Theoloog van de verzoening
Hoofdredacteur van De Waarheidsvriend [3, ds. G. Boer]
Na ds. M. van Grieken en prof.dr. J. Severijn wordt ds. G. Boer voorzitter van de Gereformeerde Bond en daarmee hoofdredacteur van de Waarheidsvriend. Het hoofdredacteurschap duurt niet lang, van 1966 tot 1969. Abonnees kennen hem als een krachtige predikant, die als gereformeerd theoloog in de kerk staat.
Bij wie ds. Boer heeft gekend, leeft de herinnering aan hem vaak voort door zijn kernachtige uitspraken. Een gemeentelid in Lunteren herinnert zich jaren later nog letterlijk de volgende woorden: ‘Al zou vandaag alle gereformeerde bloed uit de Hervormde Kerk wegvloeien, dan zal de Heere ervoor zorgen dat er over vijftig jaar weer een volk is dat Hem vreest, omdat het Zijn kerk is.’ Het is ergens in de jaren negentig en de vraag wordt gesteld hoe de opstelling van ds. Boer zou zijn geweest in het Samen op Wegproces. Een dergelijke uitspraak is gedaan in de toenmalige situatie en niet zomaar over te zetten naar de discussie van een later moment, al kunnen de fundamentele lijnen die ds. Boer getrokken heeft ons ook vandaag helderheid geven.
Timmerman
Gijsbert Boer wordt op 27 maart 1913 geboren in Bodegraven, als vijfde in een gezin van acht kinderen. De ouders voeden hun grote gezin op in de vreze des Heeren.
Gijsbert heeft een biddende moeder en een geestelijk beschroomde, afhankelijke vader, die aan het eind van zijn leven in volle ruimte heengaat.
De jonge Gijsbert wil als kind schoolmeester worden. Een predikant die zijn ouders bezoekt, brengt daarin verandering door de vraag te stellen: ‘Zou je deze jongen geen predikant laten worden?’
Na de lagere school gaat hij toch eerst als timmerman aan de slag op het bedrijf van zijn broer in Nieuwerbrug. Hij zegt later over deze periode dat hij de begeerte die God in hem werkte niet ernstig nam en door nalatigheid weerstond.
Als hij ongeveer negentien jaar is, komt God terug. Na het staatsexamen gymnasium gaat hij alsnog theologie studeren in Utrecht. Hij doet drie jaar over de studie, waarbij het universitaire jaar 1942 vanwege de oorlogssituatie vrijwel uitvalt. Hij ervaart strijd over de roeping tot predikant, ook over de vraag ‘wie ben je zelf ?’ en ‘ken je voor jezelf wat je anderen wil gaan prediken?’. Door deze zoektocht brengt de Heere hem tot geestelijke verdieping.
Open houding
Nadat kand. Boer op 21 april 1943 zijn proefpreek in de Pieterskerk te Utrecht houdt, duurt het tot 23 augustus van dat jaar voordat hij een beroep van de hervormde gemeente te Eemnes-buiten ontvangt. Ds. I. Kievit bevestigt hem daar op 31 oktober als predikant. Later dient ds. Boer de gemeenten van Putten, Gouda, Lunteren, Huizen, Katwijk aan Zee en Zoetermeer.
Van 1951 tot 1969 is hij lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, de laatste vier jaren als voorzitter. In 1966 neemt hij geleidelijk de taken van
prof. dr. J. Severijn over. Na de hoogleraar is het nu weer een gemeentepredikant die de taak van voorzitter op zich neemt, een functie die dan samenvalt met het hoofdredacteurschap van de Waarheidsvriend.
Ds. Boer is op dat moment predikant in Katwijk aan Zee en heeft al in allerlei opzichten van zich laten horen in het kerkelijk leven. Vanuit zijn hartelijke verbondenheid met gereformeerde belijdenis betreedt hij open het veld van de theologie en worstelt zowel met persoonlijke geloofsvragen als met vragen die zijn tijd hem stelt.
Daarin weet hij het evangelie te betrekken op de concrete werkelijkheid van zijn tijd.
Soms gaat hij breedvoerig in op een bepaald thema, als de theologische actualiteit of kerkelijke discussies daar aanleiding toe vormt.
Het meest bekend is de discussie met prof.dr. H. Berkhof geworden. Ds. Boer onderstreept daarin de gelijkheid door de eeuwen heen van het mens-zijn als zondaar voor God, die aangewezen is op genade. Deze discussie trekt in brede kring aandacht.
Getuigenis van de Geest
Dr.ir. J. van der Graaf typeert ds. Boer als theoloog van de verzoening. We zouden hem ook theoloog van de Heilige Geest kunnen noemen.
Het werk van de drie-enige God staat centraal in zijn denken. Het gaat om het verlangen naar meer, schrijft ds. M.D. Geuze.
