Is volkskerk echt verdwenen?
Dominee in Benschop [2]
Zul je veel van de Heere Jezus houden? hoorde ik ds. W.L.Tukker ooit aan een jonge beginnende predikant vragen. Ja, was diens schuchtere antwoord. En zul je veel van mensen houden? Weer knikte de jonge dominee schuchter ja. In zon reactie herken ik ds. Verboom.
Aan dat gesprek van ds. Tukker met die beginnende predikant moest ik het eerste denken toen ik het boek Vrees en vreugde van ds. W. Verboom las. In dat ja van die beginnende predikant herken ik ds. Verboom, evenals zijn vrouw, die als domineese helemaal bij het werk betrokken was.
Van de Heere Jezus houden: zo wist hij zich geroepen tot predikant, zo beleefde hij zijn bevestiging bijna 44 jaar geleden. Ik citeer uit Verbooms boek: ‘Ja, ik van ganser harte. En dat meen ik. O ja, wat meen ik dat. Maar het grote wonder is dat God het met mij meent.’
Zo beleefde hij zijn eerste avondmaalsdienst. Ik citeer weer: ‘Nu breek ik voor het eerst het brood en schenk de wijn in. Een stukje hemel op aarde. O Heere, dat ik dit mag beleven. Wat een ervaring zo dicht bij Jezus te zijn.’
Mensen
En veel van mensen houden: de vele bezoeken die hij bij mensen bracht, bij rouw (gemiddeld twintig sterfgevallen per jaar), bij geboorte en doop (samen met zijn vrouw jaarlijks achtentwintig kraambezoeken en samen met een ouderling achtentwintig doopbezoeken), de vele bezoeken aan zieken en gehandicapten en andere gemeenteleden.
Hoe hij schrijft over zijn 175 catechisanten: ‘Ik houd van die jongens en meisjes. Men moet niet aan hen komen. Het zijn mijn bereschieters.’ Ik denk aan het advies dat de toenmalige rector van de Driestar, de heer Kuyt, ons eens gaf: ‘Je moet proberen het meest te houden van je lastigste catechisant.’ Ik ben ervan overtuigd dat ds. Verboom dat gedaan heeft.
Kan dat nog?
De vraag is: zou dat allemaal nog kúnnen? 175 catechisanten, zoveel bezoeken afleggen, en wat er allemaal plaatsvond in de pastorie: belijdeniscatechisatie, meisjesvereniging (dat deed de predikantsvrouw), de zondagavondkring en nog vele dingen meer. En niet te vergeten: de telefoon die elk moment van de dag, en soms van de nacht, ging.
Kan dat nog, een dominee die zeven dagen van de week vierentwintig uur per dag beschikbaar is? En dat in een totaal andere tijd? In Benschop hoorde in Verbooms tijd vrijwel iedereen nog bij de kerk. Die volkskerk is inmiddels verdwenen. Er is de ontkerkelijking en er zijn de vele sluimerende afhakers, wat aan predikanten het verlammende gevoel kan geven: doe ik het wel goed? Het gemiddelde gemeentelid is kritischer geworden. Dat vergt het uiterste van de predikant in de preekvoorbereiding en de catechese.
De vele gebroken relaties, die geen dorpsgemeente voorbijgaan. De multiculturele en multireligieuze samenleving, waar bijna iedereen mee geconfronteerd wordt. Internet, dat vrijwel alle jongeren (en ook ouderen) letterlijk in de hand hebben. Het individualisme van onze postmoderne tijd, en nog vele dingen meer.
Volkskerk
Is het echter waar dat de volkskerk geheel verdwenen is? Blijft het karakter van de volkskerk niet?
Komen we de randen van de kerk niet tegen bij begrafenissen, in huwelijksdiensten, in trouw pastoraat? Wee ons als we de randen vergeten en ons alleen richten op het meelevende deel van de gemeente.
Ik denk aan Jezus’ bewogenheid met de schare, die de wet niet kende (Joh.7:49) en die Jezus dikwijls voor de voeten liep. ‘Jezus, de menigte ziende (wat ruim), was innerlijk met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken’, lezen we in Mattheüs 14:14. En Markus (6:34) zegt daarbij: ‘Hij begon hun veel dingen te onderwijzen.’
Dat wijst op diaconaat, trouwe prediking en pastoraat. Droeg de schare niet het teken en zegel van Gods verbond, dat Verboom altijd krachtig onderstreept en geldt dat niet voor velen in onze tijd? Is er als we denken aan de belijdenis van de rechtvaardiging van de goddeloze reden om ons boven de schare te verheffen? Zag Jezus bovendien niet óver de randen heen: de Samaritaanse vrouw, de hoofdman in Kapernaüm, de Syro-Fenicische vrouw?
