De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ontkerkelijkte samenleving

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontkerkelijkte samenleving

Secularisatie in Ede [2, slot]

7 minuten leestijd

De kerkelijke betrokkenheid is in Ede een eeuw lang procentueel ongeveer constant gebleven. Dit onderzoeksgegeven mag echter niet werken als een soort geruststelling in de sfeer van het valt wel mee, vindt ds. L. Wüllschleger. Het totaalbeeld in Nederland ziet er anders uit.

Het artikel ‘Kerkgang altijd al mager’ van A.S. Bos en ds. T. van ’t Veld uit Ede, lees ik als een tegenstem tegen al te vanzelfsprekende beelden. Onze kijk op het verleden, maar evenzeer onze visie op het heden kunnen bepaald zijn door vooronderstellingen die een vertroebelende uitwerking hebben en die onze roeping blokkeren, zo betogen zij.
Ik waardeer het zeer dat beide broeders zich met dit onderwerp hebben beziggehouden. Juist de tegenstemmen helpen ons om scherp te blijven en te verstaan waar het om gaat. Ik hoop dat hun artikel ook anderen prikkelt om mee te denken.

Edese onderzoek
Algemene observaties worden altijd interessant als ze met concrete voorbeelden geïllustreerd worden.
Het grote verhaal over secularisatie en ontkerkelijking wordt gemakkelijk een zaak van statistieken en cijfers en daarmee ook anoniem.
Een onderzoek als dat over Ede brengt het ineens veel dichterbij.
De gegevens uit Ede zijn niet zonder meer over te brengen naar de kerkelijke situatie in heel Nederland. Integendeel, het totaalbeeld ziet er heel anders uit. Kortheidshalve verwijs ik naar de vele onderzoeken op dit terrein.
Het Edese onderzoek bevestigt nog eens dat we het protestantse of calvinistische verleden van Nederland niet romantiseren of verheerlijken. Ik noem ter onderbouwing van deze stelling slechts de causerie die prof.dr. G.J. Schutte in 2009 hield voor de jaarlijkse predikantencontio van de Gereformeerde Bond. ‘Het beeld van het calvinistische Nederland is in de negentiende eeuw ontstaan, toen men Nederland het Israël van het westen ging noemen.’

Doen
Er is echter ook een andere kant. In het begin van het artikel proef ik de eigenlijke bedoeling van de auteurs; het is merkbaar aan de geladen formuleringen. Als de kerkelijke betrokkenheid een eeuw lang procentueel ongeveer constant gebleven is, dan is dat dus ook zo met het ontbreken van kerkelijke betrokkenheid.
Wat heeft de kerk daarmee gedaan?
Niet veel, zo is hun stelling. ‘De kerk(en) hebben heel veel werk laten liggen’, poneren ze. Precies op dit punt liggen voor ons allemaal de grote vragen. Hoe was de positie van de kerk in de samenleving gedurende de afgelopen eeuw?
Hoe heeft zij haar roeping vervuld?
Heeft zij genoeg gedaan? Scherper: zit het probleem in het ‘doen’?
De broeders pleiten daar wel voor als ze concluderen: ‘het is het beste om aan het werk te gaan en alsnog heel Nederland te bereiken met het evangelie’.
Er zit duidelijk een hartstochtelijk appèl in en die bewogenheid wil ik ernstig nemen. Wat mij betreft kan ook iedereen op sympathie rekenen die met welke actie ook mensen wil redden van de ondergang.
Toch zitten hier ook wel echt de vragen. Moeten wij meer ‘doen’? Moeten wij iets anders doen? Of moet het net aan de andere zijde uitgeworpen worden? Zit het misschien zelfs helemaal niet in het ‘doen’ en het ondernemen van actie?

