De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Liefde voor het hele dorp

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Liefde voor het hele dorp

Dominee in Benschop [1]

7 minuten leestijd

Al lezend in Vrees en vreugde kijk je in de spiegel. Vragen dringen zich aan je op. Bijvoorbeeld over hoe bepaalde dingen in je eigen gemeente gaan en hoe je zelf als jonge predikant in de kerk en in het dorp staat.

Wie het boek Vrees en vreugde leest, maakt kennis met de ervaringen die ds. W. Verboom opdeed in zijn eerste gemeente Benschop (1968- 1973). Het boek bevat opvallende anekdotes zoals kand. Verboom die op zondag met de auto te water raakt en toch nog de preekstoel haalt die ochtend. Of een jonge dominee die na de bediening aan de tafel de avondmaalsbeker laat omvallen.
Zulke fragmenten maken het, samen met beeldende beschrijvingen van het dorp Benschop en de tijd van toen, tot een vlot leesbaar boek. Het biedt echter meer dan zomaar wat memoires, het houdt je een spiegel voor.

Herkenning
Voor mij persoonlijk riep het boek veel herkenning op. Als kandidaat woonde ik twee jaar in IJsselstein en leerde ik iets van het naburige Benschop kennen. Ook maakte ik toen kennis met Riek de Vos, een gehandicapte vrouw en blijmoedig gelovige, aan wie ds. Verboom een hoofdstuk wijdt. Net als de auteur was ik 26 jaar oud toen ik in het ambt werd bevestigd en ook zie ik allerlei raakvlakken tussen de gemeente die ik nu mag dienen te Hagestein en de hervormde gemeente Benschop.
Het is dan bemoedigend om te lezen hoe ook Verboom soms geworsteld heeft met preken, opzag tegen gesprekken, met knikkende knieën naar een sterfbed ging en soms jeugdig naïef kon zijn. Ondertussen ging hij in afhankelijkheid van de Heere zijn weg. Hij die roept is getrouw, dat is gebleken, en ook vandaag moeten jonge predikanten het hebben van deze trouw van God. Wat dat betreft herkent een beginnend predikant waarschijnlijk al snel iets van de vrees en de vreugde.
De openheid in het boek treft mij en is ook leerzaam voor ieder gemeentelid of elke ouderling die denkt: de dominee weet het allemaal wel. Nee, een dominee is een gewoon mens en wijze feedback vanuit de kerkenraad en de gemeente is meer dan welkom.

Doop
Ds. Verboom vertelt over het functioneren van de doop in Benschop in zijn tijd. Iedereen werd gedoopt en hij is blij dat hij nooit een doop heeft hoeven weigeren: ‘Ik zou het ook verschrikkelijk vinden als een kindje niet gedoopt zou zijn, als tuchtmaatregel voor de ouders en hun kind(!)’ (p.88). De doop was vaak aanleiding voor indringende gesprekken met ouders, wat kon leiden tot hernieuwde betrokkenheid bij de kerk.
Ondertussen is er op dit punt wel heel wat veranderd. In Hagestein komen er nauwelijks doopaanvragen meer vanuit de rand van de gemeente. Geboorteleden kent onze kerk niet meer en zo raken de kinderen van de kinderen die ds. Verboom doopte buiten beeld. Dat pijnlijke element laat de auteur wat liggen in dit boek: ‘Wat zou er van al die dopelingen terecht zijn gekomen?’ vraagt hij op pagina 140, ‘misschien wil ik het liever ook niet weten’.
Volgens mij weten we helaas dat juist van die generatie de meerderheid is afgehaakt. Hoe kon dat zo gebeuren? Wat ik in dit kader waardeer, is dat ds. Verboom in zijn boek niet de toon aanslaat van ‘vroeger was alles beter’.

Avondmaal
Iets uit het boek waar ik veel van herken is het gesprek met belijdeniscatechisanten over het avondmaal. Er is een groot verschil tussen een bijna vanzelfsprekend laten dopen en het met schroom opzien tegen het avondmaal. Wat ds. Verboom erover schrijft, is nog steeds actueel: er zit beweging in wanneer het avondmaal eerlijk, inhoudelijk en pastoraal aan de orde wordt gesteld in de gemeente.

