Kerkgang altijd al mager
Secularisatie in Ede [1]
Christelijk Nederland was vroeger een gedoopte natie. Als je zon zin maar vaak genoeg herhaalt, ontstaan hardnekkige beelden. Totdat je de proef op de som neemt en onderzoekt of ze overeenkomen met de (historische) realiteit. De cijfers in Ede werpen een nieuw licht op de zaak.
Op basis van de cijfers bij de volkstelling in 1899 (zie kader) zouden we mogen concluderen dat Nederland aan het eind van de negentiende eeuw inderdaad een ‘gedoopte natie’ was.
De cijfers komen echter van de gemeentelijke bevolkingsregisters en zijn dus afkomstig van de geboorteaangiftes. Op het moment van de geboorteaangifte waren de kinderen nog niet gedoopt. Bekend zijn de verhalen dat ambtenaren van de burgerlijke stand weigerden om als godsdienst ‘geen’ in te vullen.
Om dit te controleren moeten we doopregisters met bevolkingsregisters vergelijken. Dit is voor enkele jaren gedaan voor Ede. Omdat er in Ede en omgeving indertijd alleen hervormde gemeenten waren, is alleen naar de doopboeken van die gemeenten gekeken.
De cijfers zijn gecorrigeerd voor kinderen die elders gedoopt zijn.
Hier betreft dat kinderen die in het dorp ‘Geldersch Veenendaal’ geboren zijn, omdat hun ouders zeer waarschijnlijk kerkelijk op Veenendaal georiënteerd waren. Hiervoor is het percentage inwoners daar als maatstaf genomen.
Ook voor kinderen die gestorven zijn voordat ze gedoopt konden worden, is een correctie toegepast.
Deze gegevens zijn uit de overlijdensregisters gehaald.
Kerkgang
Het is duidelijk: negen van de tien inwoners waren gedoopt. Spannender wordt het als we de vraag stellen naar de kerkgang, in 1899.
In de beschikbare kerkgebouwen was slechts plaats voor een zeer klein deel van de bevolking. Nu is er een deel van de bevolking waarvoor qua leeftijd regelmatige kerkgang niet zonder meer verwacht mag worden. Ook wanneer de leeftijdsgroepen 0-9 jaar en 65+ eruit gehaald worden, is de conclusie onvermijdelijk dat het overgrote deel van de bevolking nooit naar de kerk ging, tenzij wellicht ‘op wielen’(bij doop, huwelijk of begrafenis).
‘Vroeger zaten de kerken vol’, is een veelgehoorde opmerking. Die klopt wellicht. En in Ede zitten heel veel kerken op zondagmorgen nog steeds vol. Maar dat beeld heeft ons misleid, omdat het overgrote deel van de bevolking er eenvoudig niet in paste.
Zonder enige kerkgang is het niet goed voorstelbaar dat er sprake is van voluit ‘christelijk leven’ in geestelijke zin. We moeten dus vooralsnog concluderen dat er geen sprake was van ‘christelijke dorpen’ in de geestelijke zin.
Niet missionair
Interessant is de vraag: Hoe ging de kerk zelf met dit gegeven om?
Ook al paste lang niet iedereen in de kerk, dan nog bestaat de mogelijkheid dat de kerk zich wel bekommerde om de velen die wel gedoopt waren, maar niet in de kerk kwamen. Dat was helaas niet het geval. De kerk keek niet om naar degenen die niet naar de kerk kwamen. Een pastorale, laat staan een missionaire houding was niet aan de orde. In de kerkenraadsnotulen wordt er althans met geen letter over gerept.
Er werden aparte doopdiensten gehouden voor kinderen die niet binnen een ‘compleet huwelijk’ geboren waren. Eens per jaar was er zo’n aparte doopdienst voor de ‘onechte’ kinderen. Daarbij werden de moeders zeer streng toegesproken, terwijl de vaders (die er uiteraard niet bij stonden) ongenoemd bleven.
Al met al is het meer dan waarschijnlijk dat – ook al was bijna iedereen gedoopt – zeer velen toch niets met kerk en geloof hadden. De secularisatie is dan ook al veel eerder begonnen dan de bekende CBS-cijfers suggereren. Sterker nog: de term secularisatie dient herijkt te worden in relatie tot dit proces.
Iedereen
Dat de kerk zich daadwerkelijk niet om al haar leden bekommerde, mag tevens blijken uit het volgende. In 1796 (de tijd van de Bataafse Republiek) vroeg de overheid van de kerkenraden opgave van de kerkelijke goederen. Hierbij moest ook worden opgegeven uit hoeveel ‘zielen’ de kerkelijke gemeente bestond. Dat stelde de kerkenraad van Ede voor een probleem, want een goede administratie ontbrak. Er was nog niet zoiets als een actie Kerkbalans, die een ledenadministratie vereist. Tijdens een extra kerkenraadsvergadering kwam de dominee op het idee om het dorp en de buitenbuurten (met Wekerom en Ederveen) in te delen in zes gebieden. De kerkenraadsleden trokken er twee aan twee op uit om binnen een week te inventariseren hoeveel ‘gereformeerden’ er in de gebieden woonden.
