Medische ontwikkelingen
Lijden is aan devaluatie onderhevig. Wat vroeger bij het gewone sterven behoorde, wordt vandaag geduid als intens lijden. Ook wij groeien mee in die ontwikkelingen. Daarom volgen hier enkele overwegingen bij een veranderende visie op het lijden.
In honderd jaar is er veel veranderd, op allerlei terreinen. Ook binnen de geneeskunde. Revolutionaire ontwikkelingen hebben zich voltrokken. Denk aan de opkomst van allerlei medicijnen, waaronder de antibiotica, operatieen narcosetechnieken, tot en met de hightechgeneeskunde van vandaag. Maar wat heeft dit allemaal gebracht?
Twee ontwikkelingen vallen op. In de eerste plaats is tijdens de afgelopen honderd jaar de levensverwachting fors toegenomen. Dat zal niemand verbazen. Maar in de tweede plaats is ook de mate van lijden in de laatste levensfase toegenomen. Dat is vreemd. Dit leidt als vanzelf tot de vraag naar de reden daarvan. Waarom die toename van lijden?
Geelzucht
In de eerste plaats door de medische ontwikkelingen zelf. Dat wordt duidelijk wanneer we ziektegeschiedenissen van toen en nu vergelijken. Neem het voorbeeld van geelzucht.
Wanneer iemand honderd jaar geleden (pijnloze) geelzucht ontwikkelde, wist iedereen hoe laat het was. Dan had zo’n patiënt kanker bij de alvleesklier of galblaas en was hij of zij ten dode gedoemd.
De huisarts kon niet anders doen dan dit bevestigen en stuurde de patiënt gewoon naar huis. Er waren gewoonweg geen middelen om dit te behandelen. Gedurende de daarop volgende dagen tot weken verergerde de geelzucht, de moeheid nam toe en de eetlust af. Ten slotte werden de dagen steeds meer slapend doorgebracht en uiteindelijk sliep hij of zij in.
Vandaag is het beleid anders. Een patiënt met geelzucht wordt dezelfde dag nog opgenomen in een ziekenhuis. Maag- en darmonderzoek vindt plaats, een stent wordt gezet om de gal af te voeren en een behandeltraject wordt uitgezet: operaties, chemotherapie en bestralingen.
Wanneer diezelfde patiënt na enkele jaren in een verpleeghuis wordt opgenomen, heeft hij of zij een zware periode achter de rug.
Ziekenhuis in, ziekenhuis uit, stent zus, operatie zo. Uiteindelijk blijkt de ziekte toch te winnen, ondanks alle medische middelen. De buik is inmiddels opgezet van het vrije vocht (ascites) en de ademhaling is zwaar. Ten slotte overlijdt die patiënt op de palliatieve unit, onder een forse dosis morfine tegen de pijn en onder sedatie vanwege de benauwdheid.
Gelukkig is de casus niet representatief voor alle ziektebeelden, maar de ontwikkelingen binnen de geneeskunde blijken soms een keerzijde te hebben. Ze kan ook lijden doen toenemen, ondanks de grote winst van de gestegen levensverwachting.
Verwachtingen
In de tweede plaats hebben we, door alle technische hoogstandjes, een te hoge verwachting van de geneeskunde. Een hedendaagse slogan luidt namelijk: ‘Niemand behoeft meer pijn te lijden’. Ondertussen vult men voor pijn alle andere vormen van lijden in, alsof die allemaal bestreden kunnen worden. Maar is dat ook zo?
Dat we gezegend zijn met een uitgebreid arsenaal aan pijnstillers, is waar. Veel lijden is terug te dringen en te minderen. Ondertussen worden onze verwachtingen te hoog moegesteld. Want wat doen we met intensieve pijnbestrijding als de patiënt daardoor totaal in de war raakt? Wat doen we met medicijnen als de patiënt als gevolg daarvan nauwelijks meer kan en wil eten? Tegen veel ziekten moet de geneeskunde het afleggen, of we het wel accepteren of niet. En zeker tegen de dood.
Lager niveau
Door de te hoge verwachtingen van de geneeskunde wordt, in de derde plaats, een steeds lager niveau van ongerief als (intens) lijden geduid.
Ik maak het regelmatig mee dat de ademhaling bij ernstig zieke patiënten hoorbaar is, vanwege het slijm achter in de keel. Dat is hinderlijk maar meestal niet vervelend. Niet zelden duidt familie dat slijm als ‘moeder stikt bijna’. Ook de onregelmatige ademhaling tijdens de laatste levensuren, de zogenaamde cheyne stokes ademhaling, wordt door omstanders soms als heftig ervaren. ‘U wilt niet weten hoe zwaar moeder heeft geleden tijdens de laatste uren’, aldus een dochter, toen ik haar condoleerde vanwege het overlijden van haar moeder. Dat de dochter deze onregelmatige ademhaling zo heeft beleefd, wil niet zeggen dat moeder het zo heeft ervaren.