Dorpsdominee
Het valt op hoe in Benschop drie kerken zo goed als alle inwoners van het dorp bedienden en zoals gezegd schijnbaar iedereen het teken en zegel van de heilige doop ontving. De kerk had een vanzelfsprekende rol in het dorp en de auteur was een predikant die daar zorgvuldig mee omging. Hij zag de waarde in van de volkskerk en werkte in de volle breedte daarvan.
Ook zette hij met de Benschoppers de eerste stappen voor evangelisatie in de nieuwbouw.
Ik ben van mening dat een jonge generatie predikanten kan leren van deze liefde voor de hele gemeente en het hele dorp. Ook vandaag zijn er voor een dorpsdominee allerlei mogelijkheden (vooral op het terrein van het pastoraat) om diepgaand in contact te komen met dorpsgenoten.
Dat vraagt wel om een bepaalde missionaire bril van de predikant en draagvlak daarvoor in de gemeente. Want vandaag is er ook zeker de valkuil om helemaal op te gaan in de (kern van de) gemeente.
Terwijl het dorp seculariseert, ligt het risico op de loer dat de afstand tot het dorp vergroot en de gemeente op haar beurt de deuren zelfs meer sluit.
Er is nieuwe bezinning nodig op mogelijkheden om nog steeds ‘kerk voor het dorp’ te kunnen zijn met een lage drempel en een hoog doel. Een radicaal evangelie verkondigen, maar wel maximaal naar de mensen toebuigen. Als predikant probeer ik de gemeente daarin voor te gaan. De noties van verbond en doop zijn daarin voor mij ook belangrijk en ik zou ze willen aanvullen met de nieuwtestamentische zendingsopdracht van de gemeente.

Volle agenda
In het boek krijgen we een indruk van de volle agenda van de jonge ds. Verboom. De zorg voor het gezinsleven kwam helemaal in handen van zijn vrouw te liggen. Verboom zegt zelf terecht dat dat niet meer op die manier kan. In mijn ogen is het probleem meer het vele werk (dat je voor het grootste deel alleen en zelfstandig uitvoert) dan het altijd beschikbaar zijn als predikant.
In de breedte van de Protestantse Kerk is er op dit moment een ontwikkeling van roeping naar beroep waar te nemen. Lezers van dit boek zullen terecht hun bedenkingen krijgen bij die ontwikkeling. Want dorpsdominee zijn is niet echt een baan en moeilijk af te passen met bepaalde uren. Dominees met hart voor hun dorp lopen eerder het risico het nog drukker te krijgen dan ds. Verboom 45 jaar geleden.
Het doordeweekse toerustingswerk is verder uitgedijd en er zijn taken voor de predikant bijgekomen als het gaat om leidinggeven aan gemeentewerk en visieontwikkeling. Van die taken kun je in een grote gemeente met veel kader gemakkelijk roepen dat de dominee het niet hoeft te doen. In de dorpscontext is delegeren wel een aandachtspunt, maar niet zo eenvoudig als het misschien lijkt.
Als je bij al die dingen ook nog dominee voor het dorp wilt zijn en tussen de mensen wilt staan, kun je niet meer zo vaak twee keer preken op een zondag. Zelf voel ik daar een spanningsveld waarin de gelovige ontspanning, die je tussen de regels door bij ds. Verboom proeft, bemoedigend is.

Reflectie
Ik vind het verrassend hoeveel ds. Verboom zich herinnert van die eerste jaren. Het is zeker leerzaam om zo in de gedachten van een jonge predikant te worden meegenomen. Hij is heel bescheiden in het benoemen van wat goed was en zeer terughoudend om door te gaan op dingen die misschien anders of beter hadden gemoeten.
De reflectie die je in het boek tegenkomt, is vooral vragenderwijs en mist daarmee de nodige scherpte.
Met alle vragen die Verboom stelt, wordt niet echt duidelijk voor welke valkuilen wij vandaag op onze hoede moeten zijn. Begrijpelijk vanwege het genre van het boek, maar een kritische lezer kan het als een zwaktebod ervaren dat er geen duidelijkere richting wordt gewezen voor hervormd-gereformeerde dorpsgemeenten en hun (jeugdige) predikanten in deze tijd.
Verdergaande conclusies moet de lezer blijkbaar zelf trekken. Maar goed, daarvoor is dit boek dan wel een goede aanzet.

Dit is het eerste deel van een reeks reflecties op het boek Vrees en vreugde (uitg. Groen, Heerenveen; 256 blz.; € 17,50) waarin prof. dr. W. Verboom terugblikt op de jaren dat hij zijn eerste gemeente, Benschop, diende (1968-1973). Volgende week de reactie van ds. H. Veldhuizen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Liefde voor het hele dorp

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's