De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verrijkend voor theologen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verrijkend voor theologen

Christelijke dogmatiek [2, slot]

8 minuten leestijd

Dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi gaven aan de Christelijke dogmatiek het woord van Paulus mee: Wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? De auteurs geven te kennen eigenlijk alles te hebben ontvangen. Maar ook de lezer die het lijvige boek uitleest, ontvangt veel.

In de leer van de schepping laten de auteurs de bekende discussies over de historiciteit van het scheppingsverhaal in Genesis 1 achter zich. Ze negeren de natuurwetenschappelijke vragen die hier voor het geloof en de theologie rijzen niet. Ze proberen niet de schepping wetenschappelijk aannemelijk te maken, maar verzetten zich wel met wetenschappelijke argumenten tegen wereldbeschouwelijke ‘-ismen’ die het geloof in de Schepper willen weerleggen.
Hun hoofdpunt is dat we het leven op aarde en de wereld om ons heen als een geschenk van God mogen aanvaarden. Deze methode van niet zelf rationeel willen bewijzen maar wel rationele bezwaren met rationele argumenten ontzenuwen volgen de auteurs ook in andere verbanden.
Dit lijkt me na een periode waarin men van mening was dat (natuur) wetenschap(pen) en geloof elkaar niet raken een juiste weg. De auteurs beschikken kennelijk over de benodigde kennis uit de literatuur hierover.

Rechts-vrijzinnig
Bij de uiteenzettingen over (de mogelijkheid van) wonderen en over het wereldbeeld mis ik een verwijzing naar het werk van J.M. de Jong. Het lijkt unfair om de auteurs, die zo breed in gesprek gaan en daarbij zulk een indrukwekkende kennis van de relevante literatuur tonen, te verwijten dat ze bepaalde boeken niet noemen. Ik betreur het echter een beetje dat ze rechts-moderne of rechts-vrijzinnige Nederlandse auteurs stiefmoederlijk behandelen. Zij belichaamden een belangrijke theologische stroming in ons land. De namen van K.H. Roessingh, G.J. en H.J. Heering hadden in verband met de zondeleer genoemd mogen worden, die van G.J. Hoenderdaal in verband met de pneumatologie, die van de zo-even genoemde J.M. de Jong in verband met de vragen rond geloof en wereldbeeld, en die van J. de Graaf in verband met de ethiek.
Ik begrijp dat de auteurs Kuitert slechts weinig noemen, omdat hij zich buiten het terrein van de dogmatiek heeft begeven, maar binnen de mooie uiteenzettingen over de tweerijkenleer zou een verwijzing naar diens bekende boek uit 1985 Alles is politiek, maar politiek is niet alles (waarop destijds in rechtzinnige kringen erg positief is gereageerd) toch wel op zijn plaats zijn geweest. Dat boek staat helemaal binnen de traditie van de christelijke theologie. De auteurs zullen de affiniteit met die theologen (in het geval van Kuitert dus met de vroegere Kuitert) toch wel niet willen verbergen, zou ik denken.

Christologie
De uiteenzettingen over de christologie lijken uiteraard op die over de drie-eenheid. De auteurs nemen het onderzoek naar de historische Jezus en de daardoor opgeroepen vragen serieus. Zij verzetten zich terecht tegen pogingen om te willen bewijzen dat ‘Jezus heel anders over zichzelf dacht dan de apostelen en later de kerk’, en dat daarom het kerkelijke spreken over Jezus fundamenteel zou moeten worden gewijzigd.
Ook lijkt het me juist dat ze bij hun aansluiting bij het klassieke dogma (‘één persoon, twee naturen’) in hun eigen taalgebruik het woord ‘natuur’ liever vervangen door ‘identiteit’. Ze erkennen volmondig dat er een groei is in het nieuwtestamentische spreken over Jezus als de Zoon, en traceren die ook in aansluiting bij het wetenschappelijke onderzoek hiernaar.
De auteurs lijken er wel erg vanzelfsprekend van uit te gaan dat de woorden die in de evangeliën aan Jezus worden toegeschreven inderdaad allemaal door Jezus zo zijn gesproken. Ik vraag me af of je niet rustig kunt erkennen dat ze vaak woorden van de Opgestane kunnen betreffen, dat wil zeggen woorden die de evangelisten Jezus op grond van hun geloof in Hem als de Opgestane laten zeggen.
Iets dergelijks geldt voor de verhalen over de opstanding, met name het lege graf. De vraag is hier mijns inziens of Jezus werkelijk door God is opgewekt. De opstandingsverhalen zijn dan geen rapportages van, maar verwijzingen naar het historische feit dat de Opgestane met woord en gebaar met de Zijnen heeft gecommuniceerd en door hen is herkend. J.M. de Jong heeft hierover zeer verhelderende dingen gezegd. Ik ben overigens niet van mening dat uiteenzettingen over de historiciteit van woorden van en verhalen over Jezus op de kansel thuishoren.

