Boekbesprekingen
Peter A. Verbaan Geweten. De rehabilitatie van een theologisch begrip Uitg. Boekencentrum Academic, Zoetermeer; 260 blz.; € 24,90.
Ds. P.A. Verbaan, predikant in Ermelo, onderzoekt in dit boek de waarde van het begrip geweten voor de christelijke theologie. Het boek valt in drie delen uiteen. In het inleidende deel geeft de auteur aan waarom het begrip theologisch beladen is.
Het onderwerp is veelzijdig. Ds. Verbaan verwijst naar de neurowetenschap, de psychologie, de rechtsfilosofie en de literatuur. Mooi dat een theoloog zo veelzijdig insteekt. In het laatste deel, dat slechts elf pagina’s beslaat, geeft hij zijn eigen positie weer. Hij wil de filosofische wending naar de taal (de linguistic turn) serieus nemen en ziet het geweten als een taalconstruct, een denkvorm. Vandaar dat hij het lidwoord ‘het’ zoveel mogelijk vermijdt. ‘Het bepaalde lidwoord verleidt ons er steeds opnieuw toe substantieel te denken.’ Toch acht hij het concept onopgeefbaar. Niemand kan claimen dat de stem van zijn of haar geweten de stem van God is, maar mensen vernemen in hun geweten wel de stem van God. Dat het resultaat in systematisch theologische zin wat mager is, komt ook door de paradoxale uitkomsten van het onderzoek naar de plaats van het geweten in de geschiedenis van de theologie, die Verbaan in het tussenliggende deel analyseert. De rooms-katholieke theologie bespreekt het geweten vooral onder de noemer van de algemene openbaring. Luther plaatst het geweten in de heilsleer tegen de achtergrond van middeleeuwse boetepraktijk. Belangrijker dan het geweten is de werking van wet en evangelie. Calvijn verbindt de ‘ingeschapen intuïtie voor het goddelijke’ wel met de consciëntie, maar het geweten gaat pas echt goed functioneren door het werk van de Geest. Het hoort thuis in de pneumatologie.
‘Het geloof sust het geweten niet, maar vernieuwt het.’ (203). Het is jammer dat de auteur – op grond van de indruk dat er sprake is van continuïteit – niet kiest voor een diachrone benadering (dus gebaseerd op gegevens betreffende de ontwikkeling van de taalverschijnselen in de loop der tijden), juist omdat Calvijn de onderzochte termen vanaf het begin in de Institutie hanteert. Pannenberg, ‘een modern theoloog die het terecht weer opneemt voor de functie van het geweten’ (223) – verbindt het geweten ten slotte aan de identiteit en lokaliseert het in de theologische antropologie. Verbaan geeft een heldere analyse van de plaats die het geweten krijgt in de systematische theologie.
Een echte rehabilitatie, zoals de ondertitel suggereert, biedt hij niet. Dat is niet alleen een gevolg van de complexiteit van de materie. Verbaan ziet systematische theologie als begripsanalyse en omarmt daarmee de linguistic turn. Maar theologie is meer dan analyse van taal, het is ook spreken over God en de mens als beelddrager van God. Wellicht dat een kritischere doordenking van zijn vertrekpunt hem geholpen zou hebben om niet alleen te duiden hoe anderen het geweten positioneren, maar het ook te rehabiliteren.
---
Ds. A. Schreuder Naar eer en geweten. Wat de Bijbel en onze belijdenis zeggen over het geweten.
Uitg. Den Hertog, Houten; 153 blz.; € 14,90.
Tot een heel ander genre behoort het boekje van ds. A. Schreuder, predikant van de gereformeerde gemeente te Rijssen. Hij acht de vorming van het geweten van groot belang voor het geestelijk welzijn. Hij opent met een bijbelse definitie en drie hoofdstukken over de gewetensvorming in de huidige tijd. In de hoofdstukken zes tot en met twintig komt het geweten in de Bijbel aan de orde, niet alleen vanuit die nieuwtestamentische teksten waarin het woord voorkomt, maar ook in geschiedenissen zoals die van Kaïn, David en Herodes.
