De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Doorpraten over identiteit

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Doorpraten over identiteit

7 minuten leestijd

Drie predikanten schreven een reactie op Vrees en vreugde. Auteur dr. W. Verboom evalueert hun bijdragen: Ik zou graag willen dat er een gesprek ontstaat over de identiteit van de predikant. Een identiteit, die bij alle veranderingen door de jaren heen dezelfde is gebleven.

In de eerste reactie, die van ds. M. van Dam, treft mij zijn oprechte betrokkenheid bij wat ik heb willen zeggen. Bij de manier waarop je je geroepen voelde predikant te zijn in het levende netwerk van heel het dorp. Terecht wijst mijn jonge collega op de andere situatie waarin je vandaag predikant bent in een dorp. Dat vertaalt zich in de aard van de verhouding kerk en dorp.
Graag had ds. Van Dam ook gelezen welke valkuilen ik zie voor de jonge predikanten vandaag. Maar dat is niet de bedoeling van mijn boek. Ik wilde niet voorschrijven, maar beschrijven. Dat er vandaag – naast dezelfde – ook nieuwe valkuilen zijn dan in Benschop, is zeker waar.

Randen
Ds. H. Veldhuizen, nu emeritus predikant, destijds collega in de zustergemeente Lopik, staat met zijn reactie heel dicht bij mijn beleving van het predikantschap. Hij laat als vriend en broeder merken dezelfde dingen op soortgelijke wijze beleefd te hebben en van daaruit midden in het kerkelijke leven van vandaag te willen staan.
De uitspraak van ds. W.L. Tukker tegen een jonge dominee: ‘Zul je veel van de Heere Jezus houden en veel van de mensen’ is een kritische, dragende grond onder het levenswerk van een predikant. Ds. Veldhuizen wijst op de randen van de gemeente. Zoek die randen op, zoals Jezus deed (Matt.14:14). Bemoedigend is zijn hoog opgeven van het vruchtbare zaad van het Evangelie.

Stad
Ds. W.J. Dekker staat wat leeftijd betreft tussen ds. Van Dam en ds. Veldhuizen in en is predikant in een stad (Delft/Amersfoort). Daar is het predikant zijn anders dan in een dorpsgemeenschap. Wat ik heel wezenlijk vind in zijn reactie, is het wijzen op het predikant zijn coram Deo, voor het aangezicht van God, opkomend uit het ambtsbesef.
Maar ook zorgt zijn wijzen op de waarde van het verbond voor continuïteit tussen de gemeente toen én nu, in stad en dorp. Hij onderstreept Gods verkiezing als diepste bron voor het verbond. De dominee is van zijn voetstuk gevallen en dat is prima, zegt ds. Dekker.
Maar, voegt hij er veelbetekenend aan toe, als er maar niet meer is omgevallen.

Dorpsgemeenschap
Het is vanuit deze opmerking dat ik open en eerlijk enkele dingen wil noemen, waarover we als oudere en jongere predikanten wellicht eens in gesprek zouden kunnen komen. En dan niet los van de gemeente, maar zo dat gemeenteleden voluit meespreken. Ik noem een handvol dingen.
Ik zou het kostbare van een dorpsgemeenschap willen onderstrepen.
Dat doe ik naast alle aandacht die er vandaag (terecht) aan de kerk in de stad wordt besteed. Geen enkel dorp is slechts achterhoede van de stad, maar ieder dorp heeft zijn eigen betekenis.
Er zijn in ieder dorp bijzondere netwerken tussen de mensen, die goud waard zijn voor de betrokkenheid bij de christelijke gemeente. Wie denkt dat de volkskerk, in de vorm van een dorpskerk (kerk voor het dorp) verleden tijd is, vergist zich. De vele natuurlijke verbanden in het dorpsleven kunnen ‘toeleidende wegen’ zijn voor de ontmoeting met het Evangelie van de Heere Jezus. Kijk niet alleen naar jezelf als kerk, maar ook naar het dorpsleven om je heen. Daarover zou ik willen doorpraten.

Verbindende schakel
In Benschop had ik het gevoel als predikant een verbindende schakel te zijn in het gemeenteleven. Je kunt dat een domineeskerk noemen en afwijzen. Als je dan maar met het badwater niet het kind weggooit. Ik bedoel dat je als dominee gezien werd als de man die de boodschap van de Bijbel bij zich had. Je was op z’n best het gezicht van het evangelie.
Dat evangelie heeft verbindende waarde. Het mooie was dat je als predikant bij de catechisanten kon zijn, maar ook bij de jeugdclubs; op de bejaardenmiddag, maar ook bij ziek- en sterfbedden. Veel mensen zagen je weer terug op de preekstoel. Telkens weer was je erbij als ‘het mannetje’ met het Woord. Ik zocht dat bewust. Daarover zou ik willen doorpraten.

