Wat bergmarmot Agur leert
Klipdassen zijn een volk zonder macht, maar ze bouwen hun huis in de rots. Spreuken 30:26
Als het meezit, zien we ze ieder jaar tijdens onze vakantie in de Alpen: ‘murmeltieren’. De bergmarmot is te vergelijken met de klipdas in Israël. Het is het tweede dier dat Agur tot voorbeeld stelt vanwege zijn wijsheid.
Net als bij de mieren geldt voor klipdassen dat wie niet sterk is, slim moet zijn. Het dier is machteloos maar woont uiterst beschermd. De beestjes komen rond de Dode Zee en in het Hermongebergte veel voor. Waar wij kale rotsen vermoeden, zie je ineens een hoopje vers zand en blijkt zich een ingang van een hol van zo’n dier te bevinden. Je moet er oog voor hebben.
Agur heeft de klipdas in de rij van de vier meest wijze dieren gezet.
Vier kleine dieren in Gods schepping, zo noemt hij ze, maar desondanks van grote wijsheid voorzien.
Niet te vangen
Het oude Israël gebruikte de klipdas ook wel als voedsel. Maar in Leviticus 11 wordt dat de Israëlieten verboden, omdat het in Gods ogen een onrein dier is. Dat neemt niet weg dat de omringende volken het wel consumeerden.
Het is een beestje dat eigenlijk geen verweer heeft. Het is niet sterk, maar ‘machteloos’, zo is hier vertaald. Krachteloos zou je ook kunnen zeggen. Een zwak dier, dat zich eigenlijk niet kan beschermen tegen andere, grotere, sterkere bergdieren.
Agur zet het in de rij van wijze schepselen. Wanneer je namelijk zo in elkaar zit: niet weerbaar, machteloos, zwakker dan mede-schepselen, wanneer je leven zelfs gevaar loopt, wat biedt er dan een betere bescherming dan een huis in een rotssteen? Slimmer kan niet, zou je zeggen.
Je ziet dat in de praktijk van de Europese soortgenoten. Wanneer wij als wandelaar te dichtbij komen, te veel lawaai maken of met de wind mee lopen, dan waarschuwen ze elkaar met hun hoge gefluit en zijn ze in een mum van tijd in hun holen verdwenen.
Sommigen zijn al wel aan mensen gewend en zijn ondertussen half tam, zodat ze zelfs uit je hand eten, maar dat zijn de spreekwoordelijke uitzonderingen. De mens wordt door het instinct van deze dieren aangemerkt als vijandelijk. Laat staan grotere dieren.
Maar door hun woning in de rotsen zijn ze eigenlijk voor een sterker dier niet te vangen, ook al omdat ze altijd in groepen leven en constant met elkaar aan het ‘praten’ zijn. Eenmaal gevlucht in hun ‘huis’ is het helemaal onmogelijk om ze te pakken te krijgen. Want welk huis is er sterker dan een rotssteen?
Zwak en toch machtig
In de leer bij de klipdas. Geestelijk gezien dan, want het is niet voor niets opgenomen in Gods openbaring. Christen-zijn betekent in zekere zin ook behoren tot een ‘machteloos volk’. Paulus was iemand die er vrij voor uitkwam dat hij had moeten leren dat hij zwak was (2 Kor.12). Die les van zijn zwakheid bracht hem wel tot het getuigenis: ‘Als ik zwak ben, dan ben ik machtig.’ Hij roemt zelfs in zijn zwakheid. Waarom? Hoe kan dat? Wel, omdat de Heere gesproken heeft. Hij had gezegd: ‘Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.’ Daarom roemt Paulus liever in zijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in Hem komt wonen.
Rotssteen
Machteloos en krachteloos als christen en toch machtig en krachtig. Dat kan omdat we een veilig huis hebben. Een Rotssteen als huis. Zo’n huis wil Jezus Christus ons bieden. Verzoenend en heiligend. Beveiligd in de duistere nacht, beschaduwd in Gods woning.
Mocht het gebeuren dat er gevaar dreigt, waar wij in onze zwakheid niet tegenop kunnen in de maatschappij van vandaag, dan is het nodig tot die gemeenschap te behoren die elkaar waarschuwt. Net als die bergmarmotten. Zo functioneert de werkelijk christelijke gemeente. Ze bewaart elkaar voor gevaar, scherpt elkaar op, roept steeds weer terug in dit Thuis.
Want niets zal ons dan kunnen scheiden van de liefde Gods, die vastligt in Jezus Christus onze Heere. Voor sommigen is Hij geworden tot een steen des aanstoots en een rots der ergernis, maar dan is het weer Paulus die daar aan toe mag voegen: ‘een ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden’. (Rom.9:33) Jezus Christus is Mijn steenrots en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Wie ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn van mijn heil, mijn Hoog Vertrek (Ps.18).
Veiliger dan in deze Rotssteen kun je niet wonen, dat is iets wat we van de klipdassen kunnen leren.
Deze Woning verduurt trouwens de eeuwigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's