Niet tevergeefs geleefd
Christen mag de loop tot een einde brengen
Hoe reageer je als aan het einde van je (werkzame) leven er weinig meer over is van de dingen waarvoor je je met overtuiging hebt ingezet, waaraan je je beste krachten gegeven hebt? Die vraag moeten we ook in de kerk onder ogen zien.
Wie huizen bouwt of auto’s produceert, weet bij voorbaat dat deze materiële dingen een beperkte levensduur hebben. Een flat gaat eens weer tegen de grond en ook een mooie auto komt na jaren bij het schroot. De meeste producten hebben in onze wegwerpmaatschappij een kortere levensduur. Arbeidsvreugde ligt er ondertussen in deze beroepen voor een christen zeker als hij zijn gaven mag inzetten om de ander te dienen en zo een plaats in de maatschappij inneemt.
Anders ligt het voor degenen die zich beroepshalve met hart en ziel gegeven hebben aan het uitdragen van een overtuiging. Voor een politicus is het pijnlijk als zijn inzet voor een betere samenleving in het stemlokaal door de kiezer niet beloond wordt. Juist het dragen van regeringsverantwoordelijkheid leidt nogal eens tot een nederlaag bij de volgende verkiezingen. Gedurende acht jaar gaf premier Balkenende in onstabiele maatschappelijke omstandigheden leiding aan vier kabinetten. Ging het hem steeds wat beter? Nee, als partijleider van het CDA kwam zijn politieke einde in juni 2010 na een halvering van de Tweede-Kamerfractie, van 41 naar 21 zetels. Het is pijnlijk te constateren dat er geen draagvlak is voor het realiseren van je idealen.
Prof. Hofstede de Groot
In de kerk merken we die teleurstelling ook. Neem het leven van de Groningse hoogleraar Petrus Hofstede de Groot, een man die in de eerste helft van de negentiende eeuw een ongekend grote invloed had. Deze voorganger van ds. Hendrik de Cock in Ulrum zette als jong hoogleraar niet alleen een groot stempel op de theologiebeoefening in ons land, maar was ook actief als inspecteur van het onderwijs. Op sociaal terrein deed hij veel goeds in de bestrijding van armoede en was hij betrokken bij een toevluchtsoord voor verwaarloosde landgenoten. Tevens was hij directeur van het Nederlands Zendingsgenootschap en lid van de synode.
En toen werd hij ouder. Zijn persoonlijke invloed nam af. De kerkenraad van Groningen ging predikanten van een andere signatuur beroepen. Een vriend voegde hem in die jaren toe: ‘Elk mens leeft door het bestel van de voorzienigheid in dat tijdperk waarin hij thuishoort. Dat hebt gij in uw leven goed begrepen en gij hebt gezegevierd. (…) Maar nu moet u zorgen niet zwartgallig te worden. U hebt niet tevergeefs geleefd, maar heerlijke denkbeelden in de maatschappij gebracht, of versterkt.’
Prof. K. Strijd
Honderd jaar na Hofstede de Groot – een ander voorbeeld – leefde prof. Krijn Strijd, hoogleraar ethiek in Amsterdam en actief in de PSP, een van de voorlopers van GroenLinks. Ds. Strijd was een van de achttien mensen die in 1961 de aanzet gaven voor Samen op Weg. Zijn leven zette hij in het teken van een geweldloze strijd voor een betere, socialistische wereld.
Een hoofdstuk over zijn leven in de recent verschenen bundel Bevlogen theologen concludeert: ‘Op het eind van zijn leven was hij bitter gestemd over hetgeen hij en zijn medestanders in de kerk en daarbuiten hadden bereikt.’ Een man die als predikant en hoogleraar een groot podium voor zijn opvattingen heeft, eindigt in bitterheid. Als je idealen niet dichterbij gekomen zijn, is het niet moeilijk om het eerste hoofdstuk van Prediker na te zeggen: ‘Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen waarmee hij zwoegt onder de zon?’ Salomo stelt hier de vraag naar de zin van al onze inspanningen.
Scheuring en secularisatie
Voor bitterheid moet je bewaard worden als je werk bij de handen afgebroken lijkt te worden, ook als die arbeid op een goed fundament verricht werd.
