Boekbesprekingen
Hans Eschbach en Ruilof van Putten (red.) Als God de hemel opent. Uitzien naar meer werk van de Geest. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 220 blz.; € 17,50.
Het boek Als God de hemel opent. Uitzien naar meer werk van de Geest is te vergelijken met de vorig jaar verschenen bundel Voortdurend verlangen. Geestelijke vernieuwing in de Protestantse Kerk. Opnieuw verlenen verschillende auteurs die zich verwant weten met het Evangelisch Werkverband hun medewerking, terwijl de redactie gevoerd wordt door ds. Hans Eschbach, daarin ditmaal bijgestaan door drs. ir. Ruilof van Putten. Verschil is het thema dat behandeld wordt. Beperkte de vorige bundel zich vooral tot een bezinning op de positie van het Evangelisch Werkverband in de afgelopen vijftien jaar binnen de Protestantse Kerk, deze bundel stelt de veel grotere vraag naar God in onze moderne tijd aan de orde.
‘Waarom is er in het Westen, en vooral in Nederland, zo weinig van de Geest te bespeuren? Wij hebben het gevoel dat wij leven onder een kaasstolp. Onder een koperen hemel. Alsof God uit deze wereld verbannen is’, schrijft ds. Eschbach direct aan het begin. Dat maakt dit boek interessanter dan het vorige. Deze vraag roept meer herkenning op. Dat hierover vanuit de kring van het Evangelisch Werkverband in toenemende mate bezinning is, is te waarderen.
Het eerste deel van het boek wil de kernvraag verhelderen: ‘Waar gaat het over?’ Ds. Eschbach zoekt naar de oorzaken van de crisis, waarbij hij denkt aan zonden die er in de kerk zijn en aan het Verlichtingsdenken dat de mens en zijn denken te veel in het middelpunt heeft geplaatst. Soms is de toon wat activistisch: ‘Verbeter de wereld en begin bij jezelf.’ (p. 20) Aansprekend vond ik de opmerking: ‘Misschien moeten wij beginnen met het erkennen van het probleem, met het belijden van onze schuld. Verootmoediging en schuldbelijdenis effenen de weg naar Gods hart.’ (p. 21) Het tweede deel is meer diepgravend. De niet-westerse theoloog Zeb Brandford Long laat zien hoe je als mens onbewust of bewust een bepaalde wereldvisie hebt. Daarmee bedoelt hij dat je door een bepaalde bril of filter naar de werkelijkheid kijkt.
Het derde deel is erg belangrijk. Het gaat over de vraag hoe de evangelische beweging zichzelf positioneert ten opzichte van de Verlichting. Wil ze kritisch zijn? Of ziet ze zichzelf als een kind van deze cultuur? Niet zo helder vond ik de bijdrage van dr. Henk Zeeman. Hij beschouwt de Verlichting in zekere zin als positief. ‘De kernbetekenis valt namelijk vanuit de kerk als positief te waarderen, omdat het draait om de mens die ging begrijpen dat hij in zijn doen en laten een bepalende richting kon geven aan zijn bestaan.’ (p. 76) Tegelijk meent hij dat de Verlichting geen medicijn is voor de theologie en de kerk.
Een gevoel van teleurstelling kreeg ik bij het artikel van dr. Willem Ouweneel. De Verlichting heeft volgens hem een gezonde vorm van arminianisme bevorderd. Daar is hij blij mee. De nadruk op de keuzevrijheid die de mens heeft, schept ‘ruimte voor bijbelse genezings- en bevrijdingsbediening, waarin niet langer alle rampen fatalistisch aan God worden toegeschreven.’ (p. 120) Mijn vraag is hier: klopt dit? Schept de gereformeerde theologie echt een ‘fatalistisch’ beeld van God of is het juist een troost dat de gelovige mag weten dat zelfs het lijden uit Gods Vaderhand hem toekomt? Terecht stelt dr. Antoon Vos in een in deze bundel opmerkelijk en indrukwekkend artikel dat de evangelische beweging moet ophouden kritisch te zijn naar de klassieke theologie en de kerk der eeuwen. ‘De ‘kaasstolp’ waarover welsprekend in het eerste hoofdstuk geschreven is, is van eigen makelij. Wie met de Verlichting komt aandragen, zal nooit tot inkeer komen. In een nationale cultuur die haar volkskerk opoffert, is het christendom als nationaal verschijnsel ten dode opgeschreven.’ (p. 106) Dat geeft te denken.
