Geraakt door hiv
Patiënten uit leegte halen is pastorale taak
In Malawi is hiv een groot probleem. Een deel van de patiënten is bang om getest te worden. Sommigen zijn geschokt als ze te horen krijgen dat ze besmet zijn. Anderen zijn opgelucht dat ze nu eindelijk van de onzekerheid zijn verlost.
Malawi, waar wij sinds 2008 wonen en werken, is één van de armste landen van Afrika. Hiv vormt hier een groot probleem. Van de volwassen bevolking is volgens een schatting ongeveer 11 procent besmet met hiv. Dit komt neer op 800.000 mensen. Daarnaast zijn er 120.000 kinderen besmet met het virus. Er zijn ook nog eens 650.000 kinderen wees geworden door hiv.
Kinderen raken hun ouders kwijt en staan er al heel jong alleen voor.
Een vrouw heeft geen bestaanszekerheid zonder de inkomsten van haar man. Een echtpaar durft uit schaamte niet meer naar de kerk te gaan. Een klas heeft nu voor een tijd geen leerkracht.
Het is dus niet alleen een probleem van individuen. Ook de familie, de werkplek, de gemeenschap en de kerk worden geraakt. Het is een probleem dat de samenleving doortrekt.
Medicijnen
Rejoice, een zwangere vrouw, wordt in onze kliniek getest op hiv.
Helaas blijkt dat de test positief is.
Tegenwoordig is het de bedoeling dat een zwangere vrouw met hiv direct begint met hiv-remmers te slikken en daar de rest van haar leven mee doorgaat.
Rejoice komt thuis met de medicijnen. Als haar man het hoort, gooit hij de medicijnen in de pitlatrine.
Hij kan het niet bevatten. Wat beweegt hem om de medicijnen waarmee zijn vrouw en zijn ongeboren kind beschermd kunnen worden weg te gooien?
Tijdens een vergadering van het team dat medicijnen en andere zorg verstrekt aan mensen met hiv, raken de gemoederen over deze gebeurtenis echt verhit. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat zwangere moeders die aan hiv-remmers moeten beginnen dat ook daadwerkelijk doen? Want zo wordt zowel het leven van de moeder als dat van hun ongeboren kindje beschermd.
Het lijkt eenvoudig, maar in de praktijk stuit het op veel weerstand. Onze groep draagt verschillende ideeën aan. Ik vind het mooi om te merken dat onze medewerkers zich echt zorgen maken en dat het hen raakt.
Testen
Ik zie de mensen. Hiv raakt ook mij. Met elkaar steken we veel energie in het testen van zoveel mogelijk mensen op hiv. In ons ziekenhuis hebben we een drukke kliniek waar we hiv-remmers verstrekken aan mensen met hiv.
Daarnaast houden we hun algemene gezondheid in de gaten.
Velen knappen op als ze hiv-remmers beginnen in te nemen. Het is bijzonder om te zien dat vaders en moeders die al aids hadden ontwikkeld weer sterker worden en een ‘gewoon’ leven gaan leiden.
Als de medicijnen geen grote bijwerkingen hebben en er geen resistentie optreedt, kunnen deze mensen een bijna normale levensverwachting hebben. Zo heb ik ook verschillende collega’s met hiv bij wie daar voor de buitenwereld niets van te merken is.
Maar anderen worden eerst zieker, veel zieker en halen het soms niet.
En sommigen ontwikkelen resistentie na een aantal jaren. Vaak moeten we vechten voor het leven van deze mensen.
Er lopen binnen en buiten het ziekenhuis allerlei programma’s om de zorg voor mensen met hiv te verbeteren. Voor mij is het de kunst om deze programma’s bij elkaar te brengen, zodat ze niet elk hun eigen koninkrijkje vormen en langs elkaar heen werken.
Geloof
Wat doet de kerk met hiv en aids?
Er gebeurt veel. Zo is er een grote afdeling in onze kerk die werkt aan preventie van hiv. Dat doet ze door voorlichting te geven in de gemeentes en in de dorpen. Ook ondersteunt ze mensen die leven met hiv op verschillende manieren. Er zijn bijvoorbeeld support groups, een vorm van lotgenotencontact. Mensen hebben steun aan elkaar. Daarover horen we mooie verhalen.
De hiv-afdeling doet het werk niet alleen met eigen medewerkers, maar werkt ook met 6.000 vrijwilligers. Het is mooi om te zien hoe mensen zich voor elkaar inzetten.
Neem bijvoorbeeld Maria. Zij bezoekt elke dag mensen thuis die extra zorg nodig hebben. Zo komt zij ook bij Felista, een weduwe met drie kleine kinderen die in een klein huisje woont. Doordat Maria dit gezin niet aan zijn lot overliet, zijn er nu drie mensen uit het gezin begonnen met hiv-remmers. Daarvan zijn ze enorm opgeknapt. Felista heeft weer energie om zelf haar land te bebouwen. En af en toe durft ze ook weer in de kerk te komen.
