Geen tuchtoefening mogelijk
Werken J.H. Gunning jr. zijn actueel voor de kerk
J.H. Gunning jr. is een van de vooraanstaande Nederlandse theologen van de negentiende eeuw. Zijn werken maken grote indruk op zijn tijdgenoten. Maar ook in onze tijd heeft hij nog veel te zeggen.
Een representatieve selectie van zijn boeken en vele artikelen is nu bijeengebracht in een Verzameld werk, dat tot 2016 in drie delen moet uitkomen. Op 12 oktober is het eerste deel gepresenteerd bij de vestiging Amsterdam van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Deze uitgave betreft een selectie publicaties tussen 1856 en 1878 door dr. L. Mietus, onder verantwoordelijkheid van de Stichting Heruitgave Oudere Ethische Theologie.
Eenzame post
Gunning is lange tijd hervormd predikant in Den Haag. In die tijd heeft hij intensief contact met leden van de invloedrijke Réveilkring rond Groen van Prinsterer. Daarna wordt hij kerkelijk hoogleraar te Amsterdam en staatshoogleraar in Leiden.
Het gaat hier om een ‘kerkvader’ uit de negentiende eeuw, die in zijn strijd voor het herstel van de kerk terechtkomt op een eenzame post. Zijn ‘confessionalisme’ roept de ergernis van de jongere ethischen op.
De ‘hervormde’ Gunning neemt de leus ‘heel de kerk en heel het volk’ van de van huis uit ‘gereformeerde’ Ph.J. Hoedemaker over. Daarbij is Hoedemaker met zijn theocratische instelling meer de profeet, en Gunning met zijn meer introverte instelling de priester.
Bij Gunning domineert de katholiciteit. Daarom is hij wijder, universeler en meer speculatief. Bovendien wordt hij bewogen door een sterk eschatologisch motief. Zijn visie op Israël maakt hem een witte raaf in zijn tijd.
Als Hoedemaker alles terugbrengt tot afwijking in de leer en daarmee de gevaren van het modernisme beter overziet, dan zijn voor Gunning intellectuele dwalingen ten diepste ethische afwijkingen.
Eenheid
Door de aansluiting te zoeken bij de ervaring blijft Gunning veel moderner en heeft hij ook in onze tijd nog veel te zeggen.
In de kerk voelt hij zich ingeklemd tussen links en rechts. Tegen beide kiest hij positie. Gunning lijdt zeer onder de verscheurdheid van de kerk en heeft een sterk heimwee (als Calvijn) naar de eenheid van de kerk. De kerk is zijn moeder. Hij was liever predikant gebleven dan dat hij hoogleraar werd.
Gunning onderkent de dorheid van het rationalisme bij links en bij rechts. Want de band met Christus is voor hem niet een zaak van dogma’s en beginselen, maar een persoonlijke relatie. De vraag naar de waarheid maak je niet op de studeerkamer uit, maar in de binnenkamer en op de kansel. Het gaat hem in wezen niet om de orthodoxie, maar om de levende gemeenschap met Christus.
Dr. O. Noordmans noteert dat bij Gunning de notie ‘gemeente’ zuiver wordt gehouden van alles wat naar het institutaire en kerkordelijke neigt. Als Gunning over de ambten spreekt, dan gaat het hem om ‘levende geheiligde persoonlijkheden’. In zijn hang naar het apostolische is het hem te doen om de levende presentatie van Christus. Daarin lijkt hij al een voorloper te zijn van het latere evangelicalisme.
Leertucht
Na 1893 komt er meer evenwicht, nadat Gunning in Leiden de gevaren ontdekt heeft van het individualisme en subjectivisme. Mede dankzij Hoedemaker gaat hij meer historisch denken. Gunnings kerkbegrip zou ‘visionair-verticaal’ kunnen worden genoemd. Hij blijft juridische leertucht afwijzen, hoewel hij leervrijheid nooit wil erkennen.
Bij zijn pleiten voor reorganisatie van de kerk blijft bij hem het eschatologische en apostolische overheersen. Het gaat Gunning niet zozeer om de kerk als wel om het koninkrijk. Iets wat we later bij dr. A.A. van Ruler aantreffen en ook bij evangelische stromingen. Gunning bedoelt het geestelijk leven zo te versterken dat het gezonde deel vanzelf het zieke deel overwint en gezond maakt.
Hij blijft zijn ethische reserves houden tegenover juridische uitoefening van de leertucht. Deze acht hij onomwonden verkeerd en onmogelijk. Het modernisme moet geestelijk overwonnen worden, niet alleen kerkrechtelijk.
Daarbij is het niet mogelijk zich op Gunning te beroepen voor het bestaansrecht van de modaliteiten of voor de visie op de pluraliteit van de kerk. De pluriformiteitsleer vindt hij een toedekken van de zonde.
Tegelijk benadrukt hij voortdurend dat de waarheid niet door uitwendige kerkvormen en rechtsdwang kan worden vastgehouden en verbreid.
Daarvoor zijn ‘geheiligde personen’ nodig.
Hij acht daarbij de orthodoxen even zondig als de modernen. Daarom kan hij de orthodoxen niet bevoegd achten tot tuchtoefening over de modernen. De geestelijke ingezonkenheid van de kerk sluit juridische tuchtoefening uit. Primair wil Gunning de sleutelmacht van de kerk hanteren in de prediking.
Toekomst
Gunning wil niet slechts teruggaan op de zestiende eeuw, maar op de derde eeuw. Dit doet denken aan dr. A. van de Beek. Het gaat ook Gunning om de Una Sancta Catholica, de éne heilige, algemene kerk. Daarom wil hij eenheid met de Rooms-Katholieke Kerk en ook met de Oosterse Kerk. Scherp wijst hij daarbij de Afscheiding af. Hij noemt deze ondertussen wel het natuurlijke kind van de synodale bestuursinrichting.
Voortdurend valt zijn fijn, evenwichtig en scherpzinnig denken op vanuit een bewogen hart. Hij wil zijn gehele theologie, inclusief de ecclesiologie (kerkleer), opbouwen vanuit eschatologisch gezichtspunt. Daarbij schrikt hij er niet voor terug het op te nemen voor het chiliasme, de leer van het duizendjarig rijk. De toekomst is voor hem een lichtend en bemoedigend perspectief.
Actualiteit
Bij de Rooms-Katholieke Kerk is ondertussen voor hem de eenheid te zichtbaar en bij de protestantse kerk te onzichtbaar. Ook Gunning noteert in zijn tijd al dat de kerk van zijn dagen onder het oordeel van God ligt. Christus zou door Zijn tucht, door de oordelen die eerst over het huis Gods, en daarna over de wereld moeten gaan, tonen dat alles wat niet gegrond is in Hem, verloren gaat. dat zijn woorden die vandaag aan actualiteit niets hebben ingeboet, integendeel.
Met Gunning dienen wij te vrezen voor de verstandelijke verabsolutering van Gods waarheid.
Tegelijk dienen we ons te hoeden voor relativering van de waarheid ten aanzien van de eenheid van de kerk.
Er is alleen heil en zó toekomst voor de kerk in ons land vandaag als zij in de bediening der verzoening koerst tussen de klippen van verabsolutering en relativering door.
N.a.v. J.H. Gunning jr., ‘Verzameld werk. Deel 1. 1856-1878’, uitg. Boekencentrum Academic, Zoetermeer; 656 blz., tot 16 januari € 49,90, daarna € 59,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's