroomden binnen bij kerkelijke organisaties. Het verhaal van de vluchtende moeder met haar drie kinderen van wie ze er één doodziek in de woestijn moest achterlaten, deed een direct appèl op de mensen. Geld geven in dit soort situaties is geen vraag. De betrokkenheid is er en vanuit barmhartigheid en mededogen wordt er gegeven. Christen of geen christen.
Maar hoe zit dat bij de (door)lopende programma’s en de structurele nood? Zijn christenen dan anders? Hoe is het leef- en geefgedrag van christenen?
In november 2011 gaf Woord en Daad, samen met twaalf christelijke maatschappelijke organisaties TNSNIPO de opdracht om onder bijbelgetrouwe christenen onderzoek te doen naar hun geefgedrag en leefstijl. Het onderzoeksrapport ‘Trouw geven, eerlijk leven’ gaf veel inzichten. In het verkiezingsjaar 2010 werd merkbaar dat zelfs onder christelijke kiezers de steun voor ontwikkelingssamenwerking niet altijd meer vanzelfsprekend was.
De toon in de maatschappelijke discussies veranderde. Het eigenbelang kreeg een duidelijke plaats.
Ook bij christenen, bij wie je verwacht dat gerechtigheid de boventoon voert. Deze trends waren mede de aanleiding om een dergelijk onderzoek uit te voeren om zo de rol van maatschappelijke organisaties scherp te krijgen. In het onderzoek is een veelheid van kerkelijke richtingen meegenomen.
Leefstijl
Niet eerder werd onderzoek gedaan naar geef- én leefgedrag van christenen. Een opvallende conclusie uit het onderzoek is dat bijbelgetrouwe christenen trouw blijven geven en tegelijk het belang inzien van een bewuste leefstijl die onze naaste ver weg minder schaadt, hoewel in het leefgedrag ook nog stappen gezet kunnen worden.
De gemiddelde Nederlander is van de noodzaak van die bewuste leefstijl evenzeer overtuigd, maar is wel veel sceptischer over het doneren aan meer traditionele goede doelen. Een beetje zwart-wit gezegd: waar doorsnee Nederlanders ‘ouderwetse hulp’ steeds meer afschrijven tegenover het kopen van fairtrade-producten, zien bijbelgetrouwe christenen geefgedrag en leefstijl als zaken die in harmonie met elkaar kunnen zijn.
Barmhartigheid
Even opmerkelijk is hoe sterk juist de waarde van barmhartigheid leeft onder christenen waar de samenleving als geheel veel gevoeliger blijkt voor argumenten, ontleend aan eigenbelang. De gemiddelde Nederlander vindt dat er al gauw te veel op de emoties gewerkt wordt als je appelleert aan zulke waarden. Uit het onderzoek blijkt juist dat barmhartigheid dieper steekt dan emotie.
Wel kritisch
Ondanks de geluiden die in 2010 te horen waren, toonde het onderzoek aan dat christenen bovengemiddeld geven. Een veelgehoorde reactie op deze conclusie is: ‘Gelukkig maar, want in de Bijbel staat duidelijk de opdracht zorg te dragen voor de naaste ver weg en dichtbij.’ En niets is minder waar.
Bij de omwandeling van Jezus op aarde vertelde Hij gelijkenissen waarin Hij de oproep deed tot naastenliefde. Denk aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.
Het onderzoek laat zien dat christenen zich gemotiveerd weten vanuit de waarde van barmhartigheid.
Toch zoeken kerkelijke gemeenten ondanks de motivatie toch vaak naar de juiste boodschap als het gaat om het bewustmaken van de armoede die er is. In de workshop werd opgemerkt: ‘We zien dat de wereld verandert en het ontwikkelingswerk niet meer het werk is van tientallen jaren terug. Maar hoe ga ik als kerkelijke gemeente daarmee om en hoe communiceer ik dit naar de gemeenteleden die graag geven aan programma’s, maar ook wel de nodige kritische vragen kunnen stellen?’
Grenzen vervagen
Dat de wereld verandert, is een gegeven. Het internet en de mobiele telefonie hebben de vroeger afgelegen gebieden in bijvoorbeeld Afrika of Azië toegankelijk gemaakt via internet. Ongekende informatiebronnen worden ontsloten. Dat doet wat met de mensen daar. En dat vraagt wat van de mensen hier in Nederland. Als christelijke gemeente is het daarom ook heel goed je bewust te zijn van deze ontwikkelingen.
