De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eep Talstra

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eep Talstra

8 minuten leestijd

Eind oktober stond er in het ND een bijzonder gesprek met dr. Eep Talstra (1946).
Hij was tot voor kort hoogleraar Oude Testament aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en verrichtte daar baanbrekend onderzoek door teksten te onderzoeken via uitgekiende computerprogramma’s. Opmerkelijk is ook zijn ‘terugzwenken’ uit de vrijzinnigheid naar de gereformeerde traditie. Rien van den Berg sprak met hem onder andere over bijbelwetenschappen en theologie.

Talstra groeide op in de gereformeerde orthodoxie, nam daarvan afstand en keerde – op zijn eigen manier – terug.
Hij werd tot veler verrassing in 1999 lid van het Confessioneel Gereformeerd Beraad. (…) Talstra heeft generaties Bijbelwetenschappers gevormd. Talstraianen.
Talstra schiet in de lach. ‘Help, ik ben tot merk verheven.’ Maar na een doorvraag wil hij best uitleggen waar het ‘merk’ wat hem betreft voor staat. Hij begint met de ‘rommeligheid’ van sommige Bijbelteksten. De grondtekst van de Bijbel toont de sporen van eeuwenlange overlevering, en dat komt de helderheid niet altijd ten goede. Dat probleem kun je op twee manieren te lijf: je kunt achter de tekst een zogenaamd oorspronkelijke tekst ‘reconstrueren’ die wel hecht en ‘af ’ is. Of je kunt al Bijbelvertalend de grondtaalproblemen gladstrijken. Talstra wil beide vermijden: ‘Ik heb studenten altijd geprobeerd uit te leggen dat als God een beetje stottert, hij dat niet per ongeluk doet.’ Talstra wil de tekst respecteren zoals die overgeleverd is. Dat is een principiële keus: van de wetenschapper Eep Talstra, maar ook van de gelovige.
Hij respecteert de grondtekst ten diepste, omdat juist de levensechte rommeligheid (‘als van een oude binnenstad’) ervan hem iets geleerd heeft over wie God is.
Theologen maken God vaak te abstract, vindt hij: ze filteren uit de Bijbelteksten weg wat aards en tijdelijk is, en proberen dan over te houden wat er eeuwig en van God is. ‘Ik heb dat altijd ervaren als een soort miskenning van de schepping, of van Gods alledaagse aandacht voor mens en wereld. Ik lees in de Bijbel hoe God met ons door de wereld gewandeld is, en nog steeds wandelt.’


Laboratorium
Talstra praat voorzichtig en op de tast, maar de zinnen die hij al denkend vormt zijn glashelder. Hij kan niet uit de voeten met het idee van een God die onwrikbaar vasthoudt aan een eeuwig heilsplan, waarin alles verloopt volgens de vooraf door hem vastgestelde loop der dingen. Al Bijbellezend leerde Talstra God kennen als iemand die zich verbindt aan mensen – ook als die niet doen wat Hij wil, ook als die de andere kant op lopen. Dan past God zijn route aan. ‘God probeert, experimenteert. Ik zie de geschiedenis van God met ons ook veel meer als een soort van laboratorium.’
Talstra bestudeerde Bijbelboeken als Jeremia en Ezechiël, uit de tijd van de Ballingschap. ‘Daar zie je dat gebeuren: dat God met zijn volk onderweg is, zijn neus stoot, heel letterlijk, omdat ze een andere kant op willen. Dat loopt mis: de stad gaat in puin, het koningschap stopt, de tempel valt om… En dan is voor de profeten de vraag: daar zit God nu, in de hemel, en Hij had gelijk, en dan?’
Dat God vervolgens een nieuwe oplossing moet kiezen, een nieuwe route moet zoeken, maakt hem voor Talstra niet kleiner, juist niet. ‘Zijn dilemma komt voort uit het feit dat God de gewone mensenwereld erg serieus neemt.’ Hij geeft ons, met andere woorden, ruimte: ook om niet naar hem te luisteren. En vervolgens moet Hij op onze ongehoorzaamheid reageren. God is een doorzetter, constateert Talstra. ‘Hij laat in de Bijbel zien wie Hij is, door de stappen die Hij elke keer opnieuw met mensen zet. Daar ben ik erg mee bezig, hoe je nou Gods aanwezigheid en zijn overmacht recht doet, zonder dat je hem naar een soort eeuwigheid stuurt waarin Hij een plan zit te bedenken dat Hij gewoon uitvoert.’ (...)


