Boekbesprekingen
Ds. Henk Poot De knecht des Heren. Uitg. Barnabas, Heerenveen; 549 blz.; € 22,50.
Ds. Henk Poot heeft in zijn leven geleerd om zonder Israël met God om te gaan. In het apostolicum komt Israël niet voor, de kerk wél. Maar stapje voor stapje leerde hij dat Gods verkiezing van Israël en de weg die Hij met dat volk gegaan is ‘niet bijkomstig is maar alles te maken heeft met wie God is, met wat Zijn plannen zijn met deze wereld’. Hij schreef een Israëlboek als ontdekkingsreis en noemt zijn ontdekking een bekering.
Van Ruler gaf hem de sleutel hiertoe: Jezus is hoofdpersoon maar niet hoofdzaak. Ds. Poot volgt het ‘nieuwe perspectief’ op Paulus van E.P. Sanders (1977): bijbels jodendom wilde echt niet door de wet behouden worden.
Ds. Poot ontdekte dat de geschiedenis van Jozef profetie is: zoals hij voor zijn eigen broers niet herkenbaar was maar zich later bekendmaakte zonder Egyptenaars, zo zal ook Jezus zich eens aan Israël bekendmaken.
Na de terugkeer van de verloren zoon spreekt de vader apart met de oudste: God gaat een eigen weg met zijn eerste. Maar de wet is geen weg tot behoud, hoort de rijke jongen.
De ‘Israëldominee’ prijst Jezus als Israëls Koning, maar ook als priester en Lam; waarlijk mens, Joods mens, maar ook God-in-onsvlees. Messiaanse Joden zijn eerstelingen, moederkerk. Wij kunnen veel van hen leren (253), maar vaak is het ‘een ontijdig trekken aan de bedekking’ (528).
Poot zwijgt niet over ‘verharding’ of ‘bedekking’. Die komt van God, ter wille van ons.
Gods soevereine genade blijft recht overeind (264) in verkiezing, verbond en verzoening.
Alles goed gereformeerd. Maar wat leren de rabbijnen zelf?
Het kruis toont Gods liefde. Maar de beker der gramschap dan?
Veel moet opnieuw tegen het licht gehouden worden, zegt ds. Poot. ‘Jezus is geen voorwaarde voor Israël om volk van God te worden of te blijven.’ (168) Hij maakte kinderen van Abraham geen kinderen van God want dat zijn ze al. Maar Johannes 1 zegt: zovelen Hem aangenomen hebben...
‘Wedergeboorte’ is niet wat de Reformatie ervan maakte (!) maar de reiniging van Ezechiël 36 (211). Johannes 10 over de ‘andere schapen’ verwijst naar de tien stammen uit Ezechiël (317). Maar bijbelse taal is niet altijd citeren. Zo kan Lo-Ammi ook op Joden én heidenen gaan slaan. En dan Paulus. Het Damascusgebeuren was geen bekering maar roeping. Maar waarom vervolgde Paulus Jezus dan? En wat achtte hij in Filippenzen 3 dan ‘schade en drek’?
De vroegmiddeleeuwse Pesiqta Rabbati laat de Messias zeggen: Ik zal ‘gans Israël’ behouden; niet alleen de levenden maar ook de doden (249). Ds. Poot voegt toe: orthodoxe en geseculariseerde Joden, Joden uit de (…) Holocaust. Want het hangt niet af van geloof (Rom.3:3; 9:13. Als wij dat mochten geloven!
Maar waarover weende Jezus dan bij zijn intocht?
En wat leerden rabbijnen ons over verbond en verkiezing? Abraham heeft roeping en verkiezing verdiend en Israël heeft zelf voor de wet gekozen! De synagoge leert geen erfzonde maar vrije wil. Joden lezen de Tenach met de bril van de Talmud, zoals wij met die van het Nieuwe Testament. God en mens zijn ‘partners’ (Zuidema). Waarom gaat ds. Poot daar niet op in, niet tégenin? Denkt hij zelf ook zo? ‘God werkt in Maria (Mirjam) met Israël samen aan de verlossing van de wereld.’ (173)
Zijn de eerste tien hoofdstukken vooral bijbels, de tweede tien zijn historisch.
Antisemitisme heeft vooral christelijke wortels; ten diepste is het jaloezie. In de Grieks-Romeinse wereld was antisemitisme uitzondering. Bij de islam waren juist de tolerantieperioden uitzondering.
