De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verbond leeft nu minder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verbond leeft nu minder

Dominee in Benschop [3]

8 minuten leestijd

Ik ben moe en eerlijk gezegd ook moedeloos. Ik vind dat ik gefaald heb. Dat het niet goed gaat in de gemeente, dat zit in mij… Ik weet het niet goed meer. Wat moet ik doen? Heere, ik roep tot U. Ich ruf zu Dir.

Onvergetelijk, dat roepen tot God vanuit de diepte. Hij wist het niet meer, de predikant van Benschop, lang geleden. Maar van Hogerhand werd hij opgeraapt. Er kierde licht langs het gordijn die nacht. Ineens zag hij het weer: het is God die niet loslaat wat Zijn hand begon. Hij stond op. Nu kon hij slapen gaan. De kerk is Zijn werk.
Het boek dat dr. W. Verboom schreef pakt me, omdat er veel in is wat ik herken. Het heeft te maken met de wijze waarop de predikant zijn werk doet, met de vragen, de vertwijfeling die hij heeft én met de vreugde die hij erin beleeft. Deze is ten diepste vreugde in God. Nochtans.
God dankbaar blikt de auteur terug op zijn eerste jaren als predikant.
Maar hij blijft niet in het verleden hangen. Wat kunnen wij ervan leren met het oog op kerk en predikant zijn vandaag? Over die vraag wil hij het hebben.

Coram Deo
Ds. Verboom beseft dat hij staat in de dienst van zijn God. Het is niet zomaar werk wat hij doet; de Heere God roept hem ertoe. Hij doet zijn domineeswerk coram Deo, voor Gods aangezicht. Dat besef brengt vrees en vreugde met zich mee. Vrees: is Hij het die mij roept? Vreugde: de Heilige is me genadig nabij. Het is dat besef dat al die opgeschreven ervaringen in dit boek verbindt.
Dit brengt met zich mee dat deze predikant tilt aan zijn werk. Hij ziet zichzelf als een herder. Hij is het met heel zijn hart en voor de hele gemeente, niet het minst voor mensen aan de rand ervan. En hij is het zeven dagen in de week, 24 uur per dag. Dat is zijn identiteit. Zijn bewogenheid met de gemeente zit diep. Deze heeft alles te maken met een kernbegrip uit dit boek: het verbond van God. Het is niet zomaar een gemeente die hij dient; zij is van God.
De herder is hoeder. Hij weet zich geroepen om al die mensen die onder zijn gehoor zitten te bewegen tot het geloof in de Heere Jezus.
Over het leven valt het licht van de eeuwigheid. Heeft hij voldoende gewaarschuwd? Heeft hij voldoende aangedrongen op de gelovige overgave aan de Heiland? Het ambt weegt.

Passie
Het meest opmerkelijke vind ik de passie voor de kerk bij deze predikant. Zijn liefde voor die vreemde volkskerk die de plaatselijke gemeente is, waar van alles bij elkaar hoort wat elkaar nooit zou hebben uitgekozen, van liberaal gelovende mensen tot de paauwiaan. Deze passie voor de kerk zit diep. Ook deze heeft alles te maken met het verbond van God.
We ontmoeten in dit boek een predikant die naar de kerk leerde kijken met de ogen van zijn God. Al die ‘vreemde’ mensen zijn Zíjn mensen.
De kerk is kerk rondom de doopvont. En getuigt deze niet van Gods genadige verkiezing? Wie bij God begint, leert de ander vasthouden, ook als hij of zij heel anders is. Het is Verboom ten voeten uit.

Verbond
Met zijn nieuwste boek zet dr. Verboom ons opnieuw stil bij de betekenis van de bijbelse notie van het verbond, in dit geval voor kerk zijn en predikant zijn. Het lijkt mij van grote betekenis dat we ons grondig bezinnen op de werkelijkheid van Gods verbond, omdat ik merk dat deze door en door bijbelse notie van het verbond in de praktijk van de gemeente nauwelijks meer functioneert.
Zijn we ergens onderweg iets kwijtgeraakt? Ja. Met alle gevolgen van dien. Het ‘wij’ van het verbond, gegrond in God die ons samenbracht, heeft plaatsgemaakt voor het ‘ik’ van de individuele gelovige en zijn geloof, christen-zijn en beleving.
Wat raken we kwijt als dit bijbelwoord niet meer meedoet? Veel. Goed zicht op Gods manier van doen. Goed zicht op de breedte én de eenheid van de kerk en de plaatselijke gemeente.
Het zou zomaar kunnen dat we elkaar kwijtraken.
Want bij Gods verbond past dat we inzien dat we bij elkaar horen, ook al hebben we elkaar niet uitgekozen. Wat we ook verliezen is de rust en vreugde dat de kerk niet van onze inzet afhangt maar gegrond is in God Zelf en Zijn belofte.

