De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zoon of adoptiekind

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zoon of adoptiekind

Dogmatici denken verschillend over Jezus

8 minuten leestijd

In de Bijbel valt te ontdekken wie Jezus is. Maar dogmatici die de Schriften onderzoeken, komen tot heel verschillende visies wat betreft de identiteit van Jezus. Enkele citaten brengen de verschillen aan het licht.

Dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi omschrijven – of mag ik ook zeggen belijden? – aan het begin van de hoofdstukken 10 en 11 van hun Christelijke dogmatiek de betekenis van Jezus in een korte definitie: In Jezus Christus spreekt en handelt God tot onze redding. Hij stelt in Jezus als de Zoon zijn levenschenkende nabijheid en vergevende liefde definitief en onomkeerbaar tegenwoordig.
Als bronnen om de identiteit van Hem op het spoor te komen, noemen ze drie mogelijkheden: de Bijbel, de traditie en hedendaagse ervaringen. In het verleden genomen beslissingen en discussies daaromtrent moeten we goed overwegen, maar we moeten ook zelf de Schriften lezen en proberen te ontdekken hoe Jezus in de Bijbel beschreven wordt. Uit onderstaande citaten blijkt hoe verschillend de uitkomst van dergelijk Schriftonderzoek is.

Berkhof
Een behoorlijk recente dogmatiek is die van dr. H. Berkhof, Christelijk geloof (1973). Hij heeft uiteraard ook de beslissingen van de zeven concilies terdege overwogen. Onder andere die van Nicea (325), waar beleden werd dat Jezus de Zoon van God is, geboren, niet gemaakt, van hetzelfde wezen met de Vader.
Uiteraard nam hij kennis van het concilie van Efeze (431), waar beleden werd dat Christus één persoon is in Wie het goddelijke en menselijke geheel verenigd zijn. En niet te vergeten het concilie van Chalcedon (451), waar beleden werd dat Jezus Christus waarachtig God en waarachtig mens is en dat Zijn ene persoon bestaat uit twee naturen en deze onvermengd, onveranderd, ongedeeld en ongescheiden zijn.

Nieuwe scheppingsdaad
Toch komt Berkhof tot een daarvan afwijkende belijdenis aangaande Jezus, de Zoon des mensen. Hij spreekt over een nieuwe scheppingsdaad van God.
Jezus is de Zoon krachtens een nieuwe scheppingsdaad van God. Wat is daarmee gezegd?
(…) Jezus is meer dan een mens onder de mensen, door God geroepen zoals Mozes en de profeten, en om zijn gehoorzaamheid als zoon geadopteerd. (...)
Die nieuwheid houdt tevens in, dat hij niet een imaginaire volmaakte verbondsverhouding uit de oertijd herstelt. De geschiedenis wordt niet teruggedraaid, maar maakt juist haar meest beslissende sprong vooruit. De ‘laatste Adam’ is oneindig meer dan de eerste. Wat hier als verbondsverhouding verwerkelijkt wordt, is een geheel nieuw begin, een volstrekte uitzondering die tegelijk aanwijzing en belofte is voor een ook nu nog ongerealiseerde toekomst. (...)
Het is alles betrokken op het door God in het verbond beoogde en beloofde menszijn. Jezus is mens, de voleindigde verbondsmens, dè Nieuwe Mens, de eschatológische mens. (...)
Dat hij bemiddelen kan in de godsvervreemding waarin wij verkeren, berust daarop dat hij als de nieuwe verbondsmens in een tot nu toe ongekende eenheid met God leeft, waardoor Gods bedoeling via hem in de wereld kan landen. Er zijn dus in Jezus geen twee subjecten, maar zijn menselijke ik is tot in de laatste uithoeken volkomen en uit vrije wil doordrongen van het ik van God; en krachtens deze doordringing wordt hij het volkomen instrument van de Vader. Deze vervulde verbondsverhouding betekent een nieuwe vereniging van God en mens. (...)
Daarom is het God die in Jezus tot óns komt, om ons door hem te redden. Maar God verdringt niet de menselijke persoon van Jezus, maar doordringt haar met zijn Geest krachtens de volkomen bondgenootschappelijke verhouding. (...)
Zo maken de mens én God hier, krachtens een nieuw samengaan, een beslissende nieuwe geschiedenis door, waarin God in Zijn condescentie een uiterste en gelukte greep doet naar de mens, en nu in een mens de mensen tegemoet treedt om hun godsvervreemding te wenden.

Wentsel
Dr. B. Wentsel reageert hierop in een nog recentere dogmatiek (1981-1998). In het eerste deel, Het Woord, de Zoon en de dienst, blijkt duidelijk dat hij de gedachte van Berkhof afwijst. Hij meent dat die op gespannen voet staat met wat de Heilige Schrift van Hem getuigt en de traditie beleden heeft.
In de twintigste eeuw komen we het monarchianisme in een nieuwe vorm tegen in de opvatting dat Jezus de nieuwe voltooide eschatologische verbondsmens is. Volgens deze opvatting is Jezus in die zin Zoon van God dat hij het nieuwe trouwe Israël is in wie Gods verbond vervuld wordt. Zijn pre-existentie als de eeuwige, voor-tijdelijke Zoon wordt ontkend.
De teksten die gewoonlijk aangevoerd worden om zijn pre-existentie te funderen ( Joh.1:1-4; 10:30; Kol.1:15-20; Fil.2:6 enz.) worden dan geïnterpreteerd als slaande op het plan of het initiatief van God. Het is duidelijk dat op deze lijn ook de belijdenis van de drie-eenheid in de zin van het kerkelijk dogma wordt afgewezen.
H. Berkhof wijst de pre-existentie van Christus af en benadert Jezus vanuit het verbond: ‘Jezus is mens, de voleindigde verbondsmens, dé Nieuwe Mens, de eschatologische mens.’ (Christelijk geloof p.302) Jezus’ menselijk ik is tot in de laatste uithoeken doordrongen van het ik van God. ‘Deze vervulde verbondsverhouding betekent een nieuwe vereniging van God en mens, ver boven onze ervaring en voorstelling uit.’ (...)
Hiermee hangt ook samen dat Berkhof de ontologische Triniteit afwijst en het samengaan van de drie Namen ziet als samenvattende beschrijving van het verbondsgebeuren. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest hebben voor de gelovige elk hun eigen functie in het verkeer van God met de mens. ‘Zij vormen samen niet één wezen in de eeuwigheid, maar één geschiedenis in de tijd.

