De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Puriteinse predikers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Puriteinse predikers

Vader & zoon in de theologie [6, Willem en Johannes Teellinck]

7 minuten leestijd

Willem Teellinck en zijn zoon Johannes zijn theologen die gestempeld zijn door het puritanisme; ze verlangden naar heiliging van het hele leven, persoonlijk en maatschappelijk. De insteek van Johannes Teellinck daarbij was nogal wettisch en radicaal.

Op bevel van de stedelijke overheid worden de predikanten Johannes Teellinck en Abraham van de Velde (1614-1677) op 19 juni 1660 de stadspoort van Utrecht uitgezet. De verbanning is het gevolg van een conflict over overheidsinmenging in het kerkelijke. Beiden staan bekend als ijverige boetepredikers, maar wanneer je het waagt om publiekelijk te protesteren tegen het beleid van de overheid kan dat worden afgestraft.
Daarmee stel je als predikant van Utrecht je positie in de waagschaal.
De escalatie grijpt vooral persoonlijk diep in het leven van Teellinck in. Het moment is voor zijn gezin zelfs uiterst ongelukkig, aangezien hij behalve zijn gemeente ook zijn zieke vrouw en een stervend kind moet achterlaten – een aandoenlijk tafereel dus, deze verbanning van twee gereformeerde predikanten uit Utrecht.

Heiliging
Boetepredikers als Teellinck leggen zich echter niet eenvoudig bij een dreigende teloorgang van bijbelse normen en waarden neer. Zij voelen immers in het verlengde van de gereformeerde leer de klemmende noodzaak van de levensheiliging op alle terreinen van het leven: heiliging van binnen en van buiten. ‘Ecclesia reformata, semper reformanda’ (de gereformeerde kerk moet zich altijd blijven reformeren), bazuinden zij rond. Het waren lieden die als dynamisch gevolg van de zestiende-eeuwse Reformatie een nadere reformatie bepleiten. De overheid wordt in hun preken soms op beeldende wijze omschreven als heiligschenners en kerkrovers en de consequenties van hun optreden kun je van de weeromstuit soms vergelijken met het martelaarschap, zoals de situatie van Johannes Teellinck toont.

Vader Willem
Zijn vader is Willem Teellinck, die door woord en daad bekendheid als een vroom zedenreformator van de Nederlandse gereformeerde kerk kreeg. Willem ziet het levenslicht in Zierikzee. Na zijn rechtenstudie bezoekt hij in Engeland de puriteinse kringen en doorleeft er tevens zijn bekering.
Gedreven door het puriteinse ideaal, de glorie van het christenleven, gaat hij theologie studeren. Hij treedt in het huwelijk met Martha Angelica Greendon, geboortig van Derby in Engeland. Teellinck wordt in 1606 predikant te Haamstede en Burgh, en in 1613 te Middelburg. In en vanuit deze gemeenten manifesteert hij samen met enkele collega’s een indrukwekkende ijver voor het puriteinse erfgoed. Zodoende staat hij bekend als de ‘vader van de Nadere Reformatie’.
Intussen getuigen deze mannen van genadeverbond, verkiezing en nieuwe gehoorzaamheid als kaders voor een waar christen-zijn in tijd en eeuwigheid. Het genadeverbond staat in deze oproep dus voorop. De nieuwe gehoorzaamheid staat in het teken van verbond en verkiezing. Daar kom je als gedoopte natie niet onderuit, is hun stellige overtuiging. Rechtvaardiging en heiliging horen bijeen, spreekt Teellinck de reformatoren na, en zaligmakend geloof is herkenbaar aan levensheiliging.

Geen letterlijke vertaling
Mooi is dat Teellinck daarbij kan putten uit eigen geestelijk leven.
Zijn boekje Soliloquium bevat een alleenspraak waarin hij de orde van het heil volgens eigen ervaring voor iedereen transparant maakt.
Heilsordelijk, want grondige ellendekennis uit de wet, oprecht geloof in het evangelie en een hartelijk verlangen naar de eer van God zijn bijbels gesproken vaste patronen in het werk van de Heilige Geest.
Teellinck vertaalt puriteins werk in het Nederlands en stelt bovendien reformatiegeschriften op die in een breed katholiek kader door hem worden geboekstaafd en in druk het licht zien. Het gaat hem weliswaar om de leer, maar in gehoorzaamheid aan de Heer en zo dienstvaardig tot Gods eer. Hoofdwerken als Sleutel der devotie Ons openende De Deure des Hemels en Noodtwendigh vertoogh, Aengaende den tegenwoordighen bedroefden Staet/van Gods volck zijn in feite welsprekende getuigen voor heiliging op alle terreinen van het leven, persoonlijk en maatschappelijk. Teellinck doet dan ook meer dan het leveren van letterlijk vertaalwerk, hij brengt immers een eigen verstaanbare boodschap aan het licht. Teellinck-specialist dr. W.J. op ’t Hof zegt terecht: ‘De Zeeuw heeft de puriteinse vroomheid van haar specifiek Engelse eigenaardigheden ontdaan en haar aan de Nederlandse situatie aangepast.’ Teellinck toont zijn meesterschap door de vroomheid los te pellen uit haar typisch Engelse ecclesiologische kaders. Bovendien integreert hij de puriteinse vroomheid in de structuren van de Nederlandse gereformeerde kerk en maatschappij.
Op deze wijze introduceert hij allerlei kenmerkende puriteinse motieven en praktijken in ons land. De theologie die Teellinck vormt, is dus een levensleer. In de belofte vindt hij het hele heil en mystiek is daarvan niet vreemd, terwijl levensheiliging in handel en wandel hiervan een vanzelfsprekend uitvloeisel is.
Daar gaat het om in het perspectief van verbond, verkiezing en nieuwe gehoorzaamheid.