De auteur stelt dat God zich ‘juist in het geweten – en niet zozeer in het gevoel of verstand’ (10) openbaart, maar onderbouwt dat niet vanuit Schrift en belijdenis. Deze insteek is vooral ingegeven door de begrijpelijke zorg dat het geweten in de postmoderne context subjectief wordt ingekleurd. In de hoofdstukjes over gewetensvorming krijgt de wet het volle pond ten koste van evangelie en verbond. De rechtvaardiging in de vierschaar der consciëntie blijft ongenoemd, terwijl daar toch in bevindelijke kring vragen over leven. In de meditatieve hoofdstukken is het boekje het sterkst.
H. van den Belt, Woudenberg
---
Bram van de Beek, Margriet van der Kooi, Arjan Plaisier e.a. 12 artikelen over God. Geloven op goede gronden. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 71 blz.; € 8,90.
De stichting Schrift en Belijdenis, onderdeel van de Confessionele Vereniging, is een uitgave gestart van een reeks gespreksboeken rond de Apostolische Geloofsbelijdenis. Ze wil hiermee een tegenwicht bieden aan het groeiende gebrek aan kennis over de christelijke geloofsleer in de kerken. De nieuwe serie heet ’geloven op goede gronden’. Het eerste boekje gaat over God. Later volgt een deel over Jezus Christus en een deel over de Heilige Geest.
Boven de hoofdstukjes staan prikkelende titels, die uitnodigen om te lezen. Bijvoorbeeld: God als Vader, ook als Moeder? Het wordt het beste gevonden om God Vader te blijven noemen, omdat we daarmee het dichtst bij de Bijbel blijven. Wel moet steeds weer uitgelegd worden wat het betekent wanneer we God Vader noemen, omdat er anders gauw misvattingen ontstaan.
Wanneer in een volgend hoofdstuk God als Schepper ter sprake komt, wordt eraan vast gehouden dat Hij Schepper is, maar wordt er geen keuze gemaakt tussen creationisme, evolutietheorie en andere benaderingen. Genesis 1 wordt een loflied op God genoemd. In een hoofdstuk over het ervaren van God wordt erop gewezen dat daarvoor Gods openbaring nodig is. Deze openbaring vinden we in de Bijbel, maar dan niet zo dat elk woord uit de Bijbel het Woord van God is. ‘Het zijn mensenwoorden, die het spreken van God weergeven, zijn Woord interpreteren en over Hem spreken.’
Verder komt in het boek de vraag aan de orde of God bestaat en hoe je dat weet én wordt de vraag ook gesteld of wij God bedacht hebben. Er is ook een hoofdstuk met als titel: Iets of Iemand. Het wordt gevolgd door een artikel over God en Allah. Positief wordt er geschreven over de drie-eenheid van God. Wanneer de realiteit van het kwaad ter sprake komt, wordt de mens als schuldige aangewezen en een pleidooi gevoerd voor de leer van de erfzonde. Ten slotte wordt gesproken over God en het lijden. Benadrukt wordt dat God niet lijdelijk toeziet.
In het boekje wordt elk hoofdstuk geschreven door twaalf auteurs afkomstig uit het brede midden van de Protestantse Kerk in Nederland. Aan elk hoofdstuk zijn twee vragen toegevoegd, om het gesprek op gang te brengen.
Graag had ik gezien dat het aspect van het gelóóf meer was uitgewerkt. Wat betekent het wanneer ik zeg dat ik geloof in God, de Vader, de Almachtige Schepper van hemel en aarde? En wat betekent het dat God om Christus wil onze God en Vader is? Jammer vind ik de Schriftvisie zoals die in dit boek naar voren komt. Wanneer de Bijbel niet zonder meer Gods Woord is, moet je zelf bepalen of het wel of niet openbaring is. Graag had ik ten aanzien van de schepping meer duidelijkheid gehad. Toch is het zeker de moeite waard om dit boekje te lezen, om te zien hoe aan de hand van de Apostolische Geloofsbelijdenis ingegaan wordt op allerlei eigentijdse vragen.
W.G. Hulsman, Genemuiden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's