De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk en bindingsangst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk en bindingsangst

8 minuten leestijd

Eens per jaar verschijnt er een gecombineerd nummer van De Reformatie (Gereformeerde Kerken vrijgemaakt) en Opbouw, het opinieblad van de Nederlands Gereformeerde kerken.
Het thema luidt dit keer: ‘Kerk zijn tussen mensen en muren’. In het blad is er ook ruimte voor gastschrijvers uit andere kerken. Wim H. Dekker, socioloog bij de CHE en ambtsdrager binnen de Protestantse Kerk, schrijft over de bindingsangst die er is onder de generatie tot ongeveer 35 jaar, waarmee de kerk geconfronteerd wordt.

Dekker zet in met een gesprek op de redactie van Wapenveld waar het thema kerkverlating op tafel komt. Iedereen blijkt daar in zijn of haar omgeving mee te maken hebben.

De nestor van ons gezelschap gaf het gesprek opeens een hele andere wending.
‘Ja,’ zei hij, ‘dat herkennen we allemaal.
Dat zien wij om ons heen ook. Maar waarom zijn wij bezig een christelijk blaadje te vullen en waarom zitten wij zondag wel in de kerk? Waarom ben jij niet vertrokken?’
Dat was een spannende vraag. (…) De verleiding om op te geven kenden wij van de leeftijd tussen de veertig en de vijftig allemaal wel. Iedereen kende fasen in het leven waarin het geloof ons niet zo veel zei: perioden waarin je je opeens realiseerde dat je al weken niet meer in de Bijbel las; waarin de plichtmatige gebeden een middel waren om de dag te plannen of een ervaring nog eens te overdenken; kerkgang uit sleur, gekenmerkt door nietszeggendheid – gaten in de tijd, zoals je uit gewoonte naar voetbal kijkt en je na afl oop van de wedstrijd niet eens meer weet wie er gewonnen heeft. (…)


Je kunt je huid niet afdoen
Wat hield ons toch bij de kerk? Dorheid en matheid in het geloof zijn niet voorbehouden aan de nieuwe generaties; dat hebben onze ouders en grootouders vast ook doorgemaakt. Maar zij hebben zichzelf niet of nauwelijks de vraag gesteld of het geen tijd werd om er dan maar helemaal mee te stoppen. Ook zijn zij niet op zoek gegaan naar kerkgenootschappen die wel een impuls aan hun geloof konden geven.
Zonder enige aarzeling gingen zij op zondag twee keer naar de kerk, lazen ze aan tafel trouw uit de Bijbel, deden ze hun gebeden en neurieden ze psalmen tijdens het scheren of tafeldekken. Er was geen andere wereld denkbaar dan de christelijke/gereformeerde wereld waarin zij leefden.
Uit de kerk stappen deed je als individu niet of nauwelijks. Je kunt je huid niet afdoen. Van kerk veranderen deed je hooguit als je verhuisde of emigreerde.
Als je om een andere reden je eigen kerk verliet, leidde dat tot diepe scheuren in je familie en daarmee in je bestaan.
Maar vroom waren zij niet altijd. Er zat ook gewoontewerking bij, en wat sociale controle, en angst om een andere keuze te maken – gebrek aan autonomie.
Zoals mensen toen ook nauwelijks van werk veranderden, of van vrouw of van huis.


Kiezen
Dat geldt nu niet meer. Ons leven staat helemaal in het teken van kiezen. Het is verbijsterend voor welke keuzen kinderen momenteel al gesteld worden: vriendjes, een profi el of vakkenpakket, muziekinstrument, sport, allerhande games, vakantiebestemmingen, kleding enzovoort. We doorlopen niet de loopbaan van het leven zoals anderen die voor ons uitgestippeld hebben, maar we kiezen onze eigen route. Dat willen we misschien niet, maar we moeten wel.
Bij al die keuzen hebben we volgens de socioloog Giddens geen ander kompas dan ons ‘zelf ’. Natuurlijk reikt de cultuur ons ideeën aan over wat gelukkig maakt, wat gezond is en waar je rijk van wordt, maar dat gebeurt zo uitbundig en in zo veel stemmen en talen, dat we uiteindelijk aan onszelf zijn overgeleverd. Ik moet vooral doen wat ik zelf wil, wat voor mij goed voelt. En zo kiezen we voor een school, voor een baan, voor een partner, voor een bepaald aantal kinderen en voor een kerk. En als onze aanvankelijke keus wat tegenvalt, kiezen we voor wat anders. Is de school die op het eerste gezicht geweldig leek voor je kind bij nader inzien toch niet zo geschikt? Dan zoek je toch een andere?
Zo hoppen wij van baan tot baan. Zo experimenteren jongeren met relaties, met idolen en dus ook met kerken.


Niet meer ingelijfd
Elk jaar vraag ik aan een nieuwe lichting studenten van welke kerk zij lid zijn. En elke keer weer blijkt dat minstens dertig procent van de studenten op dat moment op zoek is ‘naar een kerk die bij mij past.’ Moderne mensen zijn niet langer ingelijfd in de gemeente van Christus.
De kerk zit niet meer in hun genen. Het is geen tweede huid meer, het is een kledingstuk, en daarmee onderhevig aan de mode, aan voorkeuren en seizoenen in het leven. (…)


Op de redactievergadering die Dekker bezocht, groeit er onder de aanwezigen een antwoord op de vraag: ‘wat hield ons bij de kerk?’

