Geen zorgen om imago
Kerk in de marge [2, slot]
In de Reformatie komt de verhouding tussen de eigenschappen van de kerk, de eenheid, heiligheid, katholiciteit en apostoliciteit onder druk te staan. De protestantse ecclesiologie staat tussen die van Rome en de radicale reformatie in.
Bij Rome bepaalt de eenheid de andere eigenschappen van de kerk, terwijl bij de radicalen de heiligheid alles bepaalt. De kerk is de (plaatselijke) gemeenschap der heiligen die zich aan de wereld – inclusief de verdorven Roomse en protestantse kerken – onttrekken.
Als Maarten Luther de aflaathandel afkeurt en uitspreekt dat de ware schat van de kerk niet gelegen is in de verdiensten der heiligen, maar in het heilig evangelie, dan stelt hij de eenheid en katholiciteit van de kerk op de proef. Met een beroep op apostelen roept hij de kerk op tot reformatie, tot een radicale heiliging door toewijding aan het radicale evangelie van de vrije genade. De Reformatie is een geding om de eigenschappen van de kerk.
Kwaliteit
De Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561) stelt: ‘Wij geloven en belijden een enige katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van ware gelovige christenen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus.’ De vraag waaraan je de ware kerk kunt herkennen, beantwoordt de Vroege Kerk door te verwijzen naar de katholiciteit.
Afgescheidenen kunnen nooit gelijk hebben, omdat zij niet katholiek zijn. Naast deze betekenis – die ook wel kwantitatief heet – heeft katholiciteit ook een meer inhoudelijke betekenis.
Cyrillus van Jeruzalem (±315-386) schrijft al dat de kerk niet alleen katholiek is, omdat zij over de hele wereld verspreid is, maar ook – en dat is kwalitatief – omdat zij alles leert wat een mens moet weten, omdat zij het hele mensengeslacht tot de verering van God voert, omdat zij elk soort van zonde geneest en, ten slotte, omdat zij iedere denkbare deugd bezit.
De Reformatie kiest nadrukkelijk voor die kwalitatieve benadering, hoewel zij daarmee de belijdenis van de ene katholieke kerk niet loslaat. De protestanten verwijzen in antwoord op de vraag naar de ware kerk niet naar de katholiciteit, maar naar de kenmerken van de kerk (notae ecclesiae): de zuivere bediening van Woord en sacrament met de daarbij horende handhaving van de tucht.
De reformatoren maken de kwaliteit doorslaggevend voor de katholiciteit.
De Rooms-Katholieke Kerk – en daar kun je in strikte zin pas van spreken na Trente – kiest radicaal voor de eenheid en verbindt daarom de heiligheid, katholiciteit en apostoliciteit aan het instituut onder de ene bisschop van Rome.
Katholieke reformatie
De katholieke reformatie (Catholic Reformation) – door protestanten vroeger ‘Contra-reformatie’ genoemd – heeft het aanzien van de rooms-katholieke kerk ingrijpend gewijzigd. Die verschilt na Trente evenveel van de middeleeuwse kerk als de protestantse kerken. Wie nu de protestantse kerken oproept om terug te keren naar Rome, moet wel beseffen dat Rome ook niet meer is wat het geweest is. De sfeer mag gemoedelijk zijn, maar de leer is veel scherper geformuleerd.
Die katholieke reformatie is niet zonder succes, want door de centralisatie lukt het om grote delen van Europa weer onder het gezag van de paus te brengen, kloosters te reformeren en het volk te onderwijzen in de katholieke leer, denk aan het werk van de Jezuïeten.
De protestanten willen zich niet aan deze vorm van eenheid en katholiciteit onderwerpen, vanwege de heiligheid en apostoliciteit van de kerk. De kerk moet terug naar het heilig evangelie en de leer van de apostelen en profeten. Dat lukt alleen in die gebieden waar de evangelische stromingen bescherming genieten van de overheid.
Overheid
Het beroep van de kerk op de overheid werkt door in de protestantse ecclesiologie. De belangrijke confessionele geschriften zijn bijna zonder uitzondering gericht aan de overheid en geformuleerd om de identiteit van het jonge protestantisme te markeren en te onderscheiden van zowel de claim van Rome als van de radicale doperse stroming die als staatsgevaarlijk werd beschouwd.
Wat gebeurt er met de ecclesiologie van een kerk die bescherming geniet van de overheid? In de belijdenisgeschriften zie je dat dit enerzijds leidt tot een vrijwillige inperking van de macht van de kerk als instituut. Niet de paus, maar de christelijke overheid heeft de taak om concilies of synodes bijeen te roepen.
Tegelijk wordt de roeping van de overheid als christelijke overheid ook sterk aangezet. De overheid moet bepalen welke religie de ware is en die ook beschermen en de valse religie weren en uitroeien. De onderliggende gedachte – vooral in het gereformeerde protestantisme – is dat kerk en staat, geloof en politiek weliswaar onderscheiden, maar niet gescheiden zijn en dat beide vallen onder de allesoverkoepelende soevereiniteit van God.
