Een beek, een waterstroom ontspringt
1. Een beek, een waterstroom ontspringt
in ’t huis, waar elk Gods naam bezingt;
en langs het altaar vloeit de stroom
de poort uit van het heiligdom.
2. De beek, waarin ik eerst nog liep,
wordt een rivier, zo breed en diep:
er is geen grond meer voor mijn voet,
ik kan nu zwemmen in die vloed.
3. Dan mag ik langs de oever gaan
en zie ik groene bomen staan:
er zullen altijd vruchten zijn,
de blaad’ren worden medicijn.
4. De beek stroomt in de Dode Zee
en brengt ontstuitbaar leven mee.
De zee krioelt nu van de vis:
Gods Geest doet wat onmoog’lijk is.
Ds. C.M. van Loon uit Capelle aan den IJssel schreef een lied bij Ezechiël 47, te zingen op de melodie van Gezang 437 uit het Liedboek voor de Kerken,
‘Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's