De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gesprek met Paul van Geest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprek met Paul van Geest

8 minuten leestijd

De tijd dat protestants Nederland weinig had met rooms-katholieken ligt ver achter ons. Antoine Bodar en Willem- Jan Otten zijn vandaag bekende namen. Dit geldt ook voor Paul van Geest, die een wekelijkse column heeft in het Nederlands Dagblad. Van Geest is hoogleraar kerkgeschiedenis in Tilburg en tevens hoogleraar Augustijnse studies aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Wouter Baaij en Aart Nederveen hadden een mooi gesprek met hem voor het blad Wapenveld, dat sinds kort in een aantrekkelijk nieuw jasje verschijnt.

We treffen Paul van Geest in zijn woonplaats Berkel en Rodenrijs, op Allerheiligen. Of dat voor hem een belangrijke dag is? ‘Allerheiligen en Allerzielen zijn zwaartepunten, je herdenkt de communie sanctorum waar we op aarde al bij horen. je bent een deel van een geheel, een familie die tijd en ruimte overstijgt.

Tot die gemeenschap behoren ook de overledenen. Op Allerzielen sta je heel concreet stil bij de doden van het afgelopen jaar. De scheidslijn tussen de tijd en ruimte waarin wij leven en de niet-tijd en niet-ruimte waarin de doden zijn, is flinterdun. Augustinus neemt de dood daarom veel minder serieus dan wij. Wij zijn bang geworden na de Verlichting omdat wij denken dat we na de dood vergaan. Maar Augustinus was er zo van overtuigd dat de ziel niet vergankelijk is, dat hij eigenlijk onverschillig stond ten opzichte van de lichamelijke dood. In het collectieve bewustzijn was zekerheid dat het leven na de dood doorging. Die zekerheid zijn wij kwijt. Geloof ik in het leven na de dood? Jazeker, maar ik benijd Augustinus om de zekerheid die hij daaraan ontleent. Bij mij is die er niet, want ik ben van na de Verlichting.’ (…)


Van Geest studeerde in Leiden Nederlands en daarna theologie aan de pauselijke universiteit te Rome, waar onder anderen de huidige aartsbisschop Wim Eijk een van zijn huisgenoten was.

‘Ik ben in Rome aartsgelukkig geweest.
Het is een geweldige ervaring dat je in het centrum van de wereldkerk je eerste vorming krijgt, vlak bij de graven van de eerste christenen. Toen ik daarna weer driehoog in Nijmegen in een studentenkamer woonde, en later antikraak op een landgoed, voelde ik soms fysiek pijn, als de zon op een speciale manier scheen.
Dat was dat Romeinse zonnetje. Het is een keer gebeurd dat ik een ticket heb geboekt en naar Rome ben gegaan. Er is in mij een deel dat altijd in Rome is.
Overigens is leven in Rome soms ook wel overleven. Je woont en werkt in een internationale gemeenschap met mensen aan wie je je kunt doodergeren. Maar je leert in Rome per excellence het (…) je verstaan met anderen als lid van de kerk, die een gemeenschap van zondaars en hypocrieten maar ook van heiligen is.
Daar stap je niet zomaar uit, ook al zouden daar goede redenen voor zijn.
Het hart, zei Pascal, heeft redenen die het verstand niet kent
.

Na zijn promotiestudie over Thomas a Kempis raakte Van Geest via dr. Martijn Schram op het spoor van Augustinus. Zo werd hij hoogleraar aan de VU.

Toen ik in 2005 werd benoemd aan de VU heb ik mij niet gerealiseerd dat dat voor de echte gereformeerden in deze wereld een hele schok was. Er was een persbericht: na islamieten nu ook katholieken aan de VU. Ik ben een keer benaderd door professor Rudolf Boon, die toen zei: ‘Het zou tien jaar geleden ondenkbaar zijn geweest dat u als uitgesproken katholiek aan de VU zou worden benoemd.’ Aan de VU kan ik met iedereen praten, juist ook met de hersteld hervormden. In het piëtisme is Thomas a Kempis natuurlijk ook een kampioen.
Ze kenden mijn proefschrift. We delen dezelfde traditie. Ik zeg weleens gekscherend: een profeet is het minst geëerd in zijn eigen vaderland. Katholieken lezen geen Augustinus en ze kennen de vertalingen niet. Het is veelzeggend dat ik een column in het ND heb en niet in het Katholiek Nieuwsblad. De polarisatie is voorbij. Als katholiek word ik regelmatig uitgenodigd om te komen preken in gereformeerde kerken, compleet met het handje van de ouderling. Adrianus, kardinaal Simonis en Bram van de Beek vinden elkaar in hun orthodoxie. (…) De scheidslijn is niet meer rooms versus protestants, maar orthodoxie versus heterodoxie. Ik hoop ook dat de karikaturen van de katholieke leer onder protestanten zullen verdwijnen. Ik heb mijn studenten op de VU het verschil tussen realis presentia
[de aanwezigheid van Christus in het avondmaal, GvM] en de transsubstantiatie uitgelegd. Dat kan meer genuanceerde catechismuspreken over het avondmaal opleveren.

