Boekbesprekingen
Rob Bell En de meeste van deze is… liefde. Een eerlijk boek over hemel en hel. Uitg. Kok, Utrecht; 207 blz.; € 18,50.
Dit boek van de Amerikaanse Rob Bell trekt veel aandacht. In verschillende dagbladen is er uitvoerig over geschreven, terwijl er ook een debatavond aan is gewijd. Bovendien verschenen er enkele boeken als tegenhanger van Bells opvattingen. Vanwaar al die aandacht? Komt dat door het boek zelf of door de thematiek die wordt aangesneden? Ik heb de indruk dat het laatste zeker meespeelt. De hel is een weerbarstig element in de bijbelse boodschap, ook voor christenen. Volgens een pas gehouden onderzoek gelooft 75% van christelijk Nederland niet in het bestaan van de hel. Dat is een schokkend gegeven. Dit zal samenhangen met het feit dat we in de eigen omgeving steeds meer te maken hebben met mensen die niet geloven. Daardoor komen de vragen rond hemel en hel nog weer extra op scherp te staan.
Wat het boek zelf betreft: ik ben er met een zekere nieuwsgierigheid aan begonnen. Bell heeft een vlotte manier van schrijven. Het taalgebruik is populair. Naar mijn smaak af en toe té populair, zeker gezien de ernst van de thematiek. Er zijn passages die qua toonzetting afstoten. Tijdens het lezen werd ik niet echt meegenomen door de schrijver.
Dat komt misschien door de springerige schrijfstijl. Een systematische opzet ontbreekt. Daardoor blijft de inhoud in mijn beleving vaag.
Een aantal elementen zet aan het denken.
De schrijver laat zien dat er ook zoiets als een hel in het heden is: daar waar mensen elkaar (en zichzelf ) het leven onmogelijk maken. Bell heeft een belangrijk bijbels punt als hij wijst op het verband tussen Gods oordeel en ons leven nu. Het gaat niet allereerst om de vraag wat straks onze eeuwige bestemming zal zijn, maar om de vraag of wij nú leven naar Gods wil. Het eindgericht spoort aan tot een heilig leven. Dit element blijft te vaak onderbelicht.
Het boek roept ook vragen op. Zo is het me niet duidelijk geworden wat Bell nu precies bedoelt. Als ik het goed heb begrepen, gelooft hij wel in het bestaan van de hel, maar meent hij ook dat de verlorenheid niet altijddurend is. Er is op de een of andere manier nog een weg terug, doordat de liefde overwint (zoals de oorspronkelijke Engelse titel luidt). Mijn hoofdbezwaar betreft de manier waarop wordt omgegaan met Schriftgegevens. Bell noemt wel allerlei teksten, maar het spreken van Jezus over de eeuwige ondergang wordt te weinig verdisconteerd. Als er Eén is Die de werkelijkheid van de hel (en daarmee de laatste ernst) ter sprake heeft gebracht, dan is het Christus Zelf. In bewoordingen die – al is het beeldtaal – niet voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn.
Ons nee tegen Zijn genade neemt God volstrekt serieus. Alleen door het geloof in Jezus’ kruisoffer is er eeuwig behoud. Het valt op dat in het boek van Bell de verzoening nauwelijks functioneert, terwijl daarin Gods liefde bij uitstek wordt geopenbaard. Een liefde die zich niet tegen Gods recht laat uitspelen.
Aan het lezen van dit boek houd ik een ambivalent gevoel over. Alleen al die ondertitel… Is het boek wel zo eerlijk als het pretendeert te zijn? In ieder geval geeft het aanleiding om ons te bezinnen op de vragen rond hemel en hel. Dat is niet overbodig.
Wordt er vandaag binnen de christelijke gemeente niet te snel vanuit gegaan dat we ons op de juiste (smalle) weg bevinden? Bell raakt een gevoelig punt als hij schrijft dat Jezus’ waarschuwende woorden vooral gericht zijn tot mensen die zelf denken binnen te zijn. Het boek bevat ook zeker ontdekkende passages.
Waar het vooral om gaat, is de vraag of wij God God laten zijn. Ook als Hij donkere woorden spreekt. Daarbij dienen we scherp voor ogen te houden dat de Schrift ons waarschuwt voor de ondergang, opdat (!) we de toevlucht nemen tot Christus om door Hem behouden te worden.