Op de eerste jaarvergadering van de Gereformeerde Bond die onder zijn leiding staat, in 1966, houdt ds. Boer een referaat over het getuigenis van de Heilige Geest. Hij geeft aan dat in elke tijd is gezocht naar de verantwoording van de Heilige Schrift als Gods Woord. Daarin treft de belijdenis van Augustinus dat weliswaar de kerk een bemiddelende plaats heeft om ons tot het geloof te brengen, maar dat ten diepste God Zelf het geloof in onze harten werkt. Ook Calvijn heeft aan deze grond van het geloof bijzondere aandacht geschonken. Het gezag van de Heilige Schrift hangt niet aan het gezag van de kerk, maar omgekeerd: het gezag van de kerk hangt aan het gezag van de Heilige Schrift. Hoewel de Schrift een zelfgetuigenis heeft dat onweerspreekbaar is, wordt het door ons niet eerder geloofd dan wanneer de Heilige Geest in ons komt wonen en werken.
Het is merkwaardig, zo stelt ds. Boer, dat dit getuigenis van de Heilige Geest in onze harten op de hoogtepunten van de kerkgeschiedenis gekend en beleden wordt, terwijl het in de tussenliggende dalen misvormd of bestreden wordt. Hij citeert een woord van Pascal: ‘God is kenbaar genoeg voor hen die Hem zoeken en verborgen genoeg voor hen die Hem ontvluchten.’ Aandacht voor het werk van de Geest is kenmerkend voor de prediking van ds. Boer.
Confrontatie
Op verschillende momenten gaat ds. Boer de confrontatie aan, zowel in eigen kring en daarbuiten.
Nadat hij is aangetreden als voorzitter van de Gereformeerde Bond reageert hij uitvoerig op uitlatingen van dr. C. Graafland, die zich sterk maakt voor een brede gereformeerde traditie. Het wordt hem niet door iedereen in dank afgenomen, zo blijkt uit de open brief van een aantal predikanten in datzelfde jaar. Ze geven aan zich niet in zijn opmerkingen te herkennen. Dr.ir. J. van der Graaf schrijft ergens: ‘Boer reageerde primair, vaak heel impulsief. Dat was soms zijn sterke kant, soms ook zijn zwakke kant, zeker als het ging om waardering van mensen.’
In de discussie in de kerk over de verzoening schrijft ds. Boer een minderheidsrapport, als lid van de studiecommissie van de generale synode. Hij bepleit daarin het orthodox- gereformeerde standpunt dat God niet alleen subject, maar ook object van de verzoening is – God eist immers genoegdoening maar zorgt ook Zelf voor verzoening – én de noodzaak dat je als mens de verzoening in het geloof beleeft.
Zijn verontrusting over de heersende theologie komt ook tot uiting in zijn medewerking aan de Open Brief (1967) en aan het Getuigenis (1971). Dr. B.J. Wiegeraad stelt in het Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme dat onder de leiding van ds. Boer de Gereformeerde Bond een organisatorisch meer massieve organisatie werd, met een sterkere kerkpolitieke gerichtheid.
Zelf zegt ds. Boer over de intentie die hij voorstaat: ‘Wanneer de kerk van de Heere Jezus Christus is en deze kerk geen andere taak heeft in gehoorzaamheid aan het Woord Gods lege briefjes in te dienen, waarop als enige vraag staat: Heere, wat wilt Gij dat wij doen zullen?, hoeveel te meer geldt dit van een richtingsorganisatie, die als enig doel heeft de kerk terug te leiden tot de gehoorzaamheid aan Christus en Zijn Woord!’
Tijd verdelen
Het is een bijzondere inspanning om naast de werkzaamheden in de gemeente op landelijk niveau leiding te geven aan het kerkelijk leven, waarbij ds. Boer ook wekelijks verantwoordelijk is voor de verschijning de Waarheidsvriend.
Ds. Boer beseft pastoraal niet voor de gemeente te kunnen zijn zoals zij dat wenst. Hij heeft het daar zelf ook moeilijk mee. De gemeente van Katwijk aan Zee dankt hij bij zijn 25-jarig ambtsjubileum voor het begrip dat zij voor de situatie heeft.
De kracht van ds. Boer ligt vooral in een geladen Woordbediening, die grote indruk maakt in al de gemeenten die hij dient. Centraal in zijn prediking staat de ontmoeting tussen God en mens. Hij wil de gemeenteleden voor Gods aangezicht plaatsen om hen daar te laten veroordelen onder Gods recht en te laten behouden door Gods genade in Christus. Kenmerkend is wat hij zegt in een belijdenisdienst in 1960, nadat hij de nieuwe lidmaten heeft aangesproken, over 1 Timotheüs 6:12 (‘Grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij geroepen zijt’): ‘Gij’, zegt Paulus. En dat ‘gij’ breiden we vanmorgen uit tot de gehele gemeente. God de Heere, Die de God des verbonds is, roept door middel van de verkondiging van het evangelie elk mens. Hij roept persoonlijk en welgemeend tot het eeuwige leven, tot het deel hebben aan het heil in Christus.
En of een mens die roeping afwijst of niet, wij zijn en blijven geroepenen tot het eeuwige leven. Zovelen als er vanmorgen door het evangelie geroepen worden, die worden ernstig geroepen. God toont wat Hem aangenaam is, zodat zij die geroepen zijn tot Hem komen. Hij belooft hen die komen de rust der zielen en het eeuwige leven.’ Ds. Boer gaat in 1972 met vervroegd emeritaat. Hij overlijdt plotseling in januari 1973 en wordt begraven in Zoetermeer.
Over twee weken: hoofdredacteur dr.ir. J. van der Graaf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's