De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ruths geloofsbelijdenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ruths geloofsbelijdenis

4 minuten leestijd

Uw volk is mijn volk en uw God mijn God. Ruth 1:16

Telkens weer kom ik ervan onder de indruk als mensen mij vertellen hoe ze tot geloof in Jezus Christus zijn gekomen. Dat is nooit vanzelfsprekend, maar altijd een wonder. Omdat het allemaal ook zo heel anders had kunnen lopen.

Ruth doet hier belijdenis van haar geloof. Ook in haar leven was dat niet vanzelfsprekend. Haar schoonzus Orpa is zover niet gekomen, terwijl zij toch dezelfde dingen heeft gehoord en meegemaakt als Ruth. Toch is Orpa afgehaakt. Ze gaat terug naar Moab en verdwijnt daarmee uit het zicht.
Ruth wil niet meer terug, omdat zij de God van Israël heeft leren kennen. Daarom zegt ze tegen Naomi: ‘Uw volk is mijn volk en uw God mijn God.’ Hoe is Ruth daarbij gekomen?

Mijn
Indertijd was Ruth door haar huwelijk met Naomi’s zoon automatisch bij het volk Israël gaan horen. Maar sinds ze weduwe geworden is, kan Ruth weer terugkeren naar haar ouderlijk huis.
Dat was in die tijd ook de gebruikelijke weg. Toch wil Ruth deze weg niet gaan, omdat ze tot geloof in God gekomen is. Daarom trekt ze met Naomi mee naar het Beloofde Land.
Het geloof van Ruth zit in dat kleine woordje ‘mijn’. Daar komt het ook voor ons op aan. Want er zijn heel wat mensen die geloven in een God. Zonder dat er sprake is van een werkelijke verbondenheid.
Het ware geloof zegt altijd ‘mijn’: God is mijn God. Zoals je in een huwelijk spreekt over ‘mijn man’ of ‘mijn vrouw’ en in een gezin over ‘mijn kinderen’ en ‘mijn ouders’.

Gemeente
Nu is het hier opmerkelijk dat Ruth in haar geloofsbelijdenis het volk en God met elkaar verbindt.
Wij kunnen daarvan leren dat het geloof niet individualistisch is.
Want God heeft een volk: vroeger was dat Israël alleen, later is de kerk daarbij gekomen. We kunnen daarom niet spreken over God zonder Zijn volk daarbij te betrekken. Zoals ook omgekeerd dit volk alleen maar kan bestaan, omdat de Heere God er is.
Wij hebben de kerk nodig om niet te verslappen in het geloof. Want in de gemeente wordt het evangelie verkondigd. Daar worden we bemoedigd en opgescherpt, aangesproken en vermaand. Daar leren wij wat het betekent om ons kruis achter Christus aan te dragen en om te leven in de kracht van de Geest.
Nu is het zeker waar dat er van alles aan de gemeente mankeert.
Dat was trouwens vroeger ook al het geval met het volk Israël.
Want het is nog maar de vraag hoe Ruth daar straks wordt ontvangen. Naomi heeft daar blijkbaar niet zoveel verwachting van.
En toch heeft God Zich er nooit voor geschaamd om de God van Israël te zijn.
Zo is ook onze kerkelijke gemeente voluit gemeente van Christus. Niet omdat zij zichzelf als zodanig kwalificeert. Maar wel omdat zij door de Heere God als zodanig aangesproken wordt.
Eigenlijk is dit het allergrootste wonder. Niet dat wij bij de gemeente mogen horen, maar dat God bij Zijn gemeente hoort. Bij een volk dat Hem zo vaak teleurstelt, bij een kerk waar van alles aan mankeert.
Daarom is het voor ons een dure roeping om in deze tijd gemeente van Christus te zijn. God en Zijn gemeente horen bij elkaar, zoals voor ons geloof en kerkgang met elkaar samenhangen.

Wegwijzer
Maar hoe is Ruth er nu toch bij gekomen om zichzelf te rekenen bij het volk van God? Daarbij is Naomi een belangrijke wegwijzer geweest. Via Naomi heeft Ruth God leren kennen. Ze zal aan Naomi hebben gezien wat het geloof voor haar betekend heeft.
Ze zal hebben gemerkt dat God Naomi niet heeft losgelaten en dat er voor haar een weg terug mag zijn. Maar bovenal zal Ruth de liefde van God hebben ontdekt. De liefde van God, die geen mensen uitsluit, maar juist opzoekt om ze in te lijven.

Liefde
Wij mogen zoveel meer weten van Gods liefde, wanneer wij op Jezus Christus letten. Door Hem zien we dat Gods liefde zondaarsliefde is. Via Israël is door Hem Gods liefde naar ons toegekomen. Gods liefde is gegaan tot in de dood, om mensen het leven te schenken.
De liefde van God is geen liefde die we verdienen, maar wel een liefde die we nodig hebben. Geen liefde die we waardig zijn, maar wel een liefde die we alleen door het geloof kunnen ontvangen als een genadig geschenk uit Gods hand.
Vervuld met deze liefde zullen ook wij het gaan belijden: ‘Deze God is onze God.’ En ik? Ik ben van Hem!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Ruths geloofsbelijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's