De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bruggenbouwer in de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bruggenbouwer in de kerk

De geestelijke erfenis van… [1, Martin Bucer]

8 minuten leestijd

Wie een willekeurige lezer van De Waarheidsvriend vraagt om enkele reformatoren te noemen, zal de namen Luther en Calvijn te horen krijgen. En mogelijk die van Zwingli. De naam van Martin Bucer zal waarschijnlijk niet zo vaak vallen. Dat is niet terecht.

Dr. M. van Campen schreef een boek over hem met als titel: Martin Bucer, de vergeten reformator. In ons land heeft dr. W. van ’t Spijker door zijn dissertatie over de ambten bij Martin Bucer aandacht voor hem gevraagd. In 1991 werd Bucer ook voor het voetlicht gehaald vanwege het feit dat hij 500 jaar geleden in Schlettstadt (Elzas) werd geboren.
De aandacht voor Bucer is zeker toegenomen, maar bij het ‘grote publiek’ is hij toch nog de grote onbekende. Dat is niet terecht. Ik onderstreep de relevantie van zijn avondmaalsleer.

Avondmaalsstrijd
Martin Bucer is vooral bekend geworden vanwege zijn rol in de avondmaalsstrijd in de zestiende eeuw. Het reformatorische kamp werd verscheurd door het conflict tussen Luther en Zwingli. En Bucer probeerde te bemiddelen.
Theologisch gezien ging het in dit conflict om de vraag ‘hoe’ God Zich in Christus tot de mens wendt. Dat dit zou geschieden door de sacramenten, zoals de Rooms-Katholieke Kerk naar voren bracht, wezen alle reformatoren af. Dan zou de kerk beschíkken over Christus. Het sola fide (alleen door het geloof ) onderschreef iedere reformator. Alleen door het geloof in Christus word je gered. Maar hoe ontvang je nu dat geloof ?
Een vraag die nog steeds actueel is.
Zwingli stelt dat God het geloof heel persoonlijk werkt in het hart van de mens, door de Heilige Geest. Zichtbare dingen spelen daarbij geen rol. Dus ook het heilig avondmaal niet.
Maar Luther daarentegen, de man van de aanvechtingen, heeft wel iets zichtbaars, iets objectiefs nodig. Christus wordt mij aangeboden in de prediking en in het sacrament. Dit denken van Luther is maar geen oude roomse zuurdesem die hij nog niet kwijt is, maar komt op uit zijn theologie van de aanvechting.

Symbolisch
Bucer en Luther zijn beiden op dezelfde dag geboren: 11 november.
En Bucer voelt zich, sinds zijn ontmoeting met Luther in 1518 in Heidelberg, theologisch erg aan Luther verbonden. In zijn beginjaren houdt Bucer dan ook vast aan de praesentia realis (de reële tegenwoordigheid van Christus in het avondmaal).
Maar door het lezen van de avondmaalsbrief van de Nederlander Cornelis Hoen, raakt Bucer overtuigd van de symbolische avondmaalsopvatting. De woorden bij het avondmaal: dit ís Mijn lichaam, moeten worden opgevat in de zin van: dit betékent Mijn lichaam. In zijn boek Grund und Ursach (1524) brengt hij dit ter sprake.
Tegelijkertijd ontwikkelt hij daar het eigene (en mijns inziens ook actuele) van zijn avondmaalsopvatting. Er is volgens Bucer geen reële, letterlijke aanwezigheid van Christus in het avondmaal, maar wel een onzichtbare, geestelijke aanwezigheid. Hij noemt dit de manducatio spiritualis: het geestelijk eten.
Wat verstaat Bucer daaronder? De geestelijke omgang met Christus door het geloof, het danken, en ook de gemeenschap onder elkaar.
De geloofsgemeenschap met Christus krijgt een vervolg in de geloofsgemeenschap met elkaar.
Hij stelt zelfs dat de avondmaalsgangers onderling een verbond sluiten. De avondmaalsganger wordt geroepen de gemeenschap met Christus niet te verbreken, maar moet ook zuinig zijn op de onderlinge gemeenschap.

Actualiteit
Persoonlijk vind ik deze elementen zeer waardevol. Het heilig avondmaal is meer dan een ‘terugdenken’ aan. Tegelijkertijd is het sacrament ook geen doel op zich. Bucer wijst ons de middenweg: geloofscontact met Christus door de Heilige Geest. Zo spelen we ‘sacrament’ (uiterlijk) en ‘Heilige Geest’ (innerlijk) niet tegen elkaar uit.
Tegelijkertijd is die praktische lijn (de geloofsgemeenschap met elkaar) ook kenmerkend voor Bucer, en ook heel belangrijk voor onze tijd. Een van zijn eerste geschriften heeft als titel: Das Ym Selbst. Deze woorden verwijzen naar Romeinen 14:7: ‘Niemand van ons leeft immers voor zichzelf…’. Niet je eigen belang staat centraal, maar je bent gericht op je naaste. Een lijn die ook vandaag, in deze tijd van individualisering, heel wezenlijk is.
Soms is Bucer weggezet als mysticus: (te) veel aandacht voor het werk van de Heilige Geest. Maar bij Bucer is werk van de Heilige Geest niet alleen maar heel diep en hoog, maar ook heel breed en ruim. Een bekende uitdrukking die Bucer immers vaak bezigt, luidt: een christen moet voor de naaste een Christus zijn. Voor Bucer zijn rechtvaardiging en heiliging dan ook geen twee losse onderwerpen, maar grijpen ze continu in elkaar.