Vergeestelijking
De Reformatie versterkt de spanning tussen de eigenschappen van de kerk. De eenheid wordt vooral gezocht in de gemeenschap der heiligen en daarmee ligt de vergeestelijking van die eenheid op de loer, al blijft de belijdenis ook uitgaan van de ene zichtbare ware kerk.
De katholiciteit van de kerk wordt beleden, maar inhoudelijk of kwalitatief ingevuld. Daarom zijn er naast de wezenseigenschappen van de kerk ook kenmerken nodig om de ware kerk van de valse te onderscheiden.
De apostoliciteit wordt vooral gezocht in de continuïteit met het Nieuwe Testament en in de genadeleer van de Romeinenbrief en niet in de ononderbroken lijn van de apostolische successie.
Op de drie terreinen van organisatorische eenheid, missionaire en apostolische roeping en katholieke presentie staat de protestantse Reformatie tussen Rome en de radicalen in. Bij Rome is de eenheid allesbepalend en bij de radicalen de heiligheid.
De protestanten kunnen zich vanwege de heiligheid van de kerk niet met Rome verenigen en vanwege de eenheid van de kerk niet met de radicalen afzonderen. ‘Zij kunnen niet weg en zij kunnen niet mee.’
Veilige midden
De protestantse ecclesiologie bewaart het veilige midden tussen Rooms eenheidsdenken, dat uiteindelijk machtsdenken is en dopers heiligheidsstreven waaruit geestelijke hoogmoed blijkt. Die tussenpositie is haar kracht en tegelijk ook haar zwakheid, als zij in plaats van de uitersten vast te houden en te verenigen, het gemiddelde van de som wil nemen. Bij de vraag of de kerk gebaat is bij een strakkere organisatie of juist bij lossere vormen, is het verleidelijk om de organisatie in stand te houden en intussen gewoon net te doen alsof die niet bestaat. De belijdenis is wel presbyteriaal, maar de praktijk is congregationalistisch. ‘Ik heb niks met die landelijke kerk.’
Geen compromis
In de crisis is het beter om beide polen vast te houden en te beseffen dat je voor de radicale navolging van Christus ‘in het wild’ terug moet kunnen vallen op de gemeenschap der kerk. Daar word je gevoed en daar worden ook steeds weer mensen geboren en opnieuw geboren die zich naar de frontlinies begeven. Daarom is het juist nu belangrijk om de kerk als kerk lief te hebben en trouw te blijven. De concrete organisatiestructuur is relatief, maar alleen een kerk met bisschoppen of met ambtsdragers die een bisschoppelijk hart hebben, kan experimenteren met nieuwe vormen en kerken planten.
Bij de vraag of de kerk het evangelie moet communiceren of zich moet concentreren op het geheimenis, geldt hetzelfde. Geen compromis, maar een radicale verbinding van beide polen. Alleen een kerk die het oordeel van de marginalisering aanvaardt en zich niet bekommert om haar imago in de wereld maar alleen om haar aantrekkelijkheid voor Christus kan het evangelie verkondigen in een postmoderne cultuur. Wat de presentie in politiek en samenleving betreft; alleen een kerk die zich radicaal richt op het koninkrijk van God kan vruchtbaar zijn in deze wereld. Alleen christenen die de theocratie belijden, kunnen participeren in de politiek.
Eindsprint
De context van de 21ste eeuw is de context van de eindtijd. Die eindtijd is al aangebroken bij Pinksteren, maar kent wel verschillende faseringen. De apocalyptische geschriften spreken over een tijd en dan een verdubbeling – tijden – en een halve tijd. Op het laatst gaat alles in een stroomversnelling. Er zijn in de geschiedenis van de wereld na Pinksteren chronoi en kairoi, tijden en gelegenheden, waarover de Vader de beschikking heeft (Hand.1:7). Nu de voltooiing van het werk van de wereldwijde zending nadert, nu Israël teruggekeerd is naar het beloofde land, nu de ontwikkelingen in de technologie en wetenschap in een stroomversnelling komen en nu de mens der wetteloosheid zich meer en meer openbaart, lijkt het einde dichtbij. Lijkt, zeg ik, want niemand weet wanneer die dag komt. Jezus heeft wel gezegd dat wij waakzaam moeten zijn en bereid. Dat is de kern van de heiliging van het christenleven.
In de eindsprint van de eindtijd zal de kerk meer dan ooit naar de marge gedrongen worden. Dat is misschien niet alleen een oordeel, maar ook een voordeel, omdat het ons dichter bij het kruis van Christus brengt.
Volgende keer: dr. P. van den Heuvel over de katholiciteit van de kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's