Ik zou protestanten gunnen dat ze meer beseften onderdeel te zijn van een wereldkerk. Als ik naar de kerk ga in mijn dorp, dan zijn er miljoenen mensen die dit wereldwijd ook doen, en dat al eeuwen doen. Ik ervaar mij dan als een deel van het geheel. Dat maakt dat je anders in de wereld staat dan iemand wiens haan koning moet kraaien en anderen daarvoor gebruikt. Aan de andere kant zouden katholieken serieuzer met de Schrift moeten omgaan. Lees de Schrift en de kerkvaders.
Als ik vraag aan een katholiek: ‘Wie was Nathan en hoe zat dat met het schaapje?’, dan krijg je een vragende blik. Hier valt nog een hele slag te maken. Protestanten werken ook harder. Ik heb een aantal promovendi aan de VU. De werkheiligheid bij protestanten is enorm. Bij katholieken gaat het meer zo dat God het hun geeft in de slaap: ze gaan zitten onder een palmboom en hebben een intuïtie, en vaak is die goed!’


Van Geest zegt de Rooms-Katholieke Kerk nooit te zullen verdedigen waar prelaten aantoonbaar grote fouten maken, zoals de laatste jaren duidelijk is geworden in de verhalen over misbruik.

‘Sommigen hebben het uitzonderlijk slecht gedaan omdat zij aan het belang van de kerk en niet aan het leed van de slachtoffers dachten. Jezus is helder in het Evangelie: ‘Wat u de minsten van de mijnen hebt gedaan, dat hebt u Mij gedaan.’ Augustinus heeft meer dan zeshonderd keer over deze tekst gepreekt, zo belangrijk vindt hij de passage. Wij moeten nu kiezen voor die slachtoffers.
Desnoods gaan bisdommen failliet aan het betalen van smartengeld. Dat heb ik ook geschreven in mijn columns in het ND. Hier en daar kreeg ik een instemmende reactie van een bisschop.’


Toch blijken veranderingen niet eenvoudig door te voeren in de kerk, signaleert Van Geest als het gaat over het celibaat.

Ook al zullen ongelooflijk veel priesters en bisschoppen, vooral in Afrika, zeggen dat zij het verplichte celibaat geen reële levensoptie vinden, zij beslissen niet over de afschaffing ervan. Velen houden zich er daar ook niet aan. Maar zij gaan ook weer niet met een spandoek op het St. Pietersplein staan om de afschaffing van het verplichte celibaat te bepleiten. Ook ik protesteer niet publiekelijk. Maar als ik hier in mijn studeerkamer priesters of prelaten spreek, deel ik met hen mijn zorgen wel. Een paar jaar geleden was ik met bisschop Muskens in Rome en logeerden wij in (…) het bisschoppenhotel. Je had daar bij het avondeten vaste plaatsen en daar zat ik een weekje aan tafel naast kardinaal Claudio Hummes, die toen nog aartsbisschop van Sao Paolo in Brazilië was: een zeer toegankelijke, sociaal bewogen en pretentieloze man, die gewoon met de bus naar het vliegveld ging, heel ongebruikelijk voor kardinalen.
Het gesprek kwam op de viri probati, mannen die gehuwd zijn maar die toch priester gewijd zijn. Hij was daar eigenlijk best positief over. Wie schetst mijn verbazing toen ik in L’Osservatore Romano [de officiële krant van het Vaticaan, GvM] een tijdje later las dat hij benoemd was tot prefect van de congregatie voor de clerus. ik dacht: ‘Nu gaan we wat meemaken!’ Maar in een van zijn eerste interviews nam hij zijn opvattingen over de viri probati terug. Kortom: veranderen is moeilijk.


Van Geest heeft recent een boek geschreven over Augustinus dat bedoeld is voor moderne zoekers naar waarachtigheid. Dat roept de vraag op of hij zich niet schuldig maakt aan het al te gemakkelijk actualiseren van Augustinus. ‘Ik leg Augustinus niet uit zoals ik zelf Augustinus heb meegekregen in Rome: per thema en in compartimentjes. Mijn benadering is om een tekst integraal te lezen.
Dan blijkt hij toch iets over waarachtigheid en leiderschap te zeggen, ook al heeft hij nooit de vraag gesteld zoals ik die aan hem stel. Dat leer ik mijn studenten: probeer nooit een kerkvader te lezen als iemand die antwoord geeft op jouw vragen. Probeer altijd een kerkvader te lezen als iemand die jou ook na de Verlichting de betere vragen leert stellen. Augustinus dacht niet in antwoorden, maar in vragen. Je moet het aantal vraagtekens eens tellen in de Belijdenissen. Alleen maar vragen over zijn geheugen, dubbele wil, ambivalente drijfveren, waar hij naartoe gaat, wat zonde is. En dan noemen ze Augustinus een dogmaticus. Dat is de kracht van theologie: wij denken in vragen.’


Het gesprek met Van Geest geeft te denken. Ik noem een paar dingen: hij signaleert – met een knipoog – werkheiligheid bij protestanten die altijd zo hoog opgeven van de genade en het werk van de Geest. Verder is er het vraagkarakter van de theologie. Zijn ook veel preken vaak niet sterk ‘antwoordend’ van aard, waardoor je als hoorder geen ruimte meer hebt om vragenderwijs te leren geloven? Ten slotte: de anekdote over kardinaal Hummes roept al lezend weerstand bij me op. Maar misschien houdt het me ook wel een spiegel voor: hoeveel disharmonie kan ik (kunnen wij) eigenlijk in de kerk verdragen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gesprek met Paul van Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's