De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Blaas de bazuin

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Blaas de bazuin

Geestelijk gezien lijdt ons land onder kaalvreters

8 minuten leestijd

Als een sprinkhanenleger optrekt, geeft Joël het bevel: Blaas de bazuin! Dezelfde opdracht geldt in onze tijd. Van alle kanten trekken immers troepen op. Ze omsingelen de gemeente van Christus.

Van de profeet Joël is ons amper iets bekend. Hooguit dat hij werkte in Juda en dat zijn vader Petuël heette. Maar wanneer hij werkte, wie er toentertijd koning was, welke profeten er nog meer optraden: het blijft alles vaag en onzeker.
Joëls boodschap is echter allerminst vaag en onzeker. Dat kan ook niet anders. Het was namelijk God Zelf die bij monde van hem sprak. Hij liet Zijn spreken kracht bijzetten met de sjofar. Vandaar Joëls bevel tot de priesters in de tempel: ‘Blaas de bazuin te Sion!’
Het is een loeiende sirene, die niet ophoudt haar angstaanjagende geluid over stad en dorp te verspreiden. ‘Blaas de bazuin te Sion, laat alle inwoners van het land beven, want de dag des Heeren is nabij.’ Moeten we bang zijn voor die dag, Joël? Jazeker, ‘want het is een dag van donkerheid en dikke duisternis.’
Er rukt namelijk een machtig en wonderlijk leger op: een sprinkhanenleger. Door de harde woestijnwind zijn de sprinkhanen naar Juda gedreven en ze vreten alles kaal. Verwoestende sporen laten ze na. Ongerept en vruchtbaar als de hof van Eden ligt het land voor hen, als een wildernis laten zij het achter. De aarde siddert, de hemel beeft, zon en maan worden zwart, de sterren trekken hun glans in.
Geen wonder dat het bevel klinkt: ‘Blaas de bazuin!’

Vijand
Geldt deze opdracht ook niet onze tijd? Van alle kanten immers trekken troepen op en omsingelen ze de gemeente van Christus. De vijand rukt vast aan, met opgestoken vaan.
Hij draagt zijn rusting nog, van gruwel en bedrog. Maar als kaf zien we hem niet verdwijnen. Integendeel, steeds breder maakt hij zich, steeds bruter opereert hij.
In Joëls tijd had het land er letterlijk onder te lijden. Heel de economie lag plat. In onze tijd is daar geen sprake van, al verkeert onze staatshuishouding in zwaar weer en worden gemeenteleden helaas door de recessie getroffen. Tegelijkertijd wijzen cijfers uit dat ons land nog altijd zeer welvarend is, zelfs op te grote voet leeft.

Kaalvreters
Veel verontrustender is dat ons land en heel de eerste wereld geestelijk gezien onder kaalvreters te lijden hebben, waardoor ons christelijk fundament ondergraven wordt en men zich verliest in decadentie.
Daarom slaan buitenstaanders alarm, zoals op 11 september 2001.
Niet minder bizar en afkeurenswaardig was het alarmsignaal van Breivik vorig jaar juli in Noorwegen.
Het meest beangstigend is dat de kerk, de bruid van Christus, zich in een crisis bevindt. Crisis in de oorspronkelijke betekenis van het woord: oordeel, van Gód. Hij doet Zijn grote en geduchte dag naderen. Hij stuurt Zijn legers van kaalvreters op ons af. Is dat niet veel alarmerender dan welk ander alarmsignaal ook? Niet voor niets profeteerde Amos ooit: ‘Wordt de bazuin in een stad geblazen zonder dat het volk siddert? Is er een kwaad in de stad dat de Heere niet doet?’

Bazuinstoot
Als Gereformeerde Bond proberen wij deze situatie te onderkennen.
Daarom klinkt er vanuit De Waarheidsvriend dikwijls een bazuinstoot op: wanneer het belijden van de kerk in het geding is, wanneer het christelijk gewaad van onze samenleving aangetast wordt, wanneer het christelijk onderwijs in de knel raakt.
Ook als het gaat om de prediking voelen we ons geroepen de bazuin aan de mond te zetten. Want de rechtvaardiging van de goddeloze mag niet uit het zicht verdwijnen; de verkondiging moet niet lief en zacht worden. Dat kan zomaar, als er meer aandacht is voor de overdracht, voor de cultuur, voor hoe iets overkomt bij al die doelgroepen waarin de christelijke gemeente steeds meer opgedeeld raakt, tot grote vermoeienis van hen die haar voorgaan.
Door middel van onze leerstoelen willen wij bazuinblazers opleiden.
Ook onze bijeenkomsten zoals over huisgodsdienst en onze brochures bedoelen een (bescheiden) alarmsignaal af te geven. Ik denk aan de publicatie over man, vrouw en ambt. Geen achterhaald onderwerp. Gemeenten ‘onder ons’ denken er steeds meer over na om de vrouw in het ambt toe te laten. En menige theologiestudente uit onze kring kiest voor het predikantschap. Terwijl hier de vragen van het Schriftgezag in het geding zijn.
Om ons heen hoor ik eveneens op de sjofar blazen. Dr. W. Dekker doet het binnen de gelederen van de IZB en daarbuiten. Zijn zoon blaast ook mee. De eind vorig jaar overleden prof. Van Deursen heeft het op heel wat podia op profetische wijze gedaan; we missen zijn klare toon.
Ook de emeritus collega uit Barneveld blaast in zijn columns in het RD de bazuin. Met name als het om de prediking gaat, klinkt er een helder geluid.
Dat geldt evenzeer van de emeritus collega uit Veenendaal, die niet moe wordt in hetzelfde dagblad ingezonden stukken te plaatsen, zodra hij merkt dat in de theologie van de Reformatie een valse toon gemengd wordt. Ook in de seculiere wereld zijn er wier bazuin geen onzeker geluid geeft.

