Huub Oosterhuis
Onlangs verscheen van dichter en theoloog Huub Oosterhuis (1933) een bewerking van alle psalmen onder de titel 150 psalmen vrij. Hij kreeg er vorige week de Prijs Religieuze Boek 2012 van de Vereniging der Uitgevers van de Katholieke Periodieke Pers voor uitgereikt. De uitgave is een vervolg op een bundel van vijftig psalmen die in 1967 verscheen en die volgens Oosterhuis nog te veel in kerktaal zijn geschreven. Het lezenswaardige kwartaalblad van het Nederlands Bijbelgenootschap Met andere woorden, had bij monde van Jaap van Dorp en Marja Verburg een gesprek met Oosterhuis. Hier volgen enkele fragmenten.
In 1971 kwam Oosterhuis in contact met rabbijn Yehuda Aschkenasy en hij besloot bij hem te gaan ‘lernen’.
‘Het was voor mij een crisistijd, ik moest opnieuw bedenken hoe ik verder moest. Ik begon de Brechtliederen [Duits dichter en toneelregisseur, GvM] te bestuderen, las veel Vondelvertalingen, en ik liep iedere dinsdag met Aschkenasy mee aan de Katholieke Theologische Hogeschool aan de Keizersgracht. Aan het eind van mijn ‘lern’- tijd bij Aschkenasy dacht ik: Ik wil een psalm vertalen, één die we hebben overgeslagen bij de Vijftig psalmen, omdat ik die niet begreep: Psalm 14. “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.”
Ik dacht altijd dat die dwaas een of andere gesjochten filosoof was. Maar Ashkenasy legde mij uit wat dat betekent, wie die dwaas eigenlijk is. En wat dat betekent, dat je dat in je hart zegt: Er is geen God. Toen zei ik tegen hem: “Ik wil als afstudeerstuk een bewerking maken van Psalm 14, en dan moet jij die doorlichten op de oorspronkelijke bedoeling van de psalm. Ik wil weten of ik hem begrepen heb.” Zo is die Psalm 14 ontstaan. Het is een strijdlied geworden:
Niksers, leeghoofden, goden
zijn het, levende doden
die zeggen:
jouw god is geen god
Deze Psalm 14 wordt ook wel de “Chilipsalm” genoemd. We waren in 1972 erg met Chili bezig, met het experiment van Allende [marxistische president van Chili, GvM]. (…)
Psalm 14 was in 1972 eigenlijk het begin van een heel nieuwe aanpak. Die hield in dat Oosterhuis het grote bijbelse verhaal in de psalmen probeerde te ontdekken. De meeste psalmen zijn liederen van de armen, de opgejaagden, de ontrechten. Hij wilde scherper de stem van het engagement, van de solidariteit in de psalmen laten horen.
Naar zijn mening wordt die in een heleboel vertalingen wegvertaald. Hij vond dat er een psalmvertaling moest komen die de dingen scherper benoemde, zoals in Psalm 14.
‘Maar het was niet zo van: ik ga ermee verder, ik ga ervoor zitten en dan vertaal ik er een stuk of twintig. Nee, ik vond de psalmen soms moeilijk in te bedden in de geloofsvisie die wij tastend op het spoor waren. Ik vond ze af en toe ook vreselijk nationalistisch.
Het werken aan de psalmen heeft lange tijd stilgelegen. Voor mijn gevoel heb ik de bewerking pas in de jaren negentig weer goed opgepakt. In 1994 vertaalde ik Psalm 82, en ik herkende daarin een aantal actuele politieke noties.
We kregen toen een paars kabinet, daar was ik heel erg tegen. Daar begint ook mijn kennismaking en vriendschap met Jan Marijnissen, die toen in de Tweede Kamer kwam. Die had besef van wat het neoliberale vrijmarktsysteem zou bewerkstelligen, de mammon van onze dagen. Ik herkende toen ineens Psalm 82’:
In de vergaderzaal der goden
opgestaan
oog in oog met de opperwezens
staat Hij, die Ene
en spreekt
hoor zijn aanklacht:
‘Hoe lang nog het recht geloochend,
Ploert en Schender begunstigd?
Doe recht de minste, het weeskind,
de arme, beroofde, vernederde.
Red hen die geen verweer hebben,
doe hen ontkomen
aan de hand van de schenders.’ (….)
Een andere belangrijke aanleiding om het werk aan de psalmvertaling door te zetten, was het contact met prins Claus.
Met hem heeft Oosterhuis veel over de psalmen gesproken.