Als eerste is het belangrijk om bij een programma, gesteund door een kerkelijke gemeente, goed te kijken in welke context het werk plaatsvindt. De politieke situatie in het land, de economische ontwikkelingen maar ook de mogelijkheden tot verdere samenwerking.
Hierdoor kunnen via rapportages richting de gemeente ook kritische vragen komen over mogelijke samenwerking of het effectief inzetten van de netwerken die er zijn.
Dit is een goede stimulans om communicatie te verbeteren en samen met de buitenlandse organisatie of de Nederlandse organisatie die het programma uitvoert afspraken te maken over de verantwoording van het programma. Dat is één kant van de zaak en zo wordt een deel van de veranderende wereld meegenomen.
Vanuit mijn werk heb ik dat als heel belangrijk ervaren in de hulp na de aardbeving in Haïti. Herbouw bleek bijvoorbeeld op problemen te stuiten omdat er geen goede kadastrale gegevens waren van ingestorte huizen. Zoiets vertraagt en dat vraagt om open communicatie. En als die er is, is er ook wederzijds begrip, juist als dingen niet gaan zoals we in Haïti en Nederland met elkaar zouden willen.
Spiegel
Tegelijkertijd zal het richting de kerkelijke gemeente duidelijk worden dat ze ook in de spiegel moet kijken.
Want juist bij internationale samenwerkingstrajecten is het nodig te bezien hoe je zelf je plaats inneemt.
Terwijl het vroeger helder was wat je als kerkelijke gemeente steunde, is het nu ook binnen kerkelijk Nederland een wirwar aan contacten die over en weer samenwerken.
Je stevig vast blijven bijten in het oude zal uiteindelijk niet meer werken. In deze netwerksamenleving is het juist de kunst samen met de organisaties met wie je werkt te kijken welke mogelijke samenwerking er nog meer kunnen plaatsvinden. Om zo uiteindelijk je gezamenlijke doel te bereiken.
In de veranderende wereld lopen samenwerking en contacten door elkaar en zijn er geen duidelijke grenzen te trekken. Dan is voor alles belangrijk helder te hebben waar je als gemeente of gemeentelid zelf voor staat. Het betekent teruggaan naar de kern. Als christen helder te hebben wat je visie en overtuiging is en om welke reden je de gestelde doelen zo belangrijk vindt.
Vanuit die basis hoeft het dan niet moeilijk te zijn om over eigen grenzen heen te kijken en samenwerking op allerlei fronten aan te gaan.
Dan kan een kerkelijke gemeente een programma in Zambia steunen via een ontwikkelingsorganisatie.
Tegelijkertijd kan de ontwikkelingsorganisatie met een lokale supermarkt in gesprek zijn over eerlijk handelen rond duurzaamheid en kan de plaatselijke burgerlijke gemeente in Zambia deze programma’s steunen, zodat zo in het dorp of de stad de zaken bijeenkomen.
Het gemeentelid krijgt op die manier handelingsperspectieven waardoor hij als christen de roeping in praktijk kan brengen. De leesbare brief van Christus kan op die wijze letterlijk leesbaar worden door de handel en wandel.
Toegevoegde waarde
Voor de gemeente ligt er wél altijd de uitdaging om zich heel eerlijk af te vragen: ‘Wat voeg ik daadwerkelijk toe aan wat er al gebeurt?’ En die toegevoegde waarde zit dan in de kern toch vooral in het christelijke gemeente-zijn en in de relatie met mensen. Dat is anders dan wat een bedrijf of een ontwikkelingsorganisatie doet. Trek je steeds terug op je kern.
Hoe dan ook, we redden het niet meer door vanuit zuilen te blijven denken en grenzen te trekken met de hoop hiermee veiligheid en helderheid te krijgen. De ontwikkelingen gaan door en als kerkelijke gemeentes en als individu is het zaak om in de netwerksamenleving de juiste plaats in te nemen.
Christenen zijn anders in leef- en geefgedrag en weten zich gemotiveerd te handelen vanuit barmhartigheid. Omdat ze zich Christ(g)elijk mogen weten. Dan is het niet alleen meer weten. Dan is het ook een roeping. Om het Christ(g)elijke uit te stralen, juist in verbanden waar christenen, christelijke organisaties en christelijke gemeentes betrokken zijn. Om zo in deze veranderende wereld – over grenzen heen – verbindingen te leggen en Christ(g)elijk te inspireren.
Het onderzoeksrapport ‘Trouw geven, eerlijk leven’ is te downloaden van de site www.woordendaad. nl (zoekwoord: trouw geven eerlijk leven).
Volgende week: overwegingen bij een veranderende visie op het lijden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's