Onwetendheid
Het zicht dat wij hebben op de roeping van de kerk in de wereld van vandaag hangt nauw samen met het beeld dat wij van die wereld hebben. Dat beeld lijkt zich vaak te bewegen ergens tussen de ‘schare die de wet niet kent’ uit de evangeliën en de ‘onwetenden’ uit de brieven van Paulus.
Ik durf op dit punt geen knopen door te hakken, maar denk wel dat de mensen van onze tijd dichter bij de ‘onwetenden’ van Paulus staan dan bij de schare in Jezus’ dagen.
Er is treffend veel overeenkomst tussen de beschaving van de antieke wereld en die van de westerse wereld vandaag: met haar wetenschappelijke en culturele bovenlaag, maar ook met het levensgevoel van de gewone man, die zich tevreden laat stellen met brood en spelen en die tegelijk te maken heeft met de angstige en demonische trekken van de oude wereld. Tegelijk realiseren we ons dat in de skyline van de meest ontkerkelijkte steden vandaag kerktorens zichtbaar zijn. Dat was in de steden van de antieke wereld niet zo. De vergelijking is niet zo rechtstreeks te maken, evenmin als de concretisering van onze roeping rechttoe rechtaan vanuit het Nieuwe Testament te formuleren is.
Toch denk ik wel dat de westerse samenleving veel heeft van wat Paulus aanduidt als ‘onwetendheid’.

Gemeente
In zo’n wereld is het niet alleen onze roeping om woorden te spreken; evenmin alleen om daden te stellen. In zo’n wereld is het meest fundamentele dat Christus Zelf aanwezig zal zijn te midden van de mensen, in de gestalte van Zijn gemeente. Het komt er voor de gemeente meer dan ooit op aan dat zij de gestalte van Christus zelf zal vertonen.
Dat is naar mijn diepe overtuiging de weg die de kerk vandaag heeft te gaan, in het bijzonder tegenover degenen die ‘buiten’ zijn. Het verschil tussen ‘buiten’ en ‘binnen’ is trouwens niet zo groot als wij wel eens waar willen hebben. ‘Buiten’ is allang ‘binnen’.
Ik hoop dat de worsteling rond deze zaak ons allemaal diep bezighoudt. Het kan eigenlijk ook niet anders. Het gaat immers om het ultieme heil van onze naaste en van onszelf: familieleden, kinderen, vrienden, gemeenteleden, klasgenoten, buren. De pretentie van definitieve antwoorden zal wel niemand hebben: daarvoor staan we samen te veel met lege handen.
Maar toch.

Discipelschap
Bij de IZB zijn we op het ogenblik bezig met een bezinning rond discipelschap. Wij zijn ervan overtuigd dat dit vandaag uit missionair oogpunt voor alles nodig is: dat de gemeente zich concentreert op de kern, op Christus Zelf en op het leven met Hem. In het leven van Zijn volgelingen neemt Christus gestalte aan in deze wereld, nederig, oprecht en eenvoudig. De kerk kan paradoxaal genoeg niet méér missionair zijn dan door het profiel te vertonen van Hem, die niet schreeuwde en Zijn stem niet verhief, die Zijn stem op straat niet liet horen (Jes.42:2).

Handelingen 2
Voor mijzelf speelt de laatste jaren een woord uit het tweede evangelie van Lukas een steeds grotere rol: ‘Zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden’ (Hand.2:42).
Het is een woord waarin de gemeente ons niet geschilderd wordt in termen van een gebod of een programma, zelfs niet als een ideaal. Hier wordt de gemeente met haar missionaire roeping verkondigd in het licht van de belofte. Wat hier staat, is evangelie en geen wet, benadrukt Bonhoeffer.
Het is een woord dat tot in het merg missionair is. Al wordt er niet expliciet gesproken over de missionaire roeping van de gemeente, we lezen niettemin aan het slot van Handelingen 2: ‘De Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe’.
Als Calvijn in zijn preken en in zijn commentaar ingaat op de vier elementen van gemeente-zijn uit Handelingen 2:42 en als hij ze in de Institutie doorvertaalt naar ‘kenmerken van de kerk’, is zijn conclusie (maar dat klinkt eigenlijk veel te zakelijk, het is eerder een lofzang, ecclesiologie op de melodie van het loflied): ‘zij kunnen nergens zijn, zonder dat ze vrucht dragen en door Gods zegen voorspoedig gemaakt worden.’

Volharding
Volharding is broodnodig. De gemeente is nergens meer missionair dan waar ze samenkomt rond de heilgeheimen van Christus Zelf.
Daar is diepe verwondering gepast: hoe bestaat het toch! Wij houden het niet vol met Hem, Hij houdt het vol met ons.

Ds. Wüllschleger reageert op het onderzoek naar de kerkelijkheid in Ede in het verleden door A.S. Bos en ds. T. van ’t Veld, dat vorige week in ‘De Waarheidsvriend’ verscheen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Ontkerkelijkte samenleving

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's