Achilleshiel
In kleine letters reageren Van den Brink en Van der Kooi ook op Berkhof. Zij stellen zich net als Wentsel veel meer achter de concilies van Nicea, Efeze en Chalcedon.
De vroege kerk had overwegend de neiging het God-zijn van Jezus Christus meer te beklemtonen dan zijn mens-zijn.
Het bleef moeilijk om het volle pond te geven aan de menselijkheid van Jezus.
Hier zit de achilleshiel van de vroegkerkelijke christologie.
Het is dan ook om deze reden dat in onze tijd menigeen probeert het over een andere boeg te gooien. De belijdenis dat in Jezus God zelf tot de mens komt, wordt dan uitgedrukt in termen van Gods Geest.
Jezus komt uit de Geest voort (Mat.1:20), in Hem woont de Heilige Geest volledig (Luc.4:18; Joh.3:34) en de verhoogde Heer is tevens de zender en gever van de Geest (Hand.2:33; Joh.20:22).
Niet zelden is deze Geest-christologie aan de kant geschoven omdat het onderscheid tussen Jezus en de mensen daarmee zuiver kwantitatief zou worden. Jezus zou gewoon een beetje extra hebben van iets wat wij slechts in zeer beperkte mate bezitten. Dat is inderdaad de indruk die we krijgen bij de voorstellen voor een Geest-christologie van H. Berkhof, P. Schoonenberg, R. Haight en anderen. Begrippen als incarnatie, pre-existentie, triniteit en ook de christologie van Chalcedon worden dan verworpen. In plaats daarvan treedt een adoptiaanse denkwijze: de mens Jezus is bij zijn geboorte of doop via de zalving met de Geest tot Zoon van God aangenomen.

Niet opdelen
Verderop schrijven zij – en ik heb de indruk dat zij daarin uit laten komen hoe zij het, in het verlengde van Chalcedon, zelf zien, ook al is dat nog niet zo gemakkelijk te achterhalen: De ene persoon van Jezus Christus is naar zijn goddelijke natuur volledig gelijk aan God en naar zijn menselijke natuur volledig mens. In Jezus Christus hebben we dus ten volle te maken met God en mens. (…)
Men mag Jezus Christus niet opdelen in twee personen. Men mag Hem niet tot een soort tussenwezen maken. Het gaat om de ene persoon Jezus Christus in wie mens en God samen zijn. De orde van God en de orde van het mens-zijn gaan en werken in deze ene persoon samen.
Het hoe van deze samengang blijft onuitgesproken. De nadruk ligt op de vereniging van beide in de ene persoon van Jezus Christus, de eeuwige Zoon van God die alles ondergaat en lijdt tot ons heil.
Vervolgens lezen we:
Als in Jezus God en mens zozeer een eenheid vormen, dan betekent dit dat God raakt aan onze geschiedenis. God is niet meer te denken zonder wat Jezus Christus draagt en ondergaat. Dat betekent iets voor Gods identiteit. God kan niet zonder de geschiedenis van Jezus Christus, zonder zijn doorgang door de dood gedacht worden.

Eeuwigheid
Nadat achter de traditie teruggevraagd wordt naar het bijbelse getuigenis (met name wordt gewezen op Johannes 1:1,15,18 en de Christushymne uit Filippenzen 2) aangaande Christus lezen we: Het zoonschap van Jezus is niet aangevangen met zijn opstanding, doop of geboorte, maar rust in de eeuwigheid. (...)
Het bestaan van Jezus wordt getekend als een geschiedenis in drie fasen: preexistentie, leven op aarde en ‘postexistentie’ verheerlijking bij God.
Ten slotte wijzen dr. Van der Kooi en dr. Van den Brink er dan ook nog op dat Zijn identiteit niet los te maken is van wat Hij voor ons en aan ons doet.

Fundament
Jezus stelde de vraag aan Zijn discipelen: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?’
Verschillende antwoorden kreeg Hij te horen, maar Simon Petrus beleed toen persoonlijk: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God’. Dat is de kern van het belijden. Halen we dat weg, dan halen wij het fundament onder de gemeente weg.
Slechts een paar fragmenten van dogmatici over de persoon van Jezus Christus heb ik kunnen weergeven om te vergelijken. Duidelijk is dat het veel meer zou betekenen het hele boek van dr. Van den Brink en dr. Van der Kooi te bestuderen. Dat beveel ik van harte aan. In één boek, met weliswaar 722 bladzijden, mogen we veel ontvangen van wat de auteurs ook zelf ontvangen hebben.

In de nummers van 44 en 45 recenseerde dr. E.P. Meijering de nieuwe 'Christelijke dogmatiek'. Deze week gaat ds. H. Roseboom na hoe dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi de leer over Christus (christologie) behandelen én hoe twee andere min of meer recente Nederlandse dogmatieken dat hebben gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Zoon of adoptiekind

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's