Zoon Johannes
De ontwikkeling van Johannes Teellinck is eveneens verweven met het puriteinse milieu. Hij wordt geboren te Middelburg, studeert theologie te Utrecht en volgt er de college bij Gisbertus Voetius. Vervolgens begint hij zijn loopbaan als predikant in de Nederlandse gemeente te Maidstone (Engeland) en brengt het tot predikant van de Stichtse academiestad, waar hij een actieve rol in de kringen der vromen vervult.
In Utrecht neemt hij bij de uitoefening van de kerkelijke tucht rond het avondmaal deel in het opstellen van reformatieprogramma’s – net als zijn vader. Bovendien staat hij evenals zijn leermeester Voetius uiterst kritisch tegenover overheidsbemoeienis binnen de gereformeerde kerk. De overheid als voedsterheer van de kerk en zorgdrager van de maatschappij heeft naar zijn overtuiging weliswaar bemoeienis rondom de kerk, maar niet erbinnen. Johannes beroept zich op het voorbeeld van zijn vader en publiceert in zijn ijver samen met zijn broers diens verzamelde werken. Het is opmerkelijk dat deze herintroductie van Willem Teellincks geschriften een jaar voor en kort na zijn uitzetting plaats vond. Het drama van de uitzetting kan wellicht tevens worden beschouwd als de consequentie van zijn opvoeding in de stijl van het Engelse puritanisme. Want puriteinen – en in hun voetspoor de vader van de Nadere Reformatie – komen op voor de heiliging op alle terreinen van het maatschappelijke en individuele leven.

Niet altijd eensgeestes
Johannes Teellinck is dus eensgeestes met zijn vader ten opzichte van de spanning die er is tussen verbond, verkiezing en nieuwe gehoorzaamheid in de Nederlanden.
Vanuit dat perspectief beschouwt hij kerk en overheid, de maatschappij en blijkbaar ook zichzelf als aansprakelijk. Deze navolging komt met name uit in een rigoureuze uitoefening van de kerkelijke tucht.
Merkwaardig is intussen dat hij toch ook weer niet in elk met zijn vader opzicht eensgeestes is. Hij reageert namelijk inhoudelijk op diens zienswijze door deze als wettisch om te vormen naar een evangelische levensleer. Op dit punt onderscheidt hij zich van zijn oudere broer Maximiliaen (ca. 1606- 1653), die de catechismusverklaring van vader met eigen bijdragen voltooit. Het boek van Johannes verschijnt in 1666 onder de titel Den vruchtbaermakenden Wynstock Christus. Hij schrijft het omdat hij een evident gemis aan goede werken in de kerk betreurt, wat naar zijn overtuiging het gevolg is van een tekort aan evangelisch geloof. Vandaar de tekst Johannes 15:4: opdat ‘zy uyt Christo moghen deelachtigh worden, een geestelijcke kracht, om vruchtbaer te wesen in goede wercken’.
Hij neemt evenals zijn vader zijn uitgangspunt in de belofte van het evangelie. Daarbij trekt hij echter uiteen wat Willem bijeen had gelaten, namelijk het geloof in de belofte. De werking van de beloften is bij Johannes niet meer voorwerp van het geloof maar hulpmiddel, een tussenstation, om iets te ontvangen. De geloofsoefening omtrent de belofte wordt in feite een kenmerkenleer. Door zien en hebben uit elkaar te trekken versmalt hij de heiliging zelfs tot het subject. Het ingekeerde leven is op deze wijze evangelisch zonder heilszekerheid en de levensheiliging neemt af aan maatschappelijke betrokkenheid.

Radicale opstelling
Vader en zoon Teellinck hanteren beiden de drieslag van verbond, verkiezing en nieuwe gehoorzaamheid onmiskenbaar als een levensleer die door het puritanisme is geïnspireerd. De invloed van de vader brengt de zoon tot een radicale opstelling, maar tevens tot een relativering van de geloofszekerheid en zo tot een versmalling van de maatschappelijke betrokkenheid tot het innerlijk van de enkeling.
Het nieuwe begin van Johannes Teellinck kunnen we dan ook niet in elk opzicht als een vooruitgang zien, wat onverlet laat dat het ideaal van de vader op de zoon heeft ingewerkt. Het puriteinse ideaal van de vader werkt zó op het profetisch elan van de zoon in, dat het als een pedagogische prikkel een nieuw, ‘evangelisch’ begin inleidt.
Niet elke verandering in kerk en theologie is echter een verbetering.

---
Willem Teellinck (1579-1629)
1606 predikant te Haamstede en Burgh
1613 idem te Middelburg

Johannes Teellinck (1623-1673)
1645 Predikant te Maidstone
1646 idem te Middelburg
1647 idem te Wemeldinge
1649 idem te Vlissingen
1655 idem te Utrecht
1669 verbannen uit Utrecht
1660 predikant te Arnemuiden
1661 idem te Kampen
1674 idem te Leeuwarden

Volgende week het slot van deze reeks vaders en zonen die theologische sporen hebben nagelaten: de predikanten I. en L. Kievit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Puriteinse predikers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's