De predikant nam met een ouderling het hele dorp voor zijn rekening. Een week later kwamen de cijfers ter sprake: de gemeente telde 1694 leden, kleinen en groten. Vergelijken we deze uitslag met de volkstelling 1795 dan moeten we concluderen, dat men gewoon iedereen in het dorp heeft geteld, zonder aanzien des persoons.
Gering deel
In 1835 schreef de kerkvoogdij een rekwest aan koning Willem I met het verzoek de rijksbijdrage voor het traktement van de dominee te verhogen. Daarbij werd een ledental opgegeven: ‘ongeveer 2400’. Ook dit getal klopt vrij goed met het totale inwoneraantal op dat moment.
Ook uit dat cijfer blijkt dat slechts een gering deel van de bevolking ’s zondags ter kerke moet zijn gegaan, want het ene kerkgebouw telde 700 zitplaatsen. Je zou bijna gaan denken dat de kerkenraad in het begin van de negentiende eeuw de overtuiging was toegedaan dat een mens ook wel kan geloven buiten kerk en kerkdienst.
Het is dan ook beschamend, als we in de kerkenraadsnotulen uit die tijd herhaaldelijk lezen dat de vergadering van de kerkenraad niet was doorgegaan, ‘overmits er niets te bespreken was’. Soms gebeurde dit drie of vier keer in een jaar. Niets te bespreken, terwijl nabij de helft van de gemeente van God en zijn Woord dreigde te vervreemden?
Gebogen over het oude notulenboek denk je onwillekeurig: ‘Hadden de broeders-kerkenraadsleden de vrijgekomen tijd maar besteed om samen een bijbelstudie te houden over de Goede Herder.’ Toen van Zijn schapen slechts één procent de kudde verliet, miste de herder het dier meteen. Hij ging dadelijk op zoek.
Net zolang zoekend en roepend, totdat Hij het vond. Een voorbeeld voor leden van kerkenraad en gemeente, vroeger en nu.
Registratiesysteem
Het heeft nog meer dan een eeuw geduurd voordat de hervormde gemeente Ede een betrouwbaar registratiesysteem had. Toen in 1933 de synode zo’n administratie van alle leden voorschreef, besliste de kerkvoogdij ‘dat nog wat afgewacht kon worden’. En zo geschiedde.
Pas in 1950 werd duidelijk dat toen 12.839 personen aan de pastorale zorg van de kerkenraad waren toevertrouwd. Er waren toen inmiddels twee hervormde kerkgebouwen en twee tijdelijke locaties met samen ongeveer 1900 zitplaatsen. In de kerk gold dus lange tijd: ‘Wie weg is, wordt niet meer gezien’. Niet meer gekend. Zij waren met recht ‘schapen die geen herder hadden’.
Oorzaak
Hoe kon het gebeuren dat (bijna) iedereen gedoopt was, terwijl slechts een klein deel naar de kerk ging en de kerk niet omkeek naar de doopleden?
De belangrijkste oorzaak moet gezocht worden in de positie van de Hervormde (eerder: Gereformeerde) Kerk door de eeuwen heen. Die gaf vanzelfsprekendheid, macht, maar ook een dominante moraal. Aan de buitenkant was men wel degelijk ‘christelijk’.
In Ede kwam er pas na de Tweede Wereldoorlog echt missionair besef binnen de hervormde gemeente.
Andere kerken gingen hierin voor.
De geschiedenis laat zien dat er veel werk is blijven liggen.
Niet bereikt
Dr. H. Vreekamp stelt in Zwijgen bij volle maan dat het heidendom op de Veluwe dicht onder de oppervlakte zit en de laatste jaren steeds meer naar buiten komt. Dat is een terechte constatering. Het grootste deel van de bevolking is weliswaar gedoopt, maar nooit echt bereikt met het Evangelie.
Het is waarschijnlijk dat dit beeld in de rest van Nederland in grote lijnen vergelijkbaar of nog ongunstiger zal zijn. ‘Vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt’, zegt Prediker terecht (7:10).
Wat staat ons nu te doen? We moeten allereerst tot ons laten doordringen en aanvaarden dat het vroeger minder goed was dan we dachten.
De kerk(en) hebben veel werk laten liggen. Maar aangezien we ‘gisteren’ niet kunnen overdoen, moeten we daar niet bij blijven stilstaan.
Het is het beste om aan het werk te gaan en alsnog heel Nederland te bereiken met het Evangelie. En deze keer ‘samen met alle heiligen’, dus met heel de kerk. Samen achter de Heere Jezus aan.
Volgende week een reactie van IZB-directeur ds. L. Wüllschleger.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 2012
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 2012
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's