Toga
Alle drie de recensenten van mijn boek onderstrepen de betekenis van de roeping tot en het gewicht van het ambt. Dat klopt wat mij betreft.
Ik til er aan. Je draagt een grote verantwoordelijkheid als predikant.
Juist omdat het ambt niet betekent dat je mijlenver boven de mensen staat, maar omdat je geroepen bent om trouw aan je Zender dicht bij de mensen te zijn en hen te dienen met Zijn evangelie.
Vandaar die nachtelijke aanvechtingen. Vandaar dat zeven dagen, 24 uur beschikbaar zijn. Je werk is geen functie, geen beroep dat inwisselbaar is. Ik weet dat deze opvatting bekritiseerd wordt. Dat mag ook. Iemand die vandaag twee dagen in de week in een gemeente werkt, staat in een andere context dan een 24/7-dominee in Benschop.
Maar tillen aan het ambt is nodig.
Om je er niet aan te vertillen, heb ik het ook altijd zo beleefd dat het ambt mij draagt. Het dragen van een toga herinnert me daaraan. Ik beleef de toga als het ambtsgewaad.
Daarover zou ik willen doorpraten.

Studeerkamer
Wanneer ik terugkijk op de tijd in Benschop, dan valt mij op hoe centraal de studeerkamer stond in mijn werk als predikant. De studeerkamer is de werkplaats van de Heilige Geest. Daar gaan de Schriften open bij de voorbereiding van de preek. Tot op de dag van vandaag ben ik minstens drie dagdelen bezig met de voorbereiding van een preek.
Ik heb geleerd dat ik mijn preken niet moet laten bepalen door de agenda van kerk en wereld, maar door het Woord. Schatten in het Woord ontdekken, dat maakt de preek voor mijn besef nieuw. Ik word altijd zenuwachtig als de kerkdienst een veelheid van onderdelen bevat, aangereikt vanuit de gemeente. Ze woelen zo in de klassieke liturgie van de kerk der eeuwen. Geef mij maar een dienst uit één stuk, voor alle mensen. Daarover zou ik willen doorspreken.
De gemeente te Benschop kende verschillende stromingen. Er waren de liberalen, de bevindelijken, de orthodoxen en ook was er de paauwiaan. Toch behoorden ze allemaal bij die ene gemeente. Hoe kan dat? Vanwege de bijbelse notie van het verbond. Ds. Dekker wijst daar terecht op.
Ik herhaal wat ik al zo vaak gezegd heb: waar het verbond verdwijnt, treedt ontbinding er voor in de plaats. We zien het gebeuren in heel wat gemeenten. De ene gemeente bestaat in werkelijkheid uit verscheidene mentale gemeenten, die ieder steeds meer een eigen geloofsbeleving kennen. Ik zie dit als een proces van ontbinding van de gemeente. Waar loopt dat op uit? Daarover zou ik willen doorpraten.
Er zijn meer dingen die ik zou kunnen noemen. Zoals het samen werken als predikant en predikantsvrouw. En de verhouding tussen de kerken. Daarin schoot ik destijds echt te kort. Maar is het na 45 jaar beter geworden?
Voor wie behoefte heeft aan een gesprek over deze en andere dingen, die voor mijn besef voor meer predikanten en gemeenteleden leven, zou het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond misschien eens een ontmoeting kunnen arrangeren om onder goede leiding iets voor elkaar te kunnen betekenen.

Aansporing
Ten slotte: het belangrijkste van mijn boek is nog niet genoemd.
Het wil een aansporing zijn aan het adres van jonge beginnende predikanten vandaag, om al hun vertrouwen op de Heere te stellen. Ik ben niet te vinden in het koor dat alleen maar klaagliederen zingt over de prediking van vandaag.
Liever zeg ik: Hij die je roept, geeft je de genade. Hij laat je echt niet aan je lot over. Hij kent je, ook in je twijfels en aanvechtingen. Hij zorgt voor de oogst, Zijn oogst.
Vast en zeker.
Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven,
maar doe mij in den oogst geloven
waarvoor ik dien..

(Adriaan Roland Holst)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Doorpraten over identiteit

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's