‘Claus kwam uit de Duitse Lutherse kerk, waar het Oude Testament niet erg bekend was. Hij was erg geïnteresseerd in ons bijbelproject “De hele Bijbel gelezen en uitgelegd”. Ons plan was om vóór het jaar 2000 de hele Bijbel in een vertaling voor te lezen. In anderhalf jaar tijd deden we Genesis en Exodus.
We zijn tot en met 2 Koningen gekomen. (…)
Dat waren mooie avonden, er kwamen in het begin driehonderd mensen op af.
Later heb ik met prins Claus veel psalmen gelezen en besproken. Op een keer lazen we Psalm 8 uit de bundel Vijftig psalmen. “Heer onze Heer, hoe machtig is uw naam, allerwegen op aarde.”
Toen ik dat had voorgelezen, zei hij:
“Ja, ‘Heer onze Heer’, ‘machtig’, maar het blijft toch altijd: wie?”
Dat vond ik mooi. Ik heb toen een bewerking van Psalm 8 gemaakt waarin de vraag “wie?” terugkomt. Die is nu in de nieuwe bundel opgenomen.’
Onbegonnen naam onnoembaar wie
laag of hoog in welke aarde-uithoek wie?
Hemel majesteitelijke mantel
fonkelende myriaden –
wie?
Die uit de mond van kinderen
een sterkte bouwt, een burcht van zangen
waar zij hun schenders ontkomen, die.
Oosterhuis grijpt soms ook in wanneer er dingen staan die hem te ver gaan. Op die manier gaat hij naar eigen zeggen met de oorspronkelijke dichter in debat.
Bijvoorbeeld in Psalm 137.
Ook een mooi lied, maar met een gruwelijk einde. In Vijftig psalmen gaan de laatste regels over de verwoesting van Babel: “Ik zegen hem die jouw kinderen grijpt en te pletter slaat tegen de rotsen.”
Die woorden laat ik niet weg, maar ik kies wel voor een andere, invoelende benadering aan het slot:
Vrouwe Babel, furieuze,
gezegend die jou zal vergelden.
Niets blijft er over van jou.
En als ze je kinderen grijpen
en te pletter slaan tegen de rotsen
wat zal je huilen.’
Uit het gesprek spreekt een grote liefde voor de psalmen en een besef van het politieke karakter van de Bijbel. Oosterhuis hoort in de liederen van Israël het verzet tegen de ‘mammoncultuur’ van het neoliberale economische systeem.
En dat verzet moet ook in onze dagen gehoord worden. Daartoe schreef hij nog onlangs in grote verontwaardiging over de tweedeling in de samenleving het pamflet Red hen die geen verweer hebben.
Ongeveer gelijk met het nummer van Met andere woorden, verscheen een portret van Oosterhuis in Volzin, een blad wier lezerskring heel wat liefhebbers en vereerders van Oosterhuis kent. Daarin worden opvallend kritische tonen aangeslagen over Oosterhuis (‘de paus van de Keizersgracht’) en zijn pamflet (‘Wel erg jaren zestig en teveel SP-spruitjeslucht.’)
‘Systematisch theoloog Erik Borgman van de Universiteit van Tilburg (…) vindt dat Oosterhuis een te rechtstreekse verbinding legt tussen politiek en religie. “En het is te alarmistisch. Alsof we allemaal bij de afgrond staan. Nog één stapje en we vallen er in.” (…)
Borgman vindt dat theologie in eerste instantie een verkondiging moet zijn.
“God is geen opdracht waar je van alles van moet. God gaat ons vooruit. Het wordt juist gezegd dat de wereld al goed aan het worden is, of goed is. We hoeven alleen maar mee te doen. We moeten aansluiten.” (…)
Oosterhuis lijkt te vergeten dat de wereld een gemengd verschijnsel is en niet helder is op te delen in goed en kwaad en tussen helpers en dwarszitters. “Ja, mensen zijn egoïstisch maar zorgen ook goed voor elkaar. Niet de hele cultuur is uit op gewin.”
Borgman heeft ongetwijfeld een punt. Ook zijn er zeker vragen te stellen bij de manier waarop Oosterhuis met de Schrift omgaat. De jaren zestig zijn voorbij, nu bevinden we ons in een tijd waarin (geloofs) groei en innerlijke vernieuwing centraal staan.
Maar daarmee mag niet ontkend worden dat het persoonlijk geloof waartoe de Bijbel oproept zich vertaalt in de verhouding tot de naaste. In de strijd van de psalmdichters en profeten van Israël gaat het om een bijzonder recht voor de armen en zwakken in de samenleving. Want: ‘’t is de Heer, die ’t recht der armen, der verdrukten gelden doet.’ Daarom klinkt er steeds weer een hartstochtelijk appèl om in Gods Naam gerechtigheid te betrachten. Het komt mij voor dat Huub Oosterhuis in die traditie wil staan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's