Verkiezing
Tegelijk lijkt het mij nodig dat we het ook over Gods verkiezing hebben. Niet los van, maar in één adem met het verbond. Dat lijkt mij nodig vanwege de – vergeleken met de jaren waarin Verboom als predikant begon – veranderde, door en door geseculariseerde tijd waarin we kerk zijn. De kerk heeft niet meer die plek die ze toen nog had. Ze leeft een marginaal bestaan.
Gemeenteleden ervaren dagelijks hoe onvanzelfsprekend het christelijke geloof is en hoe aangevochten de navolging van Christus. Welke boodschap zit er dan in dat bijbelwoord verkiezing? Wat zal het voor jonge mensen betekenen wanneer ze ontdekken dat God ze vóór was?
Dat verbond niet alleen betekent ‘je hoort bij Mij’ maar ook ‘Ik koos voor jou’? Wat zegt dat hun als ze er zo vaak helemaal alleen voor staan?
Stilstaan bij de verkiezing bepaalt ons tegelijkertijd ook bij de roeping van de kerk. God verkiest ons, niet om het met elkaar fijn te hebben in de kerk, maar om Zijn licht te zijn midden in deze wereld en samenleving. Komt het ervan?

Boekenkast
Sinds de jaren dat Verboom als predikant begon is er veel veranderd. En de veranderingen gaan door. Onze gemeenten zijn volop in beweging.
Ik zie gemeenten verkrampen in traditionalisme of veranderen in de richting van een evangelische gemeente. Wat te doen?
De predikant van Benschop reflecteert in zijn boek op wat hij waarneemt in zijn eigen gemeente. Boeken in zijn boekenkast raken met elkaar in gesprek: Kohlbrugge, Kuyper, Kersten en Woelderink. In dit gesprek zegt Woelderink tegen Kersten: ‘Wat u ontbreekt is het juiste zicht op de leer van de Reformatie.’
Dit lijkt me ook nu heel hard nodig: goed zicht op de leer van de Reformatie. Samen opnieuw ontdekken wat de kernboodschap van de Reformatie was. Gereformeerd belijden nu. Waarover moeten we het dan hebben? Om één ding te noemen: over zekerheid buiten onszelf, in Christus. Wat is er zo bevrijdend aan deze boodschap?
Het lijkt me ook zinvol om het roemruchte gesprek tussen prof. H. Berkhof en ds. G. Boer, dat Verboom ook aanraakt, weer eens op te pakken. Daarin was de verhouding God-mens het brandende punt.
Wat komen we op het spoor als we dicht bij Bijbel en belijden opnieuw de vraag doordenken ‘wie ben ik voor God?’ Deze vraag is onlosmakelijk verbonden met de hiervoor gestelde vraag: waarin ligt onze zekerheid?

Avondmaal
Het viel me verder op hoezeer de avondmaalsviering cirkelt om de ene vraag: hoe ben ik rechtvaardig voor God? De vragen die gesteld worden in de preek zijn sterk op de gelovige en zijn geloof gericht, weliswaar met het oog op Jezus Christus maar toch.
Er zitten meer kanten aan de viering van het avondmaal. Zij is ook de gestalte van de gemeenschap, van samen gemeente zijn. Wat kan de viering van het avondmaal betekenen voor christenen die er door de weeks vaak alleen voorstaan? Het is van belang goed na te denken over de betekenis van het avondmaal voor kerk zijn in deze tijd.

Voetstuk
Er is ten opzichte van de tijd dat Verboom als predikant begon onzegbaar veel veranderd. Ook in de beleving en invulling van het predikant zijn. Hij was toen meer de dominee dan ik vandaag. De dominee is van zijn voetstuk gevallen en dat is prima. Als er maar niet meer omgevallen is…
De predikant die ik in dit boek ontmoet, heeft me iets te vragen. Het raakt het besef geroepen te zijn, in de dienst van de levende God te staan; dat ik mijn werk als predikant doe coram Deo. Weten we dit vast te houden in ons denken over het ambt? Of is het toch waar dat het ambt onder ons seculariseert? Hoe zit het met het gewicht van het ambt en die laatste ernst die Verboom ervaren heeft? Wat er ook verandert ten aanzien van het predikantschap, dat ene besef zou ik willen bewaren en opnieuw doordenken.

Bodem
Wat deed de predikant die we in dit boek volgen weer opstaan? De vrolijke ontdekking dat er Eén is die achter hem staat en dat de kerk Zijn werk is. Het vreemde is dat je het vaak weer ontdekt op de momenten dat je zelf door je bodem zakt: Ich ruf zu Dir, Herr Jesu Christ.

Volgende week sluit dr. W. Verboom deze reeks af.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Verbond leeft nu minder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's