Theologen
‘Ik denk dat “gewone” gelovigen, die bidden, Bijbellezen en zingen, God makkelijker herkennen in het alledaagse. De vraag is of de theologie die bocht ook kan maken. Wij hebben een traditie van theologen die voortdurend probeerden Gods eeuwigheid te beschermen, ten koste van het serieus lezen van de teksten zelf. Vanaf de kerkvaders en zeker vanaf de middeleeuwen is voor de theologie de status van haar kennis het belangrijkste punt geweest. Daarom was ze ook koningin der wetenschappen: de theoloog wist van de eeuwige kennis van Gods openbaring, en de rest van de wetenschappers moest met reageerbuizen en meetstokjes aan de gang.’
Talstra denkt dat veel debat tussen orthodoxie en vrijzinnigheid daarop terug te voeren valt. ‘In de orthodoxe traditie is er kennis uit openbaring. Die kennis staat vast, en als die kennis aangevochten wordt door lastige Bijbelteksten of door uitdagingen in de wetenschap, dan is dat jammer voor die uitdagers maar die kennis staat vast.’ Talstra haalt Abraham Kuyper aan, die Bijbelwetenschappers beschouwde als een soort mijnwerkers.
‘Die kwamen na een dag hard werken vuil en bezweet naar boven met wat ze opgedolven hadden, en de systematische theologen maakten er dan weer wat moois van.’ Dat zit Talstra dwars, omdat het alternatief de route van Harry Kuitert is. Als je blijft inzetten op onaantastbare kennis, zullen de mensen die daar vraagtekens bij zetten uiteindelijk geen keus hebben dan ophouden met geloven. (…)


Terug van vrijzinnig
Talstra is uit de vrijzinnigheid ‘teruggezwenkt’, zegt hij zelf, toen veel moderne theologen zichzelf verloren in de hang naar maatschappelijke relevantie.
‘Soms ging het maandenlang elke zondag over Nicaragua. Ik kon dat woord niet meer horen.’ Daar kwam bij dat predikanten steeds meer praktische vakken kregen, ten koste van de klassieke.
‘Predikanten moesten steeds meer prtrucs aanleren in plaats van dat ze ambachtelijk bleven. En je kunt mensen wel steeds beter leren praten, maar als ze steeds minder weten waar het over gaat, waar zijn we dan mee bezig?’
Talstra lacht. ‘Dus toen dacht ik op een bepaald moment: tja, ik ga maar eens ergens anders staan.’ Dat werd het Confessioneel Gereformeerd Beraad. ‘In de traditionele gereformeerde wereld accepteren ze mij heel goed, wel wetend dat ik toch een wat andere taal spreek. Maar ik beschouw hen niet als achtergebleven gebied. Ik vind dat de klassieke gereformeerden iets terecht vasthouden, en dat is de overtuiging dat het echt over de God van de Bijbel gaat. Iets dat elders gewoon bij de religieuze curiosa is gezet.
Dat is voor mij het meest fundamenteel.’


Waaromvraag
Het gesprek met Talstra gaat ook over de geboorte van een zoon met het syndroom van Down en het ziekzijn en sterven van zijn eerste vrouw.

Talstra heeft er zichtbaar moeite mee over het ziekbed van zijn vrouw te beginnen.
‘Het gaat er ook in de eerste plaats om dat je daar geen antwoord op hebt.’ Al hij toch vertelt, laat zijn formuleertalent hem in de steek. Hij praat in halve zinnen. ‘Toen Lies ziek werd, was ze mentaal sterk. Ze kon het. Ik vind dat nog steeds fabelachtig knap.’ Vooral de laatste jaren waren zwaar. ‘Maar ik heb eigenlijk nooit het gevoel gehad: Hij daarboven doet iets fout. Het was een situatie die je moest hanteren, zonder het rond te praten. Ik heb wel eens gedacht: stel dat ik nu – à la een van de vrienden van Job – iemand zou tegenkomen, die me zei dat hij mijn waaromvraag wel beantwoorden kon. Dat zou ik niet pikken, dat zou ik niet geloven. Ik leef liever met dat gat in mijn kennis, dat de waaromvraag niet te beantwoorden is, dan dat ik daar een of ander antwoord op verzin, en dan vervolgens God moet ontslaan.’
Talstra signaleert het zelf: dit heeft alles te maken met zijn manier van Bijbellezen. ‘Wij staan altijd aan de ontvangende kant. Al lezende zie ik ook hoeveel moeite God altijd heeft gedaan om ons te bereiken. Bij het Bijbellezen sta ik niet aan de productiekant. Ik kan niet in zijn papieren kijken van wat Hij nou weer met de mensen van plan is. Dus dat die ziekte en die dood van Lies ergens goed voor was, ja, dat soort gedachten heb ik niet. Ik ga daar niet in termen van achtergrond en oorzaak over praten. Dat heb ik echt afgeleerd. Het was gewoon vreselijk om mee te maken en meer moet je er ook niet van zeggen.’
Maar die laatste zin krijgt nog een aanvulling. ‘Behalve dan dat God dat ook wel weet en dat we niet uit zijn hand gevallen zijn.’


Bevrijdend
Een jaar of vijf geleden hoorde ik dr. Talstra spreken bij het jubileum van het blad Theologia Reformata. Mij is bijgebleven hoe hij benadrukte dat de ingewikkelde en soms zelfs ‘rafelige’ ontstaansgeschiedenis van een bijbelboek niet in mindering komt op de betrouwbaarheid van de tekst maar die juist onderstreept. Ik vond dat toen een verhelderend en bevrijdend gezichtspunt, dat echt verder helpt in de bezinning op de Schriftleer. Het strijkt de moeilijke vragen van de bijbellezer niet glad, het bewaart voor krampachtigheid en getuigt van eerbied voor de Schrift als Woord van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 2012

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Eep Talstra

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 2012

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's