Vreze des Heeren
Bijbelse kernwoorden [9]
De diepste geestelijke werkelijkheid komen wij altijd tegen in de kleine, praktische dingen van het gewone dagelijkse leven. Zo is het ook met de vreze des Heeren, waarover wij lezen in Handelingen 9:31.
Ik zie daar mensen voor mij die de omgang met God kenden en dachten: God kijkt in ons hart.
De gemeenten hadden rust gekregen na de vervolging door Saulus en wandelden rustig verder ‘in de vreze des Heeren’.
Wie zijn deze mensen in wie God aan het werk is? Hij werkt in levens van mensen die Hem liefhebben.
Dit was wat de Israëlieten onderscheidde van de andere volkeren. De betekenis van het Sjema: ‘Hoor Israël, de Heere uw God is Eén’, woorden die ’s morgens en ’s avonds werden én worden uitgesproken in de huizen van orthodoxe Joden. Hun vreze des Heeren is kinderlijk. Ze is niet slaafs; hun liefde is een expressie van intimiteit en tegelijk een uiting van ontzag, omdat God, de Schepper, Zich persoonlijk met hun leven inlaat. Deze liefde, die Gods kinderen voor Hem hebben, is gebaseerd op Zijn liefde jegens hen.
Alleen in geloof
De ‘vreze des Heeren’ is geen begrip om uiteen te rafelen en dan te zeggen: ‘Nu weet ik het’. Wij kennen haar alleen wanneer wij de omgang met God kennen. Alleen in geloof zien wij wat de vreze des Heeren is.
Het is gaan in de weg van God. In Christus heeft Hij ons een nieuwe identiteit gegeven.
De uitdrukking staat in het Oude Testament steevast in verband met het onderhouden van Gods geboden (Deut.4:10). Ze schenkt leven en blijdschap (Psalm 119:74; Spreuken 14:26-27), staat voor het wonder dat God, de Heilige, ‘met de mens spreekt en dat deze in leven blijft’ (Deut.5:24).
Diepe ernst en intense vreugde vinden zijn weerslag in de uitdrukking de ‘vreze des Heeren’. In Handelingen 9:31 zien we dat er vrede is onder elkaar. De levenswandel van de gemeente valt op. De christenen ‘werden opgebouwd en wandelen in de vreze des Heeren’. De werkwoordsvorm geeft het doorgaande proces aan. Bedoeld is de uitwerking die dit gaf in hun hart en leven. Het wijst op de heilige eerbied die mensen aanzet om de wil van God te doen en af te zien van het kwade (vgl. Fil.2:12- 13). In de gemeenten is ontzag voor God. Zijn troost in de vrede die volgde na de storm van de vervolging moet wel heel reëel zijn geweest.
Ingetogen schoonheid
In de vreze des Heeren leefden Zacharias en Elisabeth, beiden rechtvaardig voor God, wandelend in al de geboden en eisen van de Heere. Christenen zijn in het Nieuwe Testament mensen ‘die van de weg zijn’ (Hand.9:2). Wie zich bekeert komt op de weg van de Heere en volgt de weg die Hij wijst. Onze tijd, maar ook ons eigen leven en ‘onze’ gemeenten vertonen zo vaak het beeld van geestelijke oppervlakkigheid, waarbij velen over hun eigen hart heen leven. Mensen praten over de vreze des Heeren, in plaats van dat ze eruit leven.
Het gaat om leven in een voortdurend zien op God en een afzien van de zonde. Blik en belangstelling zijn gericht op het hogere en in het spreken zijn de woorden liefdevol en met zout besprengd. De mensen nemen elkaar niet de maat, maar leven naar Gods wil. Ze doen niet aan enghartige betweterij maar proberen in woord en wandel de ander in geestelijke en lichamelijke ellende te helpen. Voor deze wereld wandelen zij in een zekere koninklijke gezindheid in ontzag voor hun God. Zij vertrouwen Jezus, dienen Hem en hebben aan Christus als de enige Troost in leven en sterven genoeg. Kortom, de vreze des Heere is een ingetogen schoonheid en wandel voor God, waarbij de gelovige bidt dat niets zal komen tussen hem en zijn Heere.
Vlak voor zijn sterven zei Gerhard Engels: ‘Brandt de Naam Jezus in onze harten, dan komt het er voor ons op aan dat door onze wandel of door onze woorden niet de minste smet op de Naam Jezus valt.’
Onze wil komt volkomen onder de gehoorzaamheid van Christus. In het Tamil, de taal in Zuid-India en Ceylon, is een gezegde: ‘Wat het vuur ziet krijgt de kleur van het vuur’. In de vreze des Heeren roept God ons in de heilige intimiteit met de Zoon van Zijn liefde, in Wiens aanwezigheid een volheid van vreugde op aarde is en eenmaal in de hemel.
Vijf grote woorden
Leef in de vreze des Heeren, houdt Jozua de Israëlieten voor (Joz.22:5) als ze in het beloofde land aangekomen zijn. God vroeg vijf dingen en die dienen ook wij voor ogen te houden, namelijk: 1. De Heere uw God liefhebben; 2. In Zijn wegen wandelen; 3. Zijn geboden in acht nemen; 4. Zich aan Hem vasthouden; 5. En Hem dienen met het hele hart. Vijf grote woorden. Laten wij ze leven, al de dagen van ons leven. ‘Ik stel mij de HEERE voortdurend voor ogen’ (Ps.16:8).
Volgende week het slot van deze serie: welbehagen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's