Deel vier en vijf zoeken de weg vooruit. Hoe nu verder? Drs. Gerrit Vreugdenhil wijst op het grote belang dat wij door de Heilige Geest vernieuwd worden in ons denken.
Daarbij sluit dr. Wim de Bruin mooi aan in een bijbelstudie over Jesaja 63, waar de profeet bidt dat God de hemel openscheurt.
Deze innerlijke vernieuwing, het gebedsleven, een terugkeer naar Gods Woord, het gelovig omhoog kijken naar de hemel, is het medicijn.
In het laatste hoofdstuk vraagt ds. Eschbach zich af, waar hij golfbewegingen van de Geest ziet in onze tijd, dus waar God de hemel opent. Een breed scala van plekken noemt hij. (p. 216) Het is mooi dat ds. Eschbach ruimdenkend is, maar er staat in de Bijbel ook: ‘Beproef de geesten of ze uit God zijn.’ Niet alles wat zich geestelijk aandient, is uit de Geest. Jammer dat hij hierbij zijn oog niet richt op wat er in ‘gewone samenkomsten’ van de gemeenten gebeurt onder een bijbelse prediking. Daar opent zich ook vandaag de hemel. Misschien kan een volgend boek als ondertitel meekrijgen: ’Uitzien naar meer van het Woord’.
P.J. Teeuw, Papendrecht
---
Ingrid van der Vlis (red.) Militairen op de Veluwe. Een geschiedenis van landschap en bewoners. Uitg. Boom, Amsterdam; 343 blz.; € 29,90.
‘Halverwege de negentiende eeuw was de Veluwe voor veel Nederlanders niet meer dan een ‘woest en ledig’ landschap. Er kraaide dan ook geen haan naar, toen de krijgsmacht hier de eerste terreinen aankocht.’ Zo begint het fraai geïllustreerde boek Militairen op de Veluwe, waarin een stukje geschiedenis van het leger met en in de verschillende garnizoensplaatsen op de Veluwe wordt beschreven. De hoofdstuktitels spreken voor zich: ‘Militairen op de Veluwe’, ‘Landschap in verandering’, ‘Bouwen voor de krijgsmacht’, ‘Defensie als natuurbeheerder’, ‘De kunst van het herbestemmen’, ‘Vrije tijd, verveling en vermaak’, ‘Militairen als economische motor’ en ‘Jan Soldaat in de statistieken’.
Een hoofdstuk noem ik apart: ‘Voor God & vaderland’. Het kerkvolk op de Veluwe aanschouwde met zorg ‘de militaire invasie’.
‘Vanuit een christelijk normbesef voerden zij beleid om de dienstplichtigen en de lokale gemeenschappen voor ‘zedelijk verval’ te behoeden.’ Economisch gezien mocht er winst worden geboekt, maar op het gebied van de moraal zou er verlies kunnen zijn, waarbij werd gedacht aan verstoring van de zondagsrust, drankmisbruik en prostitutie.
‘Het leger stond niet alleen voor tucht en discipline, maar ook voor Sodom en Gomorra.’ Rondom 1900 wist men Gomorra op de kaart aan te wijzen: Harderwijk. Daar werden ‘wanhopige verschoppelingen’ met fors geld gelokt voor de dienst in de Oost. Harderwijk werd ‘het gootgat van Europa’ genoemd. Als tegenwicht werden militaire verenigingen en militaire tehuizen van protestantse en katholieke signatuur gesticht (Harderwijk, Ede, Ermelo, ‘t Harde, Nunspeet, Schaarsbergen).
Ging het aanvankelijk om het ‘verheffingsideaal’, later werd het roer omgegooid naar vooral recreatie, c.q. amusement. Met de secularisatie zette ook de neergang in.
De aanwezigheid van militaire kazernes had ook invloed op de religieuze kaart (verscheidenheid) van de garnizoensplaatsen. Harskamp was tot de vestiging van het legerkamp een gehucht met wat boerderijen en huizen. Dankzij de vestiging van de militaire tehuizen kon men vervolgens in het eigen dorp ter kerke gaan. Zo kwamen er ‘waarneembare verschillen’ tussen gemeenten met en zonder kazerne.
Ik deed maar een greep uit dit veelzijdige boek, waarin eveneens de tijd van de bezetting (ook van de kazernes) in de oorlogsjaren wordt geschreven. Intussen krijgt men een goed beeld van het militaire leven in een gebied waar het leger prominent aanwezig was te midden van een bevolking met een specifieke signatuur.
J. van der Graaf, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's