Toerusting
Dient in onze tijd niet veel nadruk te vallen op toerusting, in catechese, kringwerk en prediking en vergt dat niet het uiterste van een predikant? Jongeren (en ouderen) komen in aanraking met andere religies. Dat roept vragen op over het verschil tussen Jezus en Mohammed, de Bijbel en de koran.
Waarom was het lijden en sterven van Christus nodig om zondaren met God te verzoenen? vraagt men zich af. Mensen zien de ellende op het journaal: Hoe kan God dat toelaten? Is er wel een God?
Er kwamen andere visies op seksualiteit, op levensbegin en levenseinde, er is de teloorgang van de zondag, er zijn vragen als: Waarom de kinderdoop en niet de volwassenendoop of overdoop? Hoe gaan we om met geld en bezit, ziende de vele armoede in de wereld?
Betekent dat voor een predikant niet, zoals in de Benschopse tijd van ds. Verboom, zeven dagen van de week 24 uur per dag bezig zijn?
Inzet
We mogen verwachten dat een predikant zich, zoals ieder (!) in zijn of haar beroep, voor 100 procent inzet. Voor een predikant geldt dat nog meer. Hij weet zich immers door God geroepen en zijn diepste motivatie is: van de Heere Jezus houden en van mensen houden. Altijd beschikbaar zijn betekent overigens niet altijd aan het werk zijn. Predikant-zijn betekent, evenals middenstander-zijn of boer-zijn, een grote mate van vrijheid, waardoor je zelf de tijd indeelt en in veel opzichten beschikbaar bent voor je gezin.
En: hoeveel gemeenteleden zijn van zeven uur of half acht ’s morgens tot zes uur ’s avonds van huis, terwijl de predikant als regel met zijn gezin kan ontbijten en ’s middags met het gezin kan lunchen?
Daarnaast – en dat is dikwijls zwaar – is een predikant zaterdags, als iedereen vrij is, intensief bezig met de voorbereidingen voor de preek en ’s zondags is er de spanning van de beide diensten.
Helpers
Wat een zegen is het dat er de broeders van de kerkenraad zijn, die de predikant terzijde staan. Wat schrijft Verboom over die broeders in zijn boek met liefde.
En er is het ambt van alle gelovigen, waar we vroeger niet altijd aan gedacht hebben: broeders en zusters, die het werk mede dragen.
Daartoe dient de gemeente ook toegerust worden, in kringwerk, toerustingavonden en door een blad als De Waarheidsvriend.
Hoeveel medearbeiders in de gemeente werken zesendertig of veertig uur per week en zetten zich ’s avonds in voor werk in Gods koninkrijk, in kerk, school of christelijke politiek? Mag van een predikant dan ook niet verwacht worden dat hij extra uren maakt in dienst van Gods koninkrijk?
Noeste arbeid
De titel van het boek is Vrees en vreugde. Wat is er, naast veel zorg, veel vreugde in het ambt van predikant. Ik citeer: ‘Het is een voorrecht dat je als predikant zo dicht bij het heilige en de Heilige mag leven en dat je zelf daar zo veel door ontvangt.’ Er is ook vrees. Ik citeer weer: ‘O, dat dubbele gevoel op zondagmorgen, verlangen in je hart en zenuwen in je buik.’
Ik heb nog wel eens moeten denken aan de gelijkenis van het zaad in Markus 4. (Ik werd er als predikant in Huizen mee bevestigd.)
De zaaier wérpt het zaad in de aarde, staat er. Dat duidt op noeste arbeid. En hij zaait ruim: er valt zaad op de weg, op steenachtige plaatsen en tussen de doornen.
Laten we maar zeggen: dat is de volkskerk. Maar hij mag ook naar bed, zegt Jezus. De aarde brengt vanzelf, automatisch staat er in het Grieks, vrucht voort. In dat geloof mag een predikant, ook in een veranderde tijd, predikant zijn.
Er is ook de gelijkenis van het onkruid (Matt.13:24-30). De duivel zaait ook. Toch: we hoeven, anders dan een boer, niet te maaien. We hebben alleen te zaaien, ruim te zaaien, en te zorgen dat het zaad het goede zaad van het Evangelie is.
En er is Psalm 127. Het is tevergeefs dat we vroeg opstaan, laat opblijven, brood eten waarvoor we moeten zwoegen. De Heere geeft het Zijn beminden in de slaap.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's