Ik denk aan die vele predikanten die rond 1 mei 2004 bij de vorming van de Protestantse Kerk en het ontstaan van de Hersteld Hervormde Kerk geconfronteerd werden met een scheuring in hun (oude) gemeente(n). Emeriti kwamen in de jaren erna in gehavende gemeenten die in het verleden een heel andere gestalte kenden. ‘Heb ik me tientallen jaren volledig gegeven voor de opbouw van diverse gemeenten?’
Het was een begrijpelijk emotie.
Ook de secularisatie raakt in dit opzicht een inhoudelijke snaar. Inzet in de gemeente en toewijding van werkers in de kerk kunnen soms niet verhinderen dat een sluipend proces van neergang het lijkt te winnen. Hoe voorkom je teleurstelling aan het einde van een periode als ambtsdrager, bij het naderen van het emeritaat, ook als de gezondheid het niet toelaat om de volledige tijd uit te dienen?
Opvoeding
Verdriet is bij veel mensen nogal eens zichtbaar als ze terugzien op de opvoeding van hun kinderen, op de keuzen die kleinkinderen maken. De secularisatie trekt sporen in de gezinnen. Aan het einde van de daadwerkelijke opvoeding kan een ouder de idee hebben met lege handen te staan, gefaald te hebben – ondanks dat het zaad van het Evangelie in het leven van jongeren gezaaid is.
Ook dan kan de gedachte postvatten dat onze gebeden niet verhoord zijn, onze inzet niet gebracht had waarop we hoopten.
Niet van deze wereld
Bij het nadenken hierover heeft een christen het antwoord dat een seculiere politicus of een atheïstische welzijnswerker mist. Daarvoor kijken we naar de Heiland der wereld. Als het einde van Zijn leven nadert, een leven dat in de dood lijkt te eindigen, zegt Jezus tegen Pilatus: ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.’ (Joh. 18:36) Eerder heeft Hij in antwoord op een vraag van de Farizeeën gezegd dat het Koninkrijk van God niet op waarneembare wijze komt.
Heel Zijn leven heeft Hij Zich gericht op het doel waarmee de Vader Hem in de wereld gezonden had, de verzoening tussen God en mens. Om die reden riep Hij, voordat Hij stervend het hoofd boog, uit: ‘Het is volbracht!’ Jezus sterft niet als een levensmoe mens wiens idealen al meer onbereikbaar worden, maar Hij gaat heen, omdat Hij alles volbracht heeft. Zo geeft Hij Zich over aan de Vader.
Vervolging aanstaande
Hier ligt het geheim voor allen die in de dienst van koning Jezus arbeiden. Het kan zomaar zijn dat aan het einde van een overvol leven de toekomst van ons werk minder goed lijkt dan aan het begin van onze arbeid. Als de apostel Paulus voelt dat het tijdstip van zijn heengaan aanstaande is, onderkent hij dat allen die godzalig willen leven, vervolgd zullen worden. Hij voorziet dat bedriegers van kwaad tot erger zullen gaan (2 Tim. 3), dat er een tijd naderbij komt waarin mensen de gezonde leer van het Evangelie niet verdragen kunnen.
En toch, Paulus zegt dan geen andere dingen dan Jezus hem geleerd had: ‘Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.’ Dat is voldoende, al zal de zorg voor al de gemeenten de apostel tegelijk niet losgelaten hebben.
Op de vrome letten
De Bijbel leert ons niet vooral te kijken naar we zien – al sluiten we tegelijk de ogen niet voor de realiteit. Dat bewaart voor al te grote teleurstellingen, voor krampachtigheid, voor activisme of bitterheid. Wie in de wijngaard werkt, mag in de oogst geloven. Na Pasen komt het aan op standvastigheid, een houding die gedragen wordt door de overtuiging dat onze arbeid in de Heere niet tevergeefs zullen zijn.
We kijken niet alleen naar Jezus en naar Paulus, maar lezen ook de woorden van David uit Psalm 37: ‘Let op de vrome en zie naar de oprechte, want het einde van die man zal vrede zijn.’ Vroomheid en oprechtheid leggen meer gewicht in de schaal dan het afmeten van de zichtbare resultaten van al onze inspanningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's