De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

God en geld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

God en geld

7 minuten leestijd

Het oktobernummer van Mr., vakblad voor juristen, bevat een uitvoerig gesprek met advocaat mr. Jan Louis Burggraaf uit Amsterdam, werkzaam bij Allen & Overy. Buiten de juridische wereld is Burggraaf misschien wat minder bekend, maar hij is inmiddels al zeven keer uitgeroepen tot beste overnameadvocaat van Nederland. Hij begeleidde talloze fusies en overnames van bekende bedrijven en zit ook elke zondag in de kerk (soms twee keer). Miek Smilde sprak met hem over – zoals het op de cover staat – God en geld:

Dat sommige mensen God en geld haaks op elkaar vinden staan, begrijpt Burggraaf eigenlijk niet. Beide zijn immers diep menselijk. “In vrijwel alle culturen openbaart zich de behoefte tot een existentiële, metafysische relatie”, zegt Burggraaf. “De ingeschapen Godskennis heet dat in de theologie. Er is meer onder de zon en er zijn maar weinig mensen die dat betwisten. Tegelijk heeft de mens altijd en overal handel gedreven. Mensen willen vooruit komen. Dat is het.”

Vooruitkomen en woekeren met je talent, het is Burggraaf zelf niet vreemd. Geboren in 1964 maakte hij in de jaren tachtig als middelbare scholier de vorige economische crisis bewust mee. Hij herinnert zich nog levendig de 880.000 werklozen, de bezuinigingen onder de kabinetten-Lubbers, het gure klimaat van krakersrellen en anarchisme. Halverwege de jaren negentig kantelde het beeld. De Berlijnse muur was gevallen, Clinton, Blair en Kok bewandelden de derde weg en de bomen begonnen tot in de hemel te groeien.
Als jong advocaat zag Burggraaf het niet alleen gebeuren, hij werkte er ook volop aan mee. Mergers and acquisitions [overnames] gingen de toon zetten op vrijwel alle grotere advocatenkantoren. Traditionele rechtsgebieden als het familierecht en bijzondere niches als de natte praktijk en het intellectueel eigendom moesten het veld ruimen voor de snelle jongens en het enkele meisje die 24/7 klaar stonden om de stroom van fusies en overnames te begeleiden van Nederlandse én buitenlandse bedrijven. KLM-Air France, Swiss Air-Lufthansa, Nuon-Vattenfall, TNT-UPS, Numico- Danone, Randstad-Vedior en ABN AMRO met (eerst) Barclays en later het beruchte consortium (RBS, Santander en Fortis), Burggraaf was er bij. Ook toen het mis ging. (…)

Alles onderzoeken en het goede behouden. Het is Burggraaf met de paplepel ingegoten. Zijn vader had een groothandel in levensmiddelen, zijn moeder (een zus van oud-minister Kees van Dijk die in de jaren tachtig de RSV-enquête leidde) voedde twee zoons en vijf dochters op en hielp in het bedrijf als het nodig was. Burggraaf omschrijft zijn vader als “zakelijk, maar zo gelovig dat dat niet een doel in zichzelf werd”.
Vader maakte als kind de Hongerwinter mee en vervolgens de economische groei tijdens de wederopbouw. Het besef dat tegenslag en voorspoed beide bij het leven horen, gaf hij door aan zijn kinderen. “Dankbaarheid tekende zijn leven”, zegt Jan Louis over zijn vader. “Het is op een gegeven moment ook wel genoeg.”

Kan het recht daarbij een rol spelen?
Had het recht niet de ongekende economische groei, maar ook de hebzucht die ermee gepaard ging, moeten beteugelen?
Zoals het geloof uw vader begrensde?
“Dat zou heel mooi zijn, maar daarmee zou je het recht wel loskoppelen van het democratische stelsel. Het recht is een reflectie van wat wij vinden. En de mens is wie hij is. Mensen maken het recht. Ik geloof wel dat de secularisatie haar sporen trekt in deze maatschappij en de focus op geld, het hier en nu, wordt daardoor versterkt. Hedonisme en secularisatie gaan hand in hand. Als ik niet meer een vergezicht heb op de eeuwigheid, dan moet het hier en nu.
Dat tekent deze samenleving. Neem het claimgedrag. De nieuwjaarsbrand in Volendam was nog niet geblust of de vraag was wie aansprakelijk kon worden gesteld. Ik snap dat er mensen zijn die niets willen horen over de eeuwigheid van die kinderen die zijn omgekomen of die zijn verminkt. Het leed is onvoorstelbaar. Maar om het dan meteen over aansprakelijkheid te hebben? We zijn als samenleving ons anker kwijt. Dat is weggespoeld in de jaren zestig en we hebben er niets dan consumentisme voor teruggekregen. Dat is niet goed.”

