Na de oorlog verbetert relatie
Gereformeerd Weekblad voerde pennenstrijd
Tot 2008 werd De Waarheidsvriend geflankeerd door het Gereformeerd Weekblad. Beide bladen waren gericht op hervormdgereformeerde lezers. Het ene blad behandelde de kerkelijke actualiteit, het andere was meer meditatief van karakter, zo werd vaak gezegd. Maar zo eenvoudig zijn de verhoudingen vanaf het begin niet geweest.
Wie een stamboom maakt met alle kerken die uit de Reformatie in Nederland zijn voortgekomen, stuit op allerlei vragen. Bijvoorbeeld of je ook de diverse richtingen binnen kerken moet aangeven. In de nieuwe grote Bosatlas van de geschiedenis van Nederland staan onder 1864 en 1906 keurig de Confessionele Vereniging en de Gereformeerde Bond op de tijdbalk. De Ethische Vereniging en de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden ontbreken. Maar zou dit viertal volledigheid hebben gebracht? En zijn de variaties in vroomheid wel in een vindingrijk A4’tje te vangen?
Het valt te vrezen van niet.
Gereformeerde Kerk
Zo mogelijk nog ingewikkelder zou een schema zijn van allerlei bladen op het kerkelijk erf van de Nederlandse Reformatie. Zulke tijdschriften verschenen niet voor de negentiende eeuw, maar toen de drukpersen eenmaal op volle toeren draaiden, was de kakofonie van Stemmen, Bazuinen, Herauten en Troffels compleet. Zeker is dat De Waarheidsvriend in 1909 niet uit de lucht kwam vallen. Maar bij welk lijntje zou je hier moeten aansluiten?
Een springend punt was in elk geval de start van het blad De Gereformeerde Kerk in 1888. Dat was kort na de Doleantie, toen de hervormde predikant Abraham Kuyper het sein gaf aan kerkenraden om het ‘synodale juk’ af te werpen. Heel wat collega’s en kerkgenoten hadden gedurende heel wat jaren diens manmoedige strijd tegen liberalisme en modernisme gevolgd. Nu hij – na een eigen krant, partij, universiteit en vakbond – ook een aparte kerk als oplossing zag voor de ontkerstening, was dat vele orthodoxen een brug te ver. De confessionele hervormden hadden al afstand genomen, ook de hervormde confessionalisten maakten pas op de plaats.
Helen en halven
Het genoemde medium – een Christelijk weekblad, aldus de ondertitel – was een initiatief van ds. Ph.J. Hoedemaker. Aanvankelijk medestander van Kuyper en hoogleraar aan de Vrije Universiteit, bleef hij trouw aan de kerk der vaderen zoals je een zieke moeder niet verlaat. Vanaf 1890 stond zijn blad tevens ten dienste van de Confessionele Vereniging en via het latere Hervormd Weekblad loopt er een rechte lijn naar het nog altijd bestaande blad Confessioneel. Hoedemaker trok zich overigens na enkele jaren terug uit de kring der confessionelen, omdat die net als de dolerenden zich te veel als een partij zouden gedragen.
Wijngaardeniers
Tegenover Hoedemaker stonden in het orthodoxe hervormde kamp degenen die met Kuyper de ‘halven’ (ethischen en links-confessionelen) verfoeiden, maar zonder hem de ‘helen’ (rechts-confessionelen of principiële gereformeerden) binnen de Hervormde Kerk bleven zoeken. Tot die zoekers naar waarheid en eenheid behoorden twee jonge, bevriende predikanten, Hugo Visscher en Jan Daniël de Lind van Wijngaarden. Die dubbele achternaam oogde aanmerkelijk chiquer dan de eerste, maar De Lind had gewoon de naam van zijn moeder achter de zijne gezet. Ze vonden elkaar in het ideaal van een herboren Gereformeerde Kerk in theologie en organisatie – gereformeerd volgens de Drie Formulieren van Enigheid en de Dordtse Kerkenordening, maar niet buiten de historische stamboom van de Hervormde Kerk om.
Er moest een rechte lijn blijven van de eerste reformatie en reorganisatie van de kerk van Rome naar de verhoopte reformatie en reorganisatie van het Hervormd Kerkgenootschap van 1816.
