Friezen hebben eigen lijn
Ds. Oosten trekt lessen uit provinciaal verleden
Friesland ligt niet in Siberië. Letterlijk niet. En figuurlijk niet. Er zijn ook in het noorden levensvatbare gemeenten, houdt ds. L.H. Oosten de rest van Nederland voor. Intussen sluit hij de ogen niet voor de secularisatie in zijn provincie.
De predikant uit Driesum stelt vast dat de ontkerkelijking, net als overal elders in het land, ook in Friesland verontrustende vormen aanneemt.
In zijn pas verschenen boek Vrije Friezen. Momenten uit de kerkgeschiedenis van Friesland legt hij de vinger bij een aantal historische oorzaken.
De predikant maakt zichtbaar hoe de huidige tijd zich verwijderd heeft van de oorspronkelijke situatie. Theologen van naam passeren de revue. Johannes Bogerman en Wilhelmus à Brakel dienden ooit de Friese hoofdstad Leeuwarden.
Ds. Oosten: ‘Vanaf de Reformatie was Friesland sterk calvinistisch, gereformeerd. Ook de Nadere Reformatie trok haar sporen. Nu is dat allemaal ver weg. Er is sprake van ontkerkelijking en velen die wel naar de kerk gaan hebben nauwelijks kennis van de wortels van onze Protestantse Kerk.’
De predikant, die zelf Fries bloed heeft, woont sinds zijn emeritaat in 2006 in Friesland. Hij zou de kerk graag weer zien terugkeren naar het gereformeerde beginsel.
‘Dat kunnen wij niet organiseren, maar in de geschiedenis zien we dat de Heere wonderen kan doen.’
Hij verwijst naar het Friese Réveil.
‘Tegelijkertijd met het sterk opkomende liberalisme manifesteerde het Réveil zich. Zoiets zou nu weer kunnen gebeuren.
’In de negentiende eeuw was Friesland in kerkelijk en geestelijk opzicht een bloeiende provincie, aldus ds. Oosten. ‘Het geestelijk verval daarna is een geweldig snelle ontwikkeling geweest.’ De oorzaak hiervan zoekt hij voor een groot deel in de afscheidingen. ‘Hierdoor is de kerk verdeeld en versplinterd. Dan krijg je onderlinge tegenstellingen. Dat gaat ten koste van het geestelijk gehalte.’
Ziet u wat betreft het verval een verschil met de rest van Nederland?
‘Nee, we doen in het algemene proces mee. Een verschil met de ‘bijbelgordel’ is wel dat daar grotere gemeenschappen bij het gereformeerde beginsel gebleven zijn.
Hier in Friesland heb je met kleine dorpen te maken. Men zegt hier: ‘Goede dominees trekken naar de Veluwe of naar Katwijk’.’
Ds. Oosten maakte zelf de omgekeerde beweging. Hij keerde terug naar Friesland en voelt zich ‘geweldig thuis’. ‘De aard van de Friezen en de eenvoud van de mensen liggen me.’
Nood
Tegelijk voelt hij de grote geestelijke nood. ‘Men heeft de gereformeerde prediking zo nodig’.
En dan komt de predikant bij een aangelegen punt. ‘Wij ervaren hier in Friesland elke keer pijnlijk dat men in de rest van Nederland denkt dat Friesland verschrikkelijk ver weg ligt. Dat het een oppervlakkige provincie is, uitgemergeld, puur vrijzinnig. Men heeft totaal geen zin om daarnaartoe te gaan.
Zeker als het gaat om het invullen van preekbeurten of om het beroepingswerk is dit een verdrietige zaak.’
‘Je zit hier niet in een doorgewinterde, traditioneel gereformeerde omgeving qua leer en levensstijl’, beseft ds. Oosten. ‘Maar er zijn hier gelukkig mensen die uitzien naar de gereformeerde prediking.
Ik preek soms in gemeenten die een wat andere achtergrond hebben. Vanuit meer behoudende streken in het land hoor je: ‘Wat moet je daar eigenlijk?’. Maar ik doe dat juist met genoegen.’
Past u zich aan?
Ds. Oosten: ‘Tot op zekere hoogte wel. Er zijn gemeenten die de bundel van 1938 gebruiken en een gezang zingen. In beperkte zin doe ik dat dan ook. Inhoudelijk pas ik me niet aan. Ik probeer dezelfde prediking te brengen. Als men een kortere dienst gewend is, preek ik wat korter. Als ik denk dat mensen de gereformeerde terminologie niet begrijpen, probeer ik het eenvoudiger te brengen.’
Dat een vrouwelijke ambtsdrager dienst deed, is nog niet voorgekomen als ds. Oosten voorging. ‘Als het erop aan zou komen en ik zou een vrouwelijke dienstdoende ouderling krijgen, dan zou ik er niet voor wegblijven. Dan ga ik ervan uit dat dat de verantwoordelijkheid van de kerkenraad is. Daar heb ík niet voor gekozen.’
Deze houding heeft te maken met de geestelijke situatie in het noorden. ‘Het is zo dringend nodig dat de mensen de gereformeerde prediking horen. Word je daarvoor uitgenodigd, dan vind ik het heel moeilijk om te zeggen: ‘Ik kom niet.’ Want dan ben je eigenlijk mee schuldig. Het is een missionaire roeping om toch het Woord te brengen.’
Karakter
Ds. Oosten signaleert een verband tussen het zelfstandige karakter van de Friezen en de kerkelijke ontwikkelingen. ‘Een Fries laat zich niets opleggen. In de tijd van de christianisering was dat al zo. Die periode is heel moeilijk geweest. Ook door de Rooms-Katholieke Kerk liet men zich niets opleggen. Vandaar ook dat je hier pastoors had die voor de Reformatie al gereformeerd preekten en, ondanks het verbod van Rome, getrouwd waren en kinderen hadden. Men ging gerust zijn eigen weg.
De één is overtuigd van de gereformeerde beginselen en laat zich er niet van afbrengen, een ander denkt meer liberalistisch, vrijzinnig en zegt ook: ‘ik laat me niks opleggen, ik ga mijn eigen weg.’
Tot op de dag van vandaag is de betrokkenheid van Friezen op de grotere kerkelijke verbanden vrij zwak, denkt ds. Oosten. Zo maakte hij ergens in een gemeente eens de opmerking dat je wel in de lijn van de kerkorde moet werken. ‘De kerkenraad zei: ‘Als dat zo uitkomt.’ Dat vind ik tekenend. Wij hebben onze eigen lijn, we doen het zoals wij willen.’
Waarschuwing
Ds. Oosten wil één belangrijke les uit de Friese kerkgeschiedenis trekken: ‘Blijf bij de gereformeerde prediking.’ Dat is zijn antwoord op ontwikkelingen in de Friese kerkgeschiedenis. Of het nu gaat om de vrijzinnigheid die is opgekomen door de geest van het rationalisme of om de negatieve invloed van diverse afscheidingen, hij roept op om zoveel mogelijk het gereformeerde beginsel te bewaren in de prediking.
‘En ijverig te zijn in huisbezoek’, voegt hij eraan toe. Huisbezoek is volgens hem niet alleen een taak van ouderlingen, maar moet prioriteit van de predikant hebben. ‘Dat geeft een band en houdt mensen vast. Aan het probleem van de ontkerkelijking moet je alles doen wat je kunt om de gemeente bij elkaar te houden. Mede daarom moet ook de huisgodsdienst, die zo verwaarloosd is, als basis voor de geloofsopvoeding een punt van grote aandacht zijn. Er is uit dit boek dus ook voor de kerk buiten Friesland lering te trekken.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's