Wat is uw anker?
“Wil je het heel ouderwets horen? ‘Uw verzoenend sterven is het rustpunt voor mijn ziel’ (Gezang 50 vers 3, red.). Dat is mijn anker. Natuurlijk moet ik hier werken en mijn best doen en ik ben ook geen heilige, natuurlijk niet. Zij die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet van node.
Mensen klagen op kantoor wel eens over de interviews die ik geef, omdat ik daarin zoveel over God en het geloof praat.
‘Jij doet er zelf aan mee’, zeggen ze. Aan het zondig zijn, bedoelen ze. Ja, maar misschien heb ik het geloof juist daarom nodig. Omdat ik geen heilige ben, moet ik van genade leven.”

Dat is wel heel gereformeerd hoor, wat u nu zegt.
“Ja, maar ik meen het wel.”

Het getuigt van veel wantrouwen naar u zelf.
“Ja, maar ik ben ook een zondig mens!”

Wat is dan uw grootste zonde, meneer Burggraaf ?
Hij zwijgt, denkt na, zoekt naar woorden. Hij kijkt naar buiten, waar de zon schijnt en de stad Amsterdam zich op haar mooist toont. “Ik denk dat mijn grootste zonde is dat ik Hem niet voldoende op waarde schat.”


Van de advocatuur rond overnames waar heel veel geld in omgaat, is het maar een kleine stap naar de visie van Calvijn op genade en beloning. Daarover schrijft econoom en theoloog prof.dr. Johan Graafland in het jongste nummer van Geruchten, de nieuwsbrief van de beweging Op Goed Gerucht.

‘Economen bezigen vaak de stelregel dat er geen ‘free lunch’ [gratis lunch] is.
Niets is gratis in de economie, zo lijkt het. Het is daarom niet verwonderlijk dat geld en geloof vaak op gespannen voet staan. In het christelijk geloof staat de notie van de genade juist centraal.
Heel ons menselijk leven bestaat dankzij de gratie van God. En gelukkig ervaren wij dat nog steeds in allerlei kleine dingen. (…)

Toch, als wij geloof met economie verbinden, blijft de spanning vaak bestaan. Een voorbeeld daarvan is de beloning van het werk van mensen. Vanuit het economisch oogpunt dienen mensen beloond te worden naar hun productie.
Want alleen dan is er een prikkel om zich in te zetten, waarbij de veronderstelling is dat het eigen belang het belangrijkste motief is voor economische activiteit. In de rechtvaardigheidsethiek vindt dit een uitdrukking in kapitalistische rechtvaardigheid. Dat betekent dat de beloning van iemand verbonden moet zijn aan de bijdrage die hij of zij levert aan de welvaart van anderen.

Hoe moeten wij dat nu verbinden met de christelijke notie dat heel het leven een gave is die wij van God ontvangen?
Moeten we betaald krijgen voor de gave, die onder andere bestaat uit de ontwikkeling van onze vaardigheden en de lust om deze in te zetten voor productieve arbeid. Waarom zou de beloning daarvoor mij persoonlijk moeten toevallen als ik die gaven ook maar gekregen heb, gratis, voor niets?

Ook Calvijn worstelde met deze vraag. In de theologie van Calvijn staan geloof en genade centraal. Ook in zijn visie op economie werkt dit door. In zijn commentaar op Mattheüs 6:11 lezen wij: “Wij hebben geleerd om te erkennen dat alles dat wij door onze eigen inspanning verwerven, van God komt”. Het leven is een gave van God. Tegenover God kunnen mensen geen enkel recht op beloning laten gelden. Zelfs de eenvoudigste taken kunnen wij niet uitvoeren zonder Gods genade. God is ons niets verschuldigd.
Wat Hij geeft, gunt Hij ons vrij en overvloedig, als een uiting van zijn vrije liefde. Dat betekent dat elke beloning met een dankbaar en nederig hart aanvaard moet worden. Deze genade leidt niet tot inactiviteit. Integendeel, het zet hen die de gave van God ontdekken en beleven aan tot een aanstekelijke ijver en een grotere toewijding.’


God en geld, geloof en geld – het is in veel opzichten een ingewikkelde verhouding. Rond de dankdag voor het gewas en de arbeid worden we op het spoor gezet van het eenvoudige leven, een leven in dankbaarheid. Wat dat inhoudt? Ik citeer prof.dr. H.W. de Knijff: ‘Dat wil zeggen: houdt de grenzen goed in het oog; jaag niet naar allerlei nutteloze dingen; wees tevreden met wat je hebt; wees dankbaar en dus vrijgevig.’ Wie daar ernst mee maakt heeft zijn handen er aan vol, maar in de wereld zal het te merken zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

God en geld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's