Crisis
Wie eveneens krachtig op de sjofar blaast, onder andere in onze richting, is prof.dr. A. van de Beek. In zijn jongste boek, Lichaam en Geest van Christus, klinken de bazuinen, uit de hoogte, links en rechts. Hij laat zien hoe de mens sinds de Verlichting uit zijn onmondigheid is getreden en zelf nu de natuur en de geschiedenis naar zijn hand zet; althans, denkt dat te kunnen. Daarom wordt een crisis niet meer gezien als een oordeel van God, waardoor wij opgeroepen worden tot inkeer en vernieuwing. Nee, een crisis is een probleemsituatie, die vraagt om een oplossing. Zodoende heeft de secularisatie diepe wonden kunnen slaan in de kerk in West-Europa.
Hoe reageert de kerk daarop? Helaas met één en al activisme, als zou door wat wij doen het tij te keren zijn. Van de Beek ziet er geen heil in. Waarin dan wel? Dat de kerk weer gewoon kerk is in de wekelijkse en liefst dagelijkse viering van Woord en sacrament, opdat Christus weer heel ons leven gaat bepalen.
Er is nog een andere passage in zijn boek waarin Van de Beek ferm aan het klokkentouw trekt. Dat gebeurt wanneer hij spreekt over de zonde tegen de Heilige Geest. Hij betrekt deze zonde vooral op het in diskrediet brengen van de kerk. Hij zegt: ‘Wie ontkent dat de kerk de woning van God is in de Geest, lastert de Heilige Geest.’ Ik vind dat een aangrijpende passage met het oog op onze gereformeerde gezindte. Hoe vaak is – juist te midden van degenen die de grote schat ontvangen hebben van de gereformeerde belijdenis – niet laatdunkend gedaan over de kerk die hen gebakerd had. Is de consequentie van Van de Beeks gedachtegang niet dat je wellicht bij jaartallen als 1834, 1886, 2004 moet zetten: zonde tegen de Heilige Geest?
Laten wij in elk geval in Van de Beeks woorden een bazuinstoot horen om hoogkerkelijker te denken. Of om het met de oude Gunning te zeggen: hoger dan de kerk.
Dat brengt ons bij Christus, Die het Hoofd is van Zijn gemeente.

Neergeknield
Daar gaat het ten diepste om: dat wij – in ons land, in Europa, in heel deze wereld – bij Christus gebracht worden. Daarom horen we in Joël 2 nogmaals: ‘Blaas de bazuin!’ De eerste keer vanwege de crisis, de tweede keer met het oog op Christus. Want Joël is ondanks alles ervan overtuigd dat de Heere genadig en barmhartig is (v.13). Daarom kondigt hij een dag van vasten en boete aan en roept hij het volk op naar de tempel te gaan. ‘Wie weet, God mocht Zich wenden, bekeren.’
Met het oog daarop zegt Joël: ‘Laat de priesters, de dienaren des Heeren, wenen tussen de voorhal en het altaar.’ In gedachten zie ik ze neergeknield liggen, al die mannen Gods. De noodtoestand van het volk grijpt hen aan. We herkennen dat. Slapeloze nachten, innerlijke blokkades. Vanwege wat er in deze wereld gaande is, vanwege wat gemeenteleden meemaken, vanwege een catechisant die je niet kunt bereiken. Alsook vanwege onze eigen geesteloosheid; want je bent wel bazuinblazer, maar word je zelf nog opgeschrikt door het geluid van de sjofar?
Laten we echter niet vergeten waar de priesters al wenend neergeknield liggen: vlak voor het brandofferaltaar. We zien het bloed ervan afdruipen, het kostbare bloed van onze Zaligmaker, Die nu aan de rechterhand van Zijn Vader voor ons bidt en ons door Zijn Heilige Geest verzekert: ‘Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.’

Uitkomst
Op grond daarvan bidden we: ‘Spaar Uw volk, Heere, geef Uw erfenis niet over aan spot en smaad, heb medelijden met ons’ (v.17). Iets dergelijks bad Willem van Oranje ook, toen hij na het dodelijk schot op de trap van het Prinsenhof was neergezonken: ‘Mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk.’ Dat waren zijn laatste woorden. Hij moest de uitkomst aan God overlaten. Ons rest ook niet anders.
Intussen blijven wij wenen, bidden, op de bazuin blazen, nu eens uit volle borst, dan weer buiten adem.
Maar we blázen. En getuigen van het volbrachte werk van onze Heere Christus. Totdat we in Zijn heerlijkheid zijn en het vreugdevolle appel klinkt: ‘Looft God met... bazuingeklank!’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Blaas de bazuin

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's