Gemeente
Bucer wees de praesentia realis in het heilig avondmaal af. De reële presentie van Christus moeten we niet zoeken in het heilig avondmaal maar in de gemeente. Daar is Christus aanwezig. Zo is en blijft Bucer de man van de kerk.
Daarom heeft hij zo geleden aan de kerkelijke verdeeldheid. Vandaar zijn tomeloze inzet om het avondmaalsconflict te beëindigen.
In Straatsburg nam hij het appèl van de dopersen, dat namelijk de gemeente heilig behoort te zijn, serieus. Maar dat ideaal in een volkskerk ten uitvoer brengen, was moeilijk. Bucer introduceert het fenomeen van de christliche Gemeinschaften. Kleine kernen in de gemeente rondom avondmaalsgangers.
Was dit een voorbode van de latere conventikels (gezelschappen die soms helemaal buiten de kerk terecht kwamen)? Nee, deze christliche Gemeinschaften moesten juist dienstbaar zijn aan het geheel, anderen meetrekken naar Christus. Bucer was al de theoloog van de gemeenteopbouw. En op dat terrein kunnen wij nog steeds veel van hem leren.

Harmonie
Zomaar een enkele greep uit zijn theologische nalatenschap. Nog veel meer is er op te diepen uit zijn erfenis. De breuk tussen Luther en Zwingli heeft Bucer niet kunnen helen. Met Luther komt hij uiteindelijk wel tot een vergelijk.
Bucer had de intentie om oneigenlijke tegenstellingen weg te nemen en onverantwoorde tegenstellingen te overbruggen. Zijn opvatting van het avondmaal, bestaande uit de twee polen van enerzijds de manducatio spiritualis en anderzijds de ethische concretisering, lijkt voor ons een brug te slaan om uit de hedendaagse kerkelijke impasse te komen.
De eenzijdige benadering of van de binnenkant van het geloof ten koste van de buitenkant of van de buitenkant ten koste van de binnenkant vinden in Bucer een bijbelse verbinding. Als er iets is waar wij vandaag de dag behoefte aan hebben, is het aan deze harmonie van hart en hand; leer en leven; gemeenschap met God en met elkaar.
Bucer kan bij het overbruggen van deze kloof nog steeds goede diensten bewijzen.


Gestaag luisteren

De visie van een reformator vertolken is één ding. Maar wat zou de eigen geestelijke erfenis van ds. Van Duijn zijn?


‘Zo’n vraag komt wel even binnen.
Het is confronterend om haar te beantwoorden terwijl je nog in leven bent. Gelukkig wordt de vraag als volgt toegelicht: wat is het belangrijkste dat u anderen wilt aanreiken, wat is in uw leven in immateriële zin het meest van betekenis?
Laat ik het kernachtig zo zeggen: ik heb een Stem vernomen. In het Woord van God, de Bijbel. Er klinken heel wat stemmen om mij heen, maar één stem krijgt telkens de overhand: de stem van God. Dat is persoonlijk al jong begonnen. Maar die stem is blijven klinken: luider en duidelijker. En zo is de Bijbel voor mij het boek geworden waarin ik woon. Waarin ik de Heere God steeds beter leer kennen. Thuis in het Woord.
Dat is wat ik anderen wil aanreiken: hoe mooi dit is, ook hoe moeilijk, soms ook heftig en ingewikkeld, maar toch: onmisbaar. Waar is God? Onvindbaar? Ver weg? Nabij u is het Woord… (Rom.10).
Laten we de tijd nemen voor het Woord, daar tijd voor vrijmaken.
Het komt je niet aanwaaien. Geloof is meer dan gevoel, een korte emotie of iets dergelijks. Zeker, geloof heeft alles met gevoel te maken. maar het is ook vrucht van geconcentreerd luisteren.
Ik ben niet de eerste die begonnen is met luisteren, anderen voor mij hebben al dingen in het Woord gehoord. Dat is de traditie van de kerk der eeuwen. Het lijkt me heilzaam dat we ons in dat spoor begeven. Anders moeten we zelf alles uitzoeken. Dan overvragen we onszelf.
Ik pleit dus voor de constante de eeuwen door: namelijk pleiten op Gods belofte in Christus Jezus. Er is kracht in Zijn bloed als wij onze zonden aan Hem belijden. Dan merken we ook wat een voorrecht het is om christen te mogen zijn.
Om te mogen dienen. Niet al zuchtend maar van harte.
Wat ik anderen wil aanreiken? Dit gestage. Niet telkens op zoek naar de nieuwste theologische hype.
Maar als christen met je voeten in de modder staan, doen wat je hand vindt om te doen. Dat komt op uit de persoonlijke omgang met Christus. Zo ligt de bevinding, bij wijze van spreken, op straat.
Luisterend naar de stem van de levende God merk ik ook hoe radicaal die stem is. Geen overwegingen, of: zou je er nog eens over willen denken. Voor gedraal rondom de enge poort is geen ruimte. Voor bijnachristenen ook niet. Want die stem van de Heere God is duidelijk, helder.
Wat ik wil meegeven? God is goed!
Zeer goed.’

Volgende week: de geestelijke erfenis van Melanchthon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bruggenbouwer in de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's