Veroordeling
Zulke initiatieven voor vrijwilligersgroepen vallen onder het werk van de kerk. Dat is één kant van het verhaal. Maar de andere kant is – eerlijk is eerlijk – dat hiv bijna nooit ter sprake komt tijdens de zondagse dienst of tijdens een bijbelstudie. En als het al ter sprake komt is het vaak op een veroordelende manier, want iedereen weet natuurlijk wel waar je hiv van krijgt.
Het gevolg is dat hiv nauwelijks open wordt besproken, zelfs niet tussen man en vrouw. Als iemand wordt gediagnosticeerd met hiv is dat een ingrijpend gebeuren. Dat kan deze persoon met bijna niemand delen. Een man bij wie hiv in zijn bloed wordt gevonden, is bang om zijn gezondheid te verliezen, zijn inkomsten, zijn trots en zijn positie in de kerk. Of een moeder is bang dat ze haar man verliest en dat haar kind ook nog besmet zal raken met het virus. Hij of zij is alleen met zijn of haar gedachten over de oorzaak en de ‘schuld’ van deze ziekte.
Rondom hiv blijft het dus stil.
Mensen kunnen het niet delen met hun omgeving en er wordt niet met hen gebeden. De stilte maakt mensen nog eenzamer en geïsoleerd.
Mensen die leven met hiv hebben voorbeelden nodig van anderen die open durven zijn over hun ziekte.
Ze hebben voorbeelden nodig van mensen die verder kunnen leven in hun leef- en geloofsgemeenschap met hiv.
Geen woord
Een dominee wordt bij ons opgenomen. Hij heeft hiv, maar zijn vrouw weet het nog niet. Zelf is hij in de war en verslechtert heel snel.
Hij kan niet meer beginnen aan hiv-remmers.
Er volgt een grote begrafenis. Veel mensen vermoeden dat hij aan hiv is overleden. Maar er wordt toch met geen woord over gerept.
Ik weet dat er in onze kerk een aantal dominees is met hiv. Maar jammer genoeg is er nog niet één openlijk voor uitgekomen. Ook voor deze dominees is het risico te groot.
Openheid
Maar juist rondom hiv zou een boodschap van genade, van openheid en soms erkenning van schuld en daarna vergeving en opnieuw beginnen zoveel waarde hebben. Hier ligt een heel belangrijke pastorale taak.
Daarnaast zou er ook een taak liggen voor de kerk om in huwelijksvoorbereiding partners te helpen het gesprek aan te gaan. Om zaken als seksualiteit en trouw aan elkaar open te kunnen bespreken.
Maar ook om een open deur te hebben voor mensen met huwelijksproblemen.
Het voorbeeld dat Jezus de overspelige vrouw niet veroordeelde maar haar opnieuw liet beginnen spreek mij erg aan. Of dat Hij een man met melaatsheid gewoon aanraakte. Het is zo belangrijk om iemand als mens te blijven zien en hem of haar uit de isolatie en stilte te helpen komen. Wij zijn vaak minder genadig.
World Aids Day
In Nederland lijkt hiv misschien ver weg. Toch is het goed om rondom 1 december World Aids Day te houden en stil te staan bij hiv en aids. Zo kunnen we ons beter realiseren dat in zoveel landen hiv een groot stempel drukt op het leven van mannen, vrouwen, kinderen en de hele samenleving. Juist in armere landen waar al zoveel gebrokenheid is.
We kunnen in Nederland meeleven, meegeven en meebidden met mensen en kerken die geconfronteerd worden met hiv.
Tegelijkertijd is het ook goed om zelf in de spiegel te kijken. In hoeverre staan wij als kerk in Nederland open voor de ruim 18.000 mensen met hiv? Of voor vrouwen of mannen bij wie het huwelijk is stukgelopen? Hoe open zijn we in Nederland over seksualiteit? En hoe vergevingsgezind zijn wij als een predikant ontrouw is geweest?
De kerk in Malawi worstelt met deze zaken. In Nederland moeten we dat niet onderschatten.
Vergeving
Hiv is ingewikkeld. Juist omdat het zo gevoelig ligt vanwege de oorzaak van de ziekte. Mensen kunnen er niet goed over praten en voor bidden. In de kerk verzetten professionals en vrijwilligers veel werk om hiv te voorkomen en om mensen met hiv te ondersteunen. Maar we zijn er nog niet.
Er ligt een belangrijke taak voor leiders die open zijn. De kerk heeft een boodschap van vergeving en genade en zou juist een plek moeten zijn waar mensen terecht kunnen. Zowel in Malawi als in Nederland.
Anneke van den Boogaart-Snoep is samen met haar man door de GZB uitgezonden naar Malawi. Ze werkt als tropenarts in Ekwendeni Mission Hospital, een ziekenhuis dat onder verantwoordelijkheid van de Presbyteriaanse Kerk van Malawi valt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's