God heeft Israël zichtbaar gezegend: onze Gouden Eeuw was mede te danken aan Joodse instroom. En waar is de hightech-industrie zo ontwikkeld? In de geschiedenis van het Joodse volk zien wij de kleine wijzer van de heilshistorische klok (400). Israël leeft, God is in haar midden en de toekomst van de kerk heeft alles te maken die van Israël en Jeruzalem (401).
Over de Shoa vraagt de schrijver eerlijk: waarom deed God niets? Greenberg duidde Shoa-en-staat als kruis en opstanding.
Ds. Poot beschrijft enthousiast de ontginning van het beloofde land. Israël bloeit weer. En hij duidt: zo tooit het zich voor de komende Koning. Hoe meeslepend is dit geloof. De toekomst is het duizendjarig rijk, dat Jesaja’s vrederijk is. Maar dat zou toch juist geen eind hebben?
Jezus zal neerdalen op de Olijfberg. Wie durft dit nog tegen te spreken?
Zo neemt Poot de ‘geschiedenis’ theologisch weer serieus; wie durft dat na Berkhof nog?
‘Eigenlijk is er maar één geschiedenis.’ (524)
Maar is dan alle geschiedenis ‘heilsgeschiedenis’?
C. Blenk, Den Haag
Bert van Veluw De satan een noodzakelijk kwaad. Waarom de duivel ‘Gods duivel’ is. Uitg. Groen, Heerenveen; 85 blz.; € 9,95.
Dr. A.H. (Bert) van Veluw, predikant te IJsselmuiden- Grafhorst, heeft opnieuw een scherpzinnig boek aan zijn oeuvre toegevoegd. Over de satan. Een eerste aanzet tot een systematisch-theologische diabologie.
In zijn omvangrijke studie over het kwaad (2010) ging dr. Van Veluw reeds uitgebreid in op de schepping en de ‘tuintheorie’, die hij ook in zijn nieuwste boek opvoert. Op een gegeven moment in de geschiedenis zou God besloten hebben het project ‘mens’ te starten. Hij openbaart Zich vervolgens persoonlijk aan Adam en Eva en plaatst hen in een soort stormvrije zone, een grote tuin, te midden van de wereldwoestijn. Om daar, als mens met een vrije wil, God volledig te gehoorzamen.
Maar écht gehoorzamen kan pas als er verleidingen zijn en je ook voor het kwade kunt kiezen. In plaats dat dr. Van Veluw hier wijst op de boom van kennis van goed en kwaad, schrijft hij dat God satan schiep als noodzakelijk kwaad, om ons in alle vrijheid voor het goede te kunnen laten kiezen en het kwade te weerstaan. Op die manier zijn we God écht gehoorzaam. Daarom hoort satan bij Gods goede schepping en is hij ‘Gods duivel’, ten dienste van de mens…
Om dit model te kunnen handhaven, moest dr. Van Veluw nog wel enkele bijbelteksten ‘gladstrijken’, namelijk die over de val van de engelen: 2 Petrus 2:4 en Judas 1:6. Deze teksten zet hij af tegen 1 Johannes 3:8, waar we lezen dat de duivel zondigt van den beginne. De teksten uit de tweede Petrusbrief en Judas denkt hij te kunnen wegpoetsen, omdat voor de tekst uit de tweede Petrusbrief is geput uit Judas en Judas afhankelijk is van het apocriefe 1 Henoch.
Maar Johannes 8:44 dan, waar staat dat satan niet staande is gebleven? Daar maakt hij gebruik van een ander bijbelhandschrift. Op deze manier met bijbelteksten omgaan, heeft mij echter niet kunnen overtuigen.
Bovendien heeft het me verbaasd dat een voorzitter van een Confessionele Vereniging de hele confessie niet noemt, terwijl die over deze stof toch ook het nodige zegt. En niet hetzelfde. Sterker nog, in artikel 12 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis lezen we: ‘Zo verwerpen en verfoeien wij dan (…) ook de dwalingen (…) die zeggen dat de duivelen hun oorsprong uit zichzelf hebben, zijnde uit hun eigen natuur kwaad, zonder dat zij verdorven zijn geworden.’
Dr. Van Veluws aanzet verdient mijns inziens een verdere doordenking waarin meer recht gedaan wordt aan Schriftgegevens en ook de confessie en de schatten uit de kerkhistorie volop worden gehonoreerd.
H. Liefting, Delft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's