Schriftgezag
De auteurs behandelen het Schriftgezag na de leer omtrent de Heilige Geest. Dit wijkt af van de traditionele gereformeerde dogmatiek waarin het Schriftgezag nog vóór de overige loci wordt vastgelegd. Ik juich deze verandering van harte toe.
Men kan niet voordat men heeft laten zien waarvan de Bijbel getuigt al willen bewijzen dat de Bijbel het onfeilbare en genoegzame Woord van God is. Het was begrijpelijk dat men dit ten tijde van de Reformatie tegenover Rome wilde bewijzen, maar zo kunnen we na de opkomst van de kritische bijbelwetenschap niet meer te werk gaan.
De Bijbel is het boek dat op een veelvormige en veelkleurige manier getuigenis aflegt van Gods geschiedenis met de mensen. Dat laten de auteurs ook duidelijk uitkomen. Zij volgen bewust niet meer de methode van het citeren van bewijsplaatsen voor theologische stellingen. Zij erkennen dat ze hierin ook afwijken van Herman Bavinck.
Ze hadden van mij mogen zeggen dat de Bijbel voor ons dan ook niet het uit de hemel gevallen onfeilbare Woord van God is, maar het voor ons normatief geworden menselijke getuigenis omtrent het Woord van God dat in Jezus Christus vlees is geworden. Op dit Woord heeft de kerk en hebben de christenen in de loop der eeuwen in een veelstemmig koor geantwoord. Dat koor klinkt in de dogmatiek van de auteurs zeker door.

Heil
Ik juich van harte toe dat de auteurs aan onderwerpen als de rechtvaardiging, heiliging en verkiezing weer bredere aandacht schenken dan Berkhof deed. Het betreft hier het hart van de reformatorische dogmatiek. Iemand als de Duits-Amerikaanse theoloog Paul Tillich heeft grote moeite gedaan om juist de rechtvaardiging door het geloof voor de christen van vandaag, die met het begrip schuld geen raad meer lijkt te weten, weer invoelbaar te maken. Ik moet de auteurs in wat ze in hun waarderende kritiek daarop zeggen gelijk geven als ze constateren dat Tillichs ‘voel je aanvaard ondanks het feit dat je onaanvaardbaar bent’ de noodzakelijke christologische fundering lijkt te missen.
Eveneens juich ik van harte toe dat er niet ergens in het begin van de dogmatiek een locus over de decreten Gods staat (zoals in de gereformeerde scholastiek – waarover overigens ook veel positieve dingen kunnen en mogen worden gezegd), maar dat dit (evenals bij Calvijn, wiens leer van de dubbele predestinatie niet door de auteurs wordt herhaald) op het einde van de heilsleer staat.
De christen, zo stellen zij, erkent dat het heil een gave is van de verkiezende God. Dit doet mij denken aan wat de al genoemde remonstrantse theoloog H.J. Heering tegen mij zei, toen hij me vroeg in zijn uitvaartdienst voor te gaan: ‘Als ik iets goeds in mijn leven heb kunnen doen, laat dan duidelijk uitkomen dat hier Gods genade aan het werk is geweest.’

Eschatologie
In de eschatologie maken de auteurs duidelijk dat we het bijbelse spreken over ‘de laatste dingen’ niet kunnen opvatten als informatie over wat eenmaal zal gebeuren, maar als een beeldend spreken waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat God de band met Zijn schepping en in Zijn schepping met de mensen die in Hem geloven, niet zal verbreken.
Ze hadden van mij best mogen zeggen dat deze interpretatie ook dan geboden is als de bijbelschrijvers één en ander wel degelijk letterlijk hebben bedoeld.
De auteurs eindigen met een prachtige uitleg van de zo vaak in moralistische zin misbruikte tekst 1 Korinthe 13:12-13. Zij zeggen hierover: ‘Waarom is de liefde de meeste van de drie christelijke deugden? In het eeuwige leven zal de bestaanswijze van het geloof niet meer nodig zijn en ook de hoop zal achterhaald zijn door de vervulling ervan. De liefde is de meeste omdat ze blijvend is. Dat betekent dat het eeuwige leven in het teken zal staan van de creativiteit en onuitputtelijkheid van Gods liefde.’ Dit is een klassieke gedachte. De Griekse kerkvader Irenaeus zegt in dit verband dat we eenmaal een onderwijzing van God zullen ontvangen waaraan gelukkig geen einde zal komen.

‘Op gedegen studie’
Ik begon ermee de auteurs te feliciteren met hun werk, dat zeker een opus magnum mag worden genoemd. Of kerkelijk en theologisch Nederland ermee zal kunnen worden gefeliciteerd zal er ook van afhangen of met name de theologen dit willen lezen en zich erdoor willen laten verrijken.
Ik heb nog steeds hoop dat er eens een vereniging van ambtsdragers zal worden opgericht onder de naam ‘Op gedegen studie’.
Geruchten moeten zeker serieus worden genomen en op sommige daarvan zal men vanuit de kerken dagelijks moeten ingaan. Maar die kunnen beter niet de basis van ons spreken en handelen worden.
Uiteindelijk is het belangrijker dat theologen zich verdiepen in de eeuwige vragen van het christelijk geloof en de daarop gegeven tijdelijke antwoorden, en dat ze daarbij naar deskundige en betrouwbare gidsen willen luisteren.

Het is de bedoeling van de auteurs en uitgever dat de nieuwe dogmatiek in de breedte van kerk gebruikt wordt. De redactie vroeg dr. E.P. Meijering om zijn theologisch-wetenschappelijke oordeel. De Waarheidsvriend wil binnenkort de ‘Christelijke dogmatiek’ ter vergelijking naast een aantal andere dogmatieken plaatsen, zoals die van dr. H. Berkhof (met wie dr. Meijering overigens heeft samengewerkt).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Verrijkend voor theologen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's