Uiteindelijk kwam het erop neer dat we geen moderne individuen zijn en willen zijn. In het geloof wordt onze autonomie doorbroken. Wij zijn niet van onszelf.
Ergens willen wij dat niet en durven wij dat niet. Soms is het alleen maar hopen dat God toch bestaat, soms een zeker weten of oprecht vertrouwen. Maar Hij mag inbreuk maken op ons bestaan.
Aan Hem vertrouw ik mijzelf toe.
Hiermee zeiden we nog niet zo veel over de kerk. Want God mag de kerk dan gebruiken om inwoning te nemen in ons bestaan, we hadden zeker niet allemaal het gevoelen dat de gemeente altijd iets toevoegde aan ons geloof. Vaak is het daar een kwestie van volhouden.
De gemeente kan ons enorm hinderen: de matige liturgie, de voorspelbaarheid van preken en gebeden, uitzichtloze discussies over steeds weer dezelfde onderwerpen, onhebbelijkheden van ouderen, jongeren of kinderen enzovoort. Als lid van de gemeente ga je gebukt onder het kleinmenselijke; en met je eigen beperkingen heb je daar ook een aandeel in.
Aan de avondmaalstafel kan ik de gemeenschap soms vieren. Ook daar is het een kwestie van willen.
De gemeente mag mijn autonomie doorbreken, omdat ik niet van mijzelf ben en ook niet alleen van God. Ik ben ingelijfd in het lichaam van Christus; dat is niet een gevoel dat opleeft als het klikt, maar een morele werkelijkheid waarin ik heb te leven. Het is ook een kwestie van navolging. In ons gemeenteleven bieden wij weerstand aan de individualisering.
En wanneer jouw hoogmoed doorbroken wordt, prijs je God opeens voor de gemeente.


Zelfdisciplinering
Dat is zelfdisciplinering zegt Dekker, en laat het nu juist daaraan schorten in onze cultuur. Juist onder jongvolwassenen is er sprake van kerkshoppen en kerkverlating.

Op sociologisch en psychologisch gebied verschijnen de laatste tijd veel publicaties over jongeren en jongvolwassenen, de leeftijdscategorie tussen de 20 en de 30 jaar. Wat daarin opvalt is dat er al jong geëxperimenteerd wordt met volwassen gedrag: seks, drank, geld verdienen en uitgeven enzovoort. (…) Het spelen met volwassen attributen in het bestaan blijft lang speels, zonder echt verantwoordelijkheid te nemen. Vroeg mondig, laat volwassen, zegt Christien Brinkgreve. (…)
Achter de façade van opgewekt, levenslustig en assertief gedrag gaat grenzeloze onzekerheid schuil en veel jaloezie: anderen lijken zo gelukkig op Facebook en in het uitgaansleven en ik voel mij alleen en onzeker.
Deze generatie heeft bindingsangst uit onzekerheid. Maak ik wel de juiste keuze als ik mij verbind aan God, de gemeente, een partner, aan kinderen? Stel dat ik verkeerd kies? Wordt het leven dan niet saai? Moet ik niet genieten van mijn vrijheid? Tegelijkertijd weegt de ondraaglijke lichtheid van dat bestaan als een loden last op hun fragiele schouders.


Achter de façade
Naar mijn mening moet de kerk niet de concurrentie aangaan met die snelle wereld van instantervaringen. Natuurlijk kan de gemeente wat gaan twitteren, bloggen en facebooken. En het is ook prima om wat ervaringsactiviteiten op te zetten. Maar waar werkelijk een taak ligt voor de gemeente is in het opzoeken van jongvolwassenen waar zij zich bevinden, in hun eigen wereld. Het mooiste zou zijn als de gemeente in preken, gebeden en pastoraat achter die façade zou mogen komen. Niet moralistisch, dat is niet christelijk; niet met de boodschap dat ze moeten trouwen en kinderen krijgen. Wel met de boodschap dat discipline hoort bij de loopbaan van het leven, ook het christelijke leven; dat werkelijke vreugde niet bestaat in het uit alles kunnen kiezen, maar in het je gedragen weten in je keuzen.

Wim Dekker beschrijft herkenbare dingen en ze zetten me aan het denken. Maar in hoeverre gaat het – naast angst om jezelf te binden – niet ook bij veel jongeren om het ontdekken van de wonderlijke wereld van kerk en geloof en je eigen plek daarin? En als zelfdiscipline en het doorbreken van je autonomie zo goed en heilzaam zijn aan het kerk-zijn, waarom is dat uitgerekend de meest abstracte alinea in zijn artikel?
Dat het echte leven wil zeggen: je gedragen weten in je keuzen, ja, dat spreekt mij erg aan. Daarom ga ik naar de kerk. Omdat ik daar hoor en proef en zing van de liefdevolle barmhartigheid van onze God, die aan mijn keuzes voorafgaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2012

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Kerk en bindingsangst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2012

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's