Volksdeel
Stap voor stap hebben Visscher en De Lind de hervormd-gereformeerde beweging op de kaart gezet. Ze begonnen met een alternatieve versie van De Gereformeerde Kerk van de confessionelen, wellicht al in 1892, uiterlijk in 1895. Gereformeerd Weekblad voor Oud en Jong, heette het nieuwe blad veelzeggend. De blik reikte verder dan de kerk. De redactie richtte zich ook op jongeren en kinderen, en daarom op zending, onderwijs en ‘vrije jeugdvorming’. Dat laatste betrof de beweging van jongelings- en knapenverenigingen; meisjes en vrouwen vond men toen vooral nog in naaiof zendingskransen. Kortom: mannenbroeders als Visscher en De Lind hadden al vroeg de vorming van een hervormd-gereformeerd volksdeel in het vizier. Helaas zijn de oudste jaargangen van het Gereformeerd Weekblad nergens te raadplegen. We kunnen er zeker van zijn dat ze inhoudelijk en strategisch de weg baanden voor de oprichting van de Gereformeerde Zendingsbond in 1901. Twee jaar later probeerde men via het blad ook een hervormd-gereformeerde jongelingsbond van de grond te krijgen, maar daar bleek de tijd nog niet rijp voor.
In 1906 zetten Visscher en De Lind wel door met de oprichting van de Gereformeerde Bond tot Vrijmaking van de Nederlandse Hervormde Kerk. Het waagstuk was ingegeven door teleurstelling over de christelijke politiek en over de uitblijvende leertucht in de Hervormde Kerk, misschien ook wel door hoop voor de toekomst in een tijd van wereldwijde opwekkingen.
Voor de opwekking in Wales had Van Wijngaarden een mild oordeel over.
Kerk of waarheid
Vanaf 1906 kwamen in het Gereformeerd Weekblad de thema’s van de landspolitiek, de schoolstrijd en de kerkelijke verdeeldheid volop aan de orde. Nu wekten Visscher en de zijnen toch de indruk de weg te plaveien voor een nieuwe doleantie. Verwachtte de ‘geuzenkop’, zoals Kuyper Visscher met waardering noemde, niet te veel van de Anti-Revolutionaire Partij die geacht werd het door koning Willem I ingevoerde Algemeen Reglement langs parlementaire weg te helpen opheffen? Reeds in 1909 moest Visscher accepteren dat zijn medebroeders de ‘vrijmaking’ niet meer zagen zitten en de ‘verbreiding en verdediging der Waarheid’ al moeilijk genoeg vonden. De Waarheidsvriend werd geboren, weer een nieuw blad op de groeiende markt van orthodox-protestantse propaganda- en ontspanningslectuur. Visscher en De Lind gingen door met hun Gereformeerd Weekblad.
Sindsdien waren er dus twee hervormd- gereformeerde bladen, die overigens de samenwerking in andere bonden niet verhinderde. De druiven hoefden ook niet zuur te zijn toen het de nieuwe leiders van de Gereformeerde Bond al in 1910 lukte een jongelingsbond op te richten, wat de mannen van het eerste uur in 1903 niet was gelukt.
Hervormde zuil?
Vanaf 1931 ondernam Visscher, inmiddels op leeftijd maar vol intellectuele en organisatorische energie, nog eenmaal een poging zijn droom een ‘hervormde Kuyper’ te zijn, waar te maken. Zijn vrind De Lind was toen net van het toneel verdwenen, omdat hij van de gereformeerde theologie was vervreemd. Zijn plaats in de redactie van het Gereformeerd Weekblad werd ingenomen door twee Visscherianen, Izaäk Kievit en Johannes Severijn. Mede gesteund door de ijverige onderwijzer Martinus Noteboom, de spin in het web van de hervormde jeugdbonden, richtte Visscher een mannenbond én een bondenfederatie. Ze wilden een soort Gereformeerde Bondszuil tot leven wekken. Het is er niet van gekomen – het bevindelijk bloed in de Hervormde Kerk bleef kruipen waar het niet gaan kon.
Over Visschers politieke avonturen in die jaren hoeven we het dan niet eens te hebben.
Voor de Gereformeerde Bond is het altijd moeilijk gebleven positief terug te zien op de vaders van de hervormd-gereformeerde beweging. De Lind is uit het geheugen gewist, evenals de eerste voorzitter, Everhard Gewin. Maar vooral het zicht op Visscher, een gefnuikt genie, is verduisterd door de nare bijsmaak van zijn nazistische natijd en ook wel door zijn altijd moeizame persoonlijkheid. De felle polemieken in het Gereformeerd Weekblad, niet het minst gericht op De Waarheidsvriend, hebben er geen goed aan gedaan. Tegelijkertijd ontvouwde Visscher in zijn lijfblad een integrale visie op kerkelijk jeugdwerk, waaraan de HGJB later nog een puntje kon zuigen.
Verleden
Met de verhouding tussen die bladen is het na de oorlog wel goed gekomen. Wat steeds opnieuw nodig is, zoals Mirjam Hofman in haar VU-masterscriptie heeft laten zien, is de goede verwerking van het verleden, ook na de scheuring van de Nederlandse Hervormde Kerk in 2004 en, minder schokkend, de opheffing van het Gereformeerd Weekblad in 2007.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2012
De Waarheidsvriend | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2012
De Waarheidsvriend | 32 Pagina's