J.C. Schuurman, Harderwijk
---
Sabine van der Heijden Kerk voor een nieuwe generatie. Uitg. Medema, Heerenveen; 218 blz.; € 14,95.
Sabine van der Heijden neemt ons mee in haar zoektocht naar een ‘Kerk voor een nieuwe generatie’. Ze verkent recente culturele ontwikkelingen en de invloed daarvan voor de manier van geloven. In dit boek werkt ze dat uit in een vijftal hoofdstukken, waarin drie praktische items van het geloofsleven binnen de gemeente centraal staan, namelijk het gezin, de gemeente als geheel en het jeugdwerk. Om aan te geven hoe en waar de gemeenten staan in de huidige culturele context, gebruikt de auteur drie mentaliteiten in een terminologie die als metafoor afkomstig zijn uit de wereld van de sociale media: kerk 1.0, 2.0 en 3.0. Elke mentaliteit heeft een andere houding ten opzichte van de cultuur en de manier van communiceren tussen de generaties. In 1.0. staan kerk en (jongeren)cultuur tegenover elkaar, de wereld is slecht en jongeren moeten leren ‘geheel anders’ te zijn. Voor de beeldvorming moeten we mijns inziens denken aan de rechterflank van de gereformeerde gezindte. In de 2.0 kerk staat de gemeente grotendeels positief met haar boodschap tegenover de cultuur. Het moderne mediagebruik wordt in stelling gebracht om de cultuur te kerstenen (EO-jongerendagen ed., SAD). In de 3.0. kerken wordt het postmoderne levensgevoel als uitgangspunt gehanteerd. Het is een vloeibare dynamische vorm van kerk-zijn die kritisch, maar wel conform de cultuur haar weg zoekt. (G.D. Dingemanse en C.H. Lindijer)
Vanuit deze driedeling wordt een heldere beschrijving gegeven van de psychologische en geloofsontwikkeling van kind naar volwassene, wat betreft geloofsoverdracht binnen de voornoemde praktische items binnen de gemeente. Het gaat hierbij concreet om de diverse opvoedingsstijlen, de hedendaagse beleving en invulling van de kerkdienst en de praktische relatie met en tussen jongeren binnen de gemeente. Een aspect van belang dat hierbij aangegeven wordt, is dat de oudere generatie echt geestelijk geïnteresseerd blijft, want de invloed van de postmoderne cultuur met de ikbeleving en de consumptieve hedonistische levensinstelling wordt als bedreigend beschreven voor deze generatie.
Hierbij rijzen ook de vragen. Bij het lezen kreeg ik het idee dat nieuwe generaties God opnieuw moeten ontdekken. Het klinkt wel erg pretentieus als ‘wij Jezus van zijn onterecht saaie en brave imago moeten ontdoen en laten zien hoe gepassioneerd en heftig Hij is’ (pag. 83). De nieuwe generatie moet wel veel. Maar primair is het toch de openbarende God en Vader, in Jezus Christus, Die door het gepredikte Woord in de kracht van de Heilige Geest dwars door alle culturen heen breekt en vruchtbaar wordt voor deze nieuwe generatie? Zeker, we worden uitgenodigd ons biddend te bezinnen op het stoffige reservaat imago, waarin de jongere zich tweehonderd jaar terug waant als hij een kerkdienst meemaakt. Dit kan echter niet zonder de blijvende luisterhouding naar de Stem van de Levende?
Daarbij merk ik ook een bepaalde ambivalentie op. Enerzijds wordt het postmodernisme als een bedreigende macht getekend, anderzijds wordt hierin meegegaan door accent te leggen op het gevoel en beleving in het aantrekkelijk maken van een kerkdienst, in kerkstijl 3.0 verwacht je dat, maar in kerk 2.0? Daarbij klinkt het bijna vanzelfsprekend dat God een met de tijd meegaande liefdevolle Vader is, waardoor jongeren gepassioneerd worden. Er is toch ook een kritisch Tegenover, dat oproept tot bekering?
Kortom, bij deze kritische reflectie, een aanbevelenswaardig boek. De auteur reikt handvatten aan die oproepen tot praktische doordenking en bezinning, zoekend naar een kerk waarin jongeren geloven.
S.A. Doolaard, Schoonhoven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's