De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

De jongste uitgave van Zicht, blad van de Guido de Brèsstichting (wetenschappelijk instituut van de SGP), is geheel gewijd aan de reformatorische zuil, met de titel ‘Verzuilen of verzilten’. Op het front staat een uitspraak van dr. K van der Zwaag: ‘Het einde van de refozuil biedt kansen voor de toekomst’. De laatste bijdrage is een satire van de historicus Ton van der Schans, ‘Een opstand onder de refonisten’.

In een vlak land dicht bij de zee woonde het Normaalvolk. Vroeger was er onder dit volk veel armoede en strijd om het bestaan geweest. Nu heerste er welvaart en een streven naar nog meer welvaart. Het Normaalvolk diende aanvankelijke vele goden, maar door de komst van vreemde mannen uit verre landen hadden ze zich gewend tot één godsdienst. Later hadden ze daarover ruzie gekregen. Het Normaalvolk viel uiteen. Een deel van hen protesteerde tegen de pracht en praal van de papa-isten. Daarom noemden ze zich protest-isten.
Was het hier maar bij gebleven. Want de protest-isten kregen met elkaar ruzie over de zuiverheid van de leer. Sommigen treurden en scheidden zich af van de protest-isten. Deze zuivere-isten verkondigden nieuwe idealen. Maar na vijftig jaar waren deze idealen fl ets geworden. En een nieuw gevormde groep predikte opnieuw het zuiverheidsideaal. Maar dan nog zuiverder. Om hun idealen zuiver te houden, stonden deze refo-isten ver van het Normaalvolk af. Om hun kinderen op te voeden, richtten de refo-isten aparte scholen op. Ze gingen in het land zonder bergen steeds dichter bij elkaar wonen. Hoewel ze slechts een klein deel van het Normaalvolk waren, kakelden ze er in hun enclaves lustig op los zodat het er hier op leek dat zij de dienst uitmaakten. Het Normaalvolk bleef echter de baas, maar maakte het wel mogelijk dat deze refo-isten, die vooral opvielen door hun afwijkende kleding en haardracht, nog meer eigen organisaties kregen. Ze leefden in hetzelfde land apart van de normaal-isten. De refo-isten kregen (klein) kinderen. Deze kwamen in opstand. Ze wilden niet meer volharden bij het ideaal van de vaderen. Met hun woorden beweerden ze dat ze weer tussen het Normaalvolk wilden wonen. Nu is het nog wachten op hun daden…

***

Bij uitgeverij Groen te Heerenveen verscheen een fraaie uit het Engels vertaalde biografie over Dietrich Bonhoeffer. Hoe het met de Duitse Mark na de Eerste Wereldoorlog was gesteld?

Het jaar 1923 was voor Duitsland een rampzalig jaar. De Duitse mark, die twee jaar eerder was begonnen te devalueren, kwam in een vrije val terecht. In 1921 zakte de koers tot 75 mark voor een dollar, het volgende jaar tot 400 en aan het begin van 1923 zakte de waarde tot 7000. Maar dit was nog maar het begin van alle ellende. Duitsland bezweek onder de druk van de betalingsverplichtingen die vastgesteld waren in het verdrag van Versailles. (…) In augustus was een dollar een miljoen mark waard; en in september leek augustus op de goede, oude tijd. In november was een dollar ongeveer vier miljard Duitse marken waard. (…)
Tegen het einde van 1923 liep een levensverzekering van Karl Bonhoeffer [de vader van Dietrich, v.d.G.] af en kreeg hij 100.000 mark uitgekeerd. Hij had tientallen jaren premie betaald, maar vanwege de infl atie was de uitkering nu net genoeg om een fl es wijn en wat aardbeien te kopen. Op het moment dat het geld werd uitbetaald was het zelfs nog minder waard en dekte het alleen maar de kosten van de aardbeien. Het was een zegen dat Karl Bonhoeffer veel patiënten uit heel Europa behandelde, die hem in hun eigen munt betaalden. Toch was de situatie tegen het einde van 1923 onhoudbaar geworden. In oktober schreef Dietrich dat elke maaltijd een miljard mark kostte. Hij wilde maaltijden twee of drie weken vooruit betalen, en vroeg zijn ouders hem geld te sturen. ‘Ik heb niet zoveel geld voorhanden’, legde hij uit. ‘Ik moet zes miljard mark betalen voor brood.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 2012

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 2012

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's