Meestal is te volstaan met goede uitleg, maar ze illustreert de veranderde beleving van lijden.
Ondraaglijk lijden
Deze verandering komt ook tot uiting in de maatschappelijke invulling van de woorden ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’. Ik gebruik met opzet deze woorden, omdat dit de enige wettelijke grond is om euthanasie toe te passen.
Hoewel ik euthanasie afwijs, heeft de wetgever goed nagedacht over deze woorden. Want ze beseft terdege dat lijden een subjectieve kant heeft (vandaar het woord ondraaglijk; dat bepaalt de patiënt), maar heeft dit toch willen verankeren of objectiveren (vandaar het woord uitzichtloos; dat zegt iets over de prognose en die bepaalt de arts).
Ondanks die wettelijke zorgvuldigheid is in een tijdsbestek van tien jaar (!) de invulling van deze woorden sterk veranderd.
Tien jaar geleden deed de Hoge Raad een uitspraak in de zaak Brongersma. Deze oud-senator van de PvdA was levensmoe en kreeg van zijn huisarts een dodelijke drank (1998). De man was niet ziek, maar had wel diverse ouderdomskwalen. De Hoge Raad veroordeelde de huisarts (2001), omdat levensmoeheid geen reden is voor euthanasie. Levenmoe is niet gelijk aan ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’, aldus de Hoge Raad.
Inmiddels ligt dat anders, zo blijkt uit de rapporten van de toetsingscommissie op euthanasie. Artsen passen soms euthanasie toe bij ouderen die slecht ter been zijn, nauwelijks kunnen lezen en bij wie het gehoor minder wordt. Hun sociale isolement en lichamelijke beperkingen zijn blijkbaar vormen van ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’.
Dus wat tien jaar geleden door de Hoge Raad werd veroordeeld, is inmiddels praktijk geworden.
Antwoord
Welk antwoord geven we als christelijke gemeente op al deze ontwikkelingen? Dat antwoord is niet eenduidig, omdat ook de veranderende visie en beleving van lijden niet eenduidig is. Daarvoor is de materie te complex. Toch wil ik een paar suggesties meegeven.
Om te beginnen, erken dat lijden een veelheid aan uitingsvormen heeft. Pijn, benauwdheid, verdriet en gemis zijn duidelijke vormen.
Ook eenzaamheid en het gevoel van nutteloosheid zijn lijdensvol. Veel ouderen – misschien ook jongeren? – lijden eraan. Ik zal geen profetische uitspraken doen, maar mijns inziens wordt dit het probleem van de toekomst. De discussie rond ‘voltooid leven’ is daarvan een onheilspellend signaal. Bagatelliseer deze vormen van lijden echter niet.
Wees verder voorzichtig met het uitspreken van waardeoordelen over complexe medische handelingen. Beschuldig een arts, die een zinloze behandeling stopt, niet direct van euthanasie. Ook hier geldt: schoenmaker, blijf bij je leest. Weet wat woorden betekenen, voordat je ze gebruikt. Volg de ontwikkelingen in de gezondheidszorg kritisch, bevraag de arts waarom hij of zij iets doet, maar wees tegelijk dankbaar voor de vele behandelingsmogelijkheden die we in ons rijke land hebben.
En verder, zoek uw heil niet in de geneeskunde, want die is slechts dienstbaar en zal de naderende dood niet kunnen keren. Maak er geen bittere dood van door iedere medische strohalm vast te houden.
Veel lijden is een gevolg van te lang doorbehandelen.
Beker water
Tot slot dit advies. De gevoelens van eenzaamheid en nutteloosheid zullen steeds vaker voorkomen. Die zijn niet te bestrijden met spectaculaire medische behandelingen, maar soms wel met eenvoudige middelen van nabijheid, aandacht en warmte. Juist dat dienen we als christelijke gemeente elkaar te geven. Dat is een opdracht voor ons allemaal en niet alleen voor de diakenen in de gemeente (Hand.6:1-7).
In Mattheüs 25 vertelt de Heere Jezus over het laatste oordeel en de grote scheiding tussen de schapen en de bokken. Wat maakt het verschil tussen die beiden? De schapen hadden naar elkaar omgezien.
Ze gaven de dorstige een beker water en de naakte een warm kleed.
Of, en nu zeg ik het met eigen woorden, ze bezochten de ouderen in een verzorgingshuis, ze hielpen in het verpleeghuis bij het uitdelen van de koffie en ze boden een luisterend oor aan hen die hun levensverhaal wilden vertellen.
Kortom, ze leken op Hem, Die naar deze donkere wereld is gekomen en Die omzag naar mensen in nood.
Laten we Hem daarin maar volgen.
Volgende week deel 4: Pastoraat rond kinderloosheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 2012
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 2012
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's