De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Besef van heiligheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Besef van heiligheid

Kind en avondmaal [2, slot]

7 minuten leestijd

Door de doop behoren kinderen tot de gemeente. Daarom mogen ze op allerlei plaatsen ook deelnemen aan het avondmaal. In de gereformeerde traditie is echter een belijdend moment noodzakelijk. Is dat anno 2012 nog zo?

De sacramenten hebben in de gereformeerde traditie overwegend een plaats ónder het Woord. De Heilige Geest werkt het geloof door het Woord, en versterkt het door Woord en sacrament. Tussen het horen van het Woord en het delen in de sacramenten ligt het beslissende moment van het geloof en de belijdenis daarvan.

Objectief
In onze eigen traditie is het sacramentsbegrip niet eenduidig geweest. Er is enerzijds een objectieve sacramentsopvatting, met name bij de doop: de doop ís een inlijving in het genadeverbond, en geeft sacramenteel deel aan het heil, van Christus. Dat heil is zo volkomen, dat er (ook later in het leven van de gelovige) op geen enkele wijze aanvulling nodig is.
Onder anderen dr. A. van de Beek kritiseert daarom het noodzakelijk stellen van belijdenis doen vóórdat men ten avondmaal mag gaan.
‘Belijdenis doen suggereert dat de doop aangevuld moet worden met ons jawoord, onze instemming’, zegt hij. ‘En zit je dan eigenlijk niet in puur dopers vaarwater?’
Vanuit een objectieve doopopvatting kun je eenvoudig de conclusie trekken dat het avondmaal voor alle gedoopten is.

Subjectief
Een andere lijn in onze traditie ligt aan de piëtistische zijde, waar eerder sprake is van een subjectieve sacramentsopvatting. De sacramenten zijn tekenen, niet de betekende zaak zelf. Wij worden door het geloof alleen de betekende zaken deelachtig.
En hoe meer dat geloofsbegrip verfijnd en afgebakend wordt, hoe meer het van zijn bijbelse eenvoud ontdaan wordt, hoe minder de sacramenten aan zeggingskracht overhouden, en hoe meer de sacramenten onder een groot voorbehoud aan de gemeente worden voorgesteld.
Bij een subjectieve sacramentsopvatting wordt de noodzaak van geloof, wedergeboorte en belijdenis daarvan groter, en vervalt alle vanzelfsprekendheid rond het avondmaal. Ook het zelfonderzoek krijgt een veel grotere rol.

Evenwicht
Het is gereformeerd om in de opvatting van de sacramenten een evenwicht te bewaren tussen het objectieve en het subjectieve element. Dit evenwicht draagt het karakter van een spanningsveld.
Zoals onze belijdenissen over de sacramenten spreken, is het geloofstaal, belijdende taal. In die zin: niet objectief.
Maar als iemand daarom zou zeggen: ze zijn subjectief, dan ben ik geneigd te antwoorden: het subjectieve hangt aan het objectieve. Het geloof hangt aan het heil dat vast en zeker is. Daarom blíjft het belijdende element nodig, zowel bij de doop als bij het avondmaal.

Gemeentevisie
Een heel andere kwestie is de visie op de gemeente. Voorstanders van kinderen aan het avondmaal brengen naar voren dat kinderen door de doop voluit tot de gemeente van Christus behoren. We mogen binnen de gemeente geen onderscheid maken tussen wat principieel één is.
In zekere zin geldt ook hier het spanningsveld tussen het objectieve en het subjectieve. Er is een spanningsveld tussen de gemeente als verbondsgemeenschap en de gemeente als geloofsgemeenschap.
Het verbond roept om gelovige beantwoording in woord en daad. Bekering, vreze des Heeren zijn bij uitstek verbondsbegrippen.
Komt deze spanning niet op een gezonde wijze terug in de gereformeerde sacramentsopvatting als wij in de doop vooral ontvangend zijn en in het avondmaal belijdend? Dat verklaart waarom de klassieke gereformeerde lijn altijd is geweest: doop-belijdenis-avondmaal.

Kenniselement
Er wordt de gereformeerde theologie wel verweten dat zij een te cognitief geloofsbegrip hanteert. Mede door de nadruk op catechese en kennis wordt het kenniselement van het geloof zo zwaar aangezet, dat het voor kinderen niet mogelijk is op jonge leeftijd belijdenis te doen en dus tot het avondmaal toegelaten te worden.
Hier zullen we enig zelfonderzoek moeten toepassen. We weten allemaal heel goed dat het geloofsbegrip in onze confessie echt niet alleen cognitief is. Zondag 1 is een eenvoudig voorbeeld van een levend, bijbels geloof. Een kind kan erbij. Ik twijfel er geen moment aan dat de reformatoren een jongere met zó’n belijdenis toegelaten zouden hebben tot het avondmaal.
Er is in later eeuwen natuurlijk wel wat gebeurd. Het cognitieve en het affectieve zijn uit elkaar getrokken in prediking en catechese. Daardoor is belijdenis doen verworden tot een belijdenis doen van waarheden; met zulk een belijdenis ontvang je inderdaad niet meer dan een kerkelijk recht tot het avondmaal.

Verzoening
In de gereformeerde opvatting van het avondmaal wordt terecht naar de verzoening als kernmoment gewezen. Dit in tegenstelling tot oecumenische opvattingen, waar het avondmaal veel meer als gemeenschapsmaal wordt beleefd.
Nu zal een gereformeerd belijder dat laatste zeker niet ontkennen, al is deze gedachte in ons formulier bepaald niet dominant. Eigenlijk is er maar één alinea aan gewijd. We zullen moeten toegeven dat het avondmaal meer dan eens een vrij individualistische (maar dan noemden we dat een ‘persoonlijke’) kant heeft gehad.
Toch zullen we staande moeten houden dat de Heere ons in het avondmaal bepaalt bij de verzoening door het volbrachte offer van Christus. En dat daarom het avondmaal ook een middel is waardoor de verheerlijkte Christus gemeenschap met ons oefent, en ons doet delen in de kracht van Zijn verzoenend werk.

Zelfbeproeving
Vanuit de hervormd-gereformeerde beweging is, toen de synode over openstelling van het avondmaal voor doopleden sprak, aangedragen dat de bijbelse eis tot zelfonderzoek en zelfbeproeving in het gedrang komt. Kan een kind zichzelf beproeven, en het lichaam van Christus onderscheiden? Weet een kind wat verzoening is, en heeft een kind zicht op de betekenis van het offer van Christus?
Als het avondmaal een gemeenschapsmaal is, is voor een kind de betekenis eenvoudig: jij hoort erbij, evenals iedereen.
Is het een sacrament waarin het draait om de verzoening met God en het leven daaruit, en een kind beseft dat niet, is het dan niet onwaardig? Beseft een kind de heiligheid van het sacrament? Ds. K. Exalto zei: ‘Geen kennis, dan ook geen zegen’.

Onwaardig
Nu weten we allemaal dat de exegese van 1 Korinthe 11 de laatste honderd jaar behoorlijk is veranderd. Dat waardigheid in 1 Korinthe 11 toch wel iets anders is dan het persoonlijk waardig zijn van de avondmaalsganger. De waardigheid in 1 Korinthe heeft te maken met de gang van zaken, of die overeenstemt met de betekenis van het sacrament.
Dronkenschap beantwoordt niet aan de betekenis van het avondmaal. Verdeeldheid strookt niet met de betekenis van gebroken brood en vergoten wijn. Dat is onwaardig.
Daarom staat er de bijbelse oproep tot zelfonderzoek, om niet anders dan op een waardige wijze aan te gaan.
Me dunkt: dan zal de betekenis van dit sacrament duidelijk moeten zijn. Op zijn minst is onderwijs en catechese noodzakelijk. Dan kán een kind waardig aangaan. Maar dan kán een kind ook ónwaardig aangaan. Dan zal de tucht zich ook over de kinderen van de gemeente moeten uitstrekken.

Balans
Ik maak een voorzichtige balans op. Historisch gezien is de leeftijd van achttien jaar niet het einde van alle tegenspraak, ook in de gereformeerde traditie niet. In de gereformeerde Reformatie zijn voorbeelden te over van een avondmaalsgang vanaf het twaalfde jaar.
Aan de andere kant handhaaft de Reformatie het belijdend karakter van de avondmaalsgang, en daarmee ook de noodzaak van een belijdend moment ten overstaan van de ambtsdragers van de gemeente.
De gereformeerde grondlijn doopbelijdenis-avondmaal wil ik handhaven. Het is te overwegen of we de andere aspecten van het belijdenis doen, zoals het kiesrecht, niet naar een ander moment moeten verschuiven.
Verbonden aan het belijden is de noodzaak van onderwijs. Het accent daarvoor zou ik meer in de gezinnen willen leggen. Zeker als het om persoonlijke zaken als geloof en avondmaal gaat, hebben kinderen in de thuissituatie levend onderwijs en voorbeelden nodig.

---
Uitgangspunten
• Alle catechese is per definitie belijdeniscatechese, dat wil zeggen: gericht op het beantwoorden van het verbond en de doop.
• Belijdeniscatechese dient per definitie avondmaalscatechese te zijn.
• Belijdenis doen dient nadrukkelijk ook een toegang vragen tot het heilig avondmaal te zijn.

---
Overwegingen
• Voor jongeren onder de achttien die belijdenis willen doen en aan het avondmaal verlangen te gaan, dient een ander traject van belijdeniscatechese ontworpen te worden. Dit traject duurt langer dan één winterseizoen.
• Jongeren van (bijvoorbeeld) zestien jaar die belijdenis willen gaan doen, overzien vaak nog niet de consequenties; weten ze om te gaan met strijd, met beproeving? Veel mensen die jong belijdenis hebben gedaan, hebben het daarna vaak erg moeilijk gekregen.
• Eén van de aspecten die men zich vaak te weinig gerealiseerd heeft, is de relatie tot de gemeente.
• Het is onze roeping om jonge gelovigen te bewaren voor beslissingen en voornemens die in een opwelling geboren worden.
• Het is onze roeping jongeren toe te rusten voor de strijd die een